Persbericht:

Deze week: Geert Mak in De Groene Amsterdammer

GEERT MAK NEEMT GEEN AFSTAND VAN ZIJN PAMFLET: “PARALLEL SUBMISSION EN DER EWIGE JUDE IS LOUTER VORMVERGELIJKING”

Geert Mak houdt vol dat er een parallel bestaat tussen een van de “vormschema’s” van Der ewige Jude en de film Submission. Daarop komt hij, ondanks de kritiek op zijn pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid dat met 100.000 verkochte exemplaren afgelopen maanden een bestseller werd, ook naderhand niet terug. Tot nu toe heeft hij niet gereageerd op zijn critici. In De Groene Amsterdammer dient Geert Mak hen deze week van repliek met een nieuw essayistisch pamflet. Mak schrijft in dit tweede pamflet Nagekomen Flessenpost: “Submission is, ondanks alle mogelijke bezwaren, een wonder van beschaving in vergelijking met de smeertroep van Goebbels”. Met nadruk stelt Mak dat hij nooit beweerd heeft dat de film Submission van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh zich “één op één” laat vergelijken met Der ewige Jude van nazi-propagandachef Joseph Goebbels. Maar waarover ging het hem dan wel in de gewraakte passages? Mak: “Niet om de vervolging van joden en andere minderheden op zich, maar om een eerdere fase, om de radicaliseringsprocessen in taal en beelden die daaraan vooraf gingen. De meeste voorbeelden betrok ik uit het Servië rond 1990 en de Weimarrepubliek rond 1930 – zonder overigens te impliceren dat Nederland anno 2005 daar in alle opzichten mee te vergelijken valt, integendeel zelfs. In dát verband zag ik in Submission part 1 een narratief procédé aan het werk dat me sterk deed denken aan twee scènes uit Der Ewige Jude. Dat was alles. Ik had het dus over één vormovereenkomst tussen beide films, en het enige wat ik zei was: kijk daarmee uit. Als je excessen en heilige teksten aan elkaar koppelt ontstaat immers maar al te gemakkelijk de suggestie dat alle aanhangers van zo’n godsdienst zich zo mogen of zelfs moeten gedragen. Geen seconde haalde ik het in mijn hoofd om beide makers van eerstgenoemd filmpje te vergelijken met Goebbels zelf, alleen al het idee is te dwaas voor woorden. Zelfs met een flinke dosis kwade wil kan nergens uit deze alinea een dergelijke conclusie worden getrokken.” Mak meent dat het trekken van lessen uit de geschiedenis geen loze kreet mag zijn. Hij verwijst in dit verband naar de Britse historicus Richard Overy die onlangs het Amerikaanse vijandbeeld van in Irak vergeleek met de nazi-propaganda over de bolsjewistische terreur tijdens de Duitse opmars in 1941 door de Sovjet-Unie. “Daarmee stelde hij de beestachtige oorlog aan het Oostfront geenszins op één lijn de Amerikaanse strijd in Irak, laat staan dat hij in George W. Bush een soort Adolf Hitler zag. Hij trok deze vergelijking enkel om, zoals hij zelf zei, eenzelfde methode van argumenteren duidelijk te maken: met terroristen mag je alles doen, ze zijn ontmenselijkt”. Mak voegt daaraan toe: “Als dit soort parallellen niet kunnen of mogen worden getrokken uit angst voor ‘demoniseren’, als het taboe blijft bestaan om te wijzen op bepaalde overeenkomsten, dan wordt ieder leerproces uit deze periode geblokkeerd. Sterