Week 16

Deze week

Economische indoctrinatie

Kapitalisme en onderwijs

Amsterdam – ‘Aap, noot, mies, kapitalisme is vies’, kopte het huisorgaan Forum van werkgeversorganisatie vno-ncw eerder deze maand. Het betreft niet de eigen politieke overtuiging; het opinieblad haakt aan bij een onderzoek naar schoolboeken in Frankrijk en Duitsland, waarover Newsweek-redacteur Stefan Theil schreef in het Amerikaanse Foreign Policy. Diens conclusie: scholieren ondergaan gedwongen een gevaarlijke indoctrinatie. Zo gaf een Franse tekst contactinformatie van het netwerk van andersglobalisten Attac. Veel Duitse lesboeken zijn geschreven vanuit het oogpunt van toekomstige werknemers, constateert Theil verontwaardigd. Scholieren leren dat het bedrijfsleven, marktwerking en globalisering barbaars, ongezond en immoreel zijn.

Dat is geen kattenpis, meent de Amerikaanse journalist, die een vergelijking trekt met de Pakistaanse madrassa’s. Jong geleerd is oud gedaan. Is het toeval dat juist in Duitsland en Frankrijk het verzet tegen het neoliberalisme zo hardnekkig is? De toekomst van het vrije Westen staat of valt daarom bij het veranderen van het economieonderwijs, aldus Theil.

Worden ook de Nederlandse scholieren klaargestoomd tot kleine communisten? Dat blijkt mee te vallen, schrijft Forum na bestudering van de vier meest gebruikte lesboeken. Zo looft een van de methodes ‘de spanning van het ondernemen, de uitdaging, de “sport”, maar ook het eigen baas zijn’. En het wordt nog beter voor de werkgevers. Sinds dit schooljaar loopt een pilot met een nieuw examenprogramma economie voor havo en vwo. Een commissie onder leiding van de huidige directeur van het Centraal Planbureau, Coen Teulings, heeft het oude economieonderwijs op de schop genomen. Dat stond te veel in het teken van achterhaalde discussies, zoals die tussen keynesianen en monetaristen.

In reactie op de plannen van de commissie uitten verscheidene critici de afgelopen jaren hun zorgen over onder meer de gebrekkige aandacht daarin voor economische geschiedenis en alternatieve theorieën, maar tevergeefs. De nieuwe aanpak is meer georiënteerd op de markt. Leerlingen moeten een economische kijk ontwikkelen, is het idee. Daarbij past meer aandacht voor ondernemerschap. Of het inzicht dat scholieren door onderwijs te volgen investeren in hun latere waarde op de arbeidsmarkt. In het kader van de pilot wordt voor hen ook een beleggingscompetitie georganiseerd.

Dat belooft wat voor de toekomst, als we mogen afgaan op Newsweek-redacteur Stefan Theil. Die gaat zo ver te stellen dat het economische succes van een land voor een belangrijk deel te verklaren valt uit de houding van de bevolking ten aanzien van ondernemerschap. De gebrekkige veerkracht van de Europese economieën ligt volgens hem in het heersende wantrouwen tegenover het kapitalisme. En dat hebben de Europeanen met de paplepel ingegoten gekregen. Hoe anders is het in Amerika. De staat Texas schrijft onderwijsinstellingen voor dat scholieren op de hoogte gebracht worden van de positieve bijdrage van ondernemers aan de lokale economie. In de staat New York wordt het curriculum samengesteld in nauwe samenwerking met ondernemersorganisaties en economen van de centrale bank.

Eén probleempje: als er werkelijk zo’n direct verband bestaat tussen onderwijs en economische prestaties, wat betekent dat dan in het licht van de ‘great American slowdown’, zoals The Economist de bijna-recessie in de Verenigde Staten deze week doopte?

KOEN HAEGENS

Voor 10 dollar per dag

Geweld in Guatemala

Guatemala Stad – Het geweld in Guatemala lijkt niet te stoppen. Afgelopen week werd in San Marcos een religieuze klem gereden en werd een pistool getrokken. Ze moest een doodsbedreiging doorgeven aan bisschop Alvaro Ramazzini. Ramazzini staat bekend om zijn steun aan de Mayabevolking in haar verzet tegen de exploitatie van een goudmijn door de Canadees-Amerikaanse onderneming GoldCorp. In 2005 was hij al eens met de dood bedreigd, waarop de overheid hem onder bescherming stelde.

Een grimmiger lot trof vakbondsleider Miguel Angel Rairez. Na ontslagen en bedreigingen van werknemers in de bananenexport werd hij op 2 maart vermoord. Sinds de oprichting, juli vorig jaar, stond hij aan het hoofd van Sitrabansur, een vakbond die de hachelijke werkomstandigheden in de bananenbusiness aankaart. Na de moord is Amnesty International een ‘Bliksemaktie’ begonnen. De Nederlandse ontwikkelingsorganisatie icco heeft namens het Guatemala Platform (Solidaridad, Oxfam-Nederland en Cordaid) de moord onder de aandacht van het ministerie van Buitenlandse Zaken gebracht.

Maar dit zijn de bekende incidenten. Tot nu toe zijn er dit jaar 103 vrouwen vermoord in Guatemala, wat het totale aantal in de afgelopen zes jaar op 2909 brengt. Een minuscuul percentage daarvan wordt opgelost. Onderzoeker Sebastian Elqueta van Amnesty International zegt dat het groeiende aantal vrouwelijke slachtoffers samenhangt met het slechte juridische systeem in Guatemala. ‘Politie en aanklagers neigen er snel toe deze vrouwen te bestempelen als leden van een bende. Het gevolg is dat justitie het onderzoek niet serieus neemt.’ De Internationale Commissie tegen de Straffeloosheid in Guatemala (Cicig) heeft enkele weken geleden aangekondigd een onderzoek te starten naar de achtergronden van deze moorden. Deze VN-commissie ging na zware internationale druk op het Congres van Guatemala afgelopen najaar van start. Ze moet de schuldigen van politiek geweld en georganiseerde misdaad opsporen en aandragen voor strafvervolging. Van de zesduizend geweldsdoden per jaar wordt slechts twee procent strafrechtelijk onderzocht. Tegen de Cicig bestaat onder oud-militairen, de economische elite en sommige leden van het Congres grote weerstand. Ze vormen met misdaadorganisaties parallelle structuren die geïnfiltreerd zijn in overheidsinstituties.

Toenemende onrust wordt veroorzaakt door de moord op tot nu toe negentien buschauffeurs van _‘chicken’-_bussen (Publicos) dit jaar. De chauffeurs worden afgeperst door Las Maras. Het zijn meestal jeugdbendes die ongeveer tien dollar per dag van de chauffeurs eisen. De chauffeurs worden bedreigd of doodgeschoten als ze hier niet aan voldoen. De bendes hebben internationale vertakkingen in de VS en andere landen in Midden-Amerika en staan vaak onder controle van geheime organisaties. Internationale ontwikkelingsorganisaties proberen veiligheidsprogramma’s voor de jongeren te ontwikkelen.

PETER RHEBERGEN

De omnipresident is dood.

Leve de president!

Represidentialisation van Sarkozy

Parijs – Sinds een week of wat zien de Fransen zich geconfronteerd met een vreemd fenomeen: ministers en staatssecretarissen op de televisie en in kranten. In Frankrijk was dat sinds de verkiezing van Nicolas Sarkozy tot president een betrekkelijke zeldzaamheid geworden. Dankzij zijn ongekende dadendrang was het immers steeds Sarkozy die alle schijnwerpers op zich gericht wist. Het leverde hem de bijnaam omnipresident op. Maar sinds de (verloren) gemeenteraadsverkiezingen van begin maart is Sarkozy juist allesbehalve alomtegenwoordig. Afgezien van het bezoek aan de Engelse koningin liet hij zich amper zien. Aarzelde hij aanvankelijk niet onderhandelingen over te nemen van een minister, nu laat hij zijn premier François Fillon zelf de kastanjes uit het vuur halen. Zoals afgelopen week nog, toen een jonge vrouwelijke staatssecretaris twee ervaren mannelijke collega’s voor ‘lafbekken’ uitmaakte.

De presidentiële terughoudendheid lijkt onderdeel van een uitgekiende strategie om Sarkozy’s imago op te vijzelen. Dat liep de afgelopen maanden nogal wat averij op. Klaagde de kleine man tegen de bakker over de prijsstijging van zijn baguette; in de kiosk ernaast zag hij de covers van de boulevardbladen met daarop een Sarkozy die breed lachend met Carla Bruni de Rode Zee uit kwam lopen. Linkse kranten grapten al snel over de bling-bling president – als een ekster aangetrokken door al wat glimt en schittert. En conservatiefgezinde media hekelden Sarkozy’s roerige en breed uitgemeten privé-leven, dat afbreuk zou doen aan de waardigheid van zijn ambt. Kortom: Frankrijk snakte naar een president zoals het die gewend was.

Tijd dus voor een represidentialisation (doe geen moeite dit woord uit te spreken; zelfs Franse nieuwslezers krijgen het amper over hun lippen). ‘Sarkozy volgt het voorbeeld van Mitterrand!’ roepen zijn aanhangers enthousiast. Dus geen gejog meer in gezelschap van hordes journalisten, geen sms’jes sturen als je op bezoek bent bij de paus en geen scheldwoorden het publiek in slingeren als omstanders je de hand niet willen schudden. De Ray-Ban blijft in de binnenzak, de Rolex is vervangen door een Patek Philippe – niet minder kostbaar, maar beduidend minder poenerig. En dan is er natuurlijk nog Carla Bruni, die onverwacht goed blijkt te aarden in haar nieuwe rol als première dame de France. Negen van de tien Fransen vinden haar elegant, en modern, zeven van de tien vinden haar aardig en intelligent, ministers prijzen haar zalvende invloed op het soms explosieve temperament van de president. Zoals dit weekend in dagblad Le Figaro: Nicolas is gelukkig. Hij is sereen.

De grote vraag blijft ondertussen: werkt het? Nog niet echt. Sarkozy’s vrije val in de peilingen lijkt gestuit, maar dieper zinken kon hij niet. Hij begon met mooie beloftes over een informeel en transparant presidentschap. Als hij inderdaad het voorbeeld volgt van François Mitterrand, loopt hij het risico te eindigen als een republikeinse monarch. En zoals het er nu naar uitziet: een impopulaire republikeinse monarch.

MARIJN KRUK

Kunst zonder schaduw

De Biënnale in Berlijn

Berlijn – De geasfalteerde zaal van de in Amsterdam woonachtige Turk Ahmet Ögüt is nu al het meest besproken werk van de Berlijnse Biënnale, het onbetwiste summum van de Duitse contemporaine kunstwereld. ‘When things cast no shadow’ is het motto dit jaar. Zoals Wim T. Schippers ooit een vloer met pindakaas bedekte, zo heeft Ahmet Ögüt de bodem van een witte zaal van een laag asfalt voorzien. Ground Control heet zijn werk, waarmee hij de Turkse regering kritiseert. Asfalteren van straten staat gelijk aan homogenisering en is hét machtssymbool van de Turkse overheid in haar moderniseringsdrang. Het werk, tentoongesteld in Kunst-Werke, het centrum van de Biënnale, valt goed bij de Berlijners. Misschien wel omdat de geur van asfalt Berlijners zelf ook herinnert aan omwenteling en – niet altijd gewenste – vooruitgang.

Hoewel de curatoren van het evenement nadrukkelijk stellen dat het programma geen rode draad heeft, hebben veel werken wel degelijk een politiek thema. Zoals de serie Appointment with History van het kunstenaarsduo Mona Vatamanu en Florin Tudor: aan de muur hangen schilderijen van een antikapitalistische demonstratie in Bazel, tegelijkertijd wordt de tekst van het communistisch manifest uit 1848 voorgelezen. Wie niet beter weet zou denken dat het beelden van demonstrerende arbeiders tijdens de Russische Revolutie zijn.

De Biënnale, voor de vijfde keer georganiseerd, bestaat uit twee gedeelten. Overdag zijn vier tentoonstellingsruimtes volgehangen, beschilderd, van videowanden voorzien en in één geval dus simpelweg geasfalteerd. ’s Avonds is het programma nog spannender. Dan gaan op 63 plaatsen in Berlijn meer dan honderd kunstenaars zich te buiten. Ze exposeren bijvoorbeeld op een lagere school in Berlijn Mitte, in een winkelcentrum op de Alexanderplatz en in een Turkse autowerkplaats in Kreuzberg. Voor een vrolijke noot is ook plaats. Verhalenvertelster Patricia Esquivias probeert met haar videoreeks Folklore bizarre verbanden te leggen. Zo moet Folklore #II het verband tussen Filips II en Julio Iglesias aantonen. De Venezolaanse houdt het erop dat Filips II door zijn met goud gefinancierde veroveringen de zon in het koninkrijk heeft gebracht, terwijl Iglesias met zijn zonnige muziek en voorkomen goud (geld) naar Spanje heeft gehaald.

Tijdens de kunstmanifestatie is de wijk Mitte, waar de Biënnale zich vooral afspeelt, vergeven van museumdirecteuren en kunstverzamelaars uit de hele wereld. Ze zijn op zoek naar het nieuwste supertalent. Hedendaagse kunst is big business. Het werk van kunstenaars die op eerdere Biënnales exposeerden, zoals Franz Ackermann, Jonathan Meese en Thomas Demand, brengt inmiddels miljoenen op. De kunstenaars die dit jaar deelnemen hebben die sterrenstatus nog niet bereikt. Slechts een paar van hen zijn op de kunstmarkt reeds succesvol. De Biënnale biedt geen grote namen, schreeuwerige affiches of enorme exhibities. Hierdoor blijft het eigenlijke middelpunt van de Biënnale de stad Berlijn zelf. De organisatie vindt het goed zo. In de schaduw van de historie en de breukenlijnen van de stad, die nog altijd zichtbaar zijn, gedijen onafhankelijke jonge geesten het best.

STEPHAN SWINKELS

Skateboarden met Sinn Fein

Blair en de ira

Londen – Historisch besef is nooit de sterkste eigenschap van New Labour geweest. Geschiedenislessen op school zijn getrivialiseerd, de Magna Carta leek door sommige bewindslieden te worden aangezien voor een exotische spijskaart. Echter, dat gebrek aan historisch bewustzijn was ook de sleutel tot Blairs triomftocht in Noord-Ierland, zo blijkt uit de recentelijk gepubliceerde dagboeknotities van Blairs stafchef Jonathan Powell, Great Hatred, Little Room, en de daarop gebaseerde bbc-documentaire The Undercover Diplomat

Niet Mo Mowlam, Peter Mandelson of andere ministers voor Noord-Ierland, maar deze voormalige diplomaat was de architect van het vredesproces. Blair had de nu 51-jarige Powell, wiens oude broer Charles de privé-secretaris van Blairs Conservatieve voorgangers was, in het geheim de opdracht gegeven te onderhandelen met Sinn Fein en de ira. Zelfs de geheime dienst wist van niets. ‘Ik hoop dat je me niet gaat vermoorden’, waren Powells eerste woorden toen Sinn Feins Martin McGuinness hem had afgehaald op een druilerige straathoek in Derry, kort na Blairs verkiezingsoverwinning.

De Sinn Fein-leiders zouden een kort geheim bezoek brengen aan Downing Street, waar alleen de premier bereid was om handen te schudden. Het eerste overleg in de kabinetszaal begon met een openingsgambiet van McGuinness: ‘Hier werd dus de schade aangericht.’ Er volgde een pijnlijke stilte, want iedereen dacht dat hij het had over de mortieraanval van de ira op deze ruimte, zes jaar eerder, waarbij Majors kabinet (inclusief Powells broer) het doelwit was. Het historische besef van McGuinness ging echter zeventig jaar verder terug, toen de Ierse revolutionair Michael Collins er het vredesverdrag tekende, waarbij Zuid-Ierland onafhankelijk werd, maar Noord-Ierland Brits bleef. Hoewel een van Blairs grootvaders een Orangeman was en Powell Iers-Republikeins bloed heeft, hadden beiden weinig kennis van de Ierse geschiedenis. ‘Als ik dat wel had gehad, was ik er niet eens aan begonnen’, bekende Powell onlangs tijdens het literatuurfestival van Oxford. Wat hen juist voor ogen stond, was het verleden te vergeten.

Tien jaar lang zou Powell naar Noord-Ierland pendelen voor onderhandelingen op verborgen locaties. Het schier onhaalbare doel was ontwapening en het opgeven van de eis tot een herenigd Ierland. De speciale gezant, die als diplomaat had onderhandeld met de Chinezen over Hongkong en met de Duitsers over de eenwording, volgde een simpele tactiek: blijven praten, met thee en biscuitjes. Het leidde tot een vertrouwensband. Tijdens een van hun bezoeken aan Downing Street klommen Gerry Adams en McGuinness op een zeker moment uit het raam om in de rozentuin te gaan skateboarden met een van Blairs kinderen.

Zeker zo ontspannen was het bezoek van Ian Paisley aan Downing Street, nadat hij de verkiezingen had gewonnen. Waarnemers vreesden een einde van het vredesproces, maar Blair zag juist een opening en sprak onder vier ogen met de radicale dominee. In de belendende kamer probeerde Powell mee te luisteren en tussen veel gelach hoorde hij flarden van gesprekken over christelijke waarden als ‘compassie’, ‘vergiffenis’ en ‘verlossing’. Voor een keer negeerde Blair het devies ‘We don’t do God’ van spindoctor Alastair Campbell. Hij schreef er geschiedenis mee.

PATRICK VAN IJZENDOORN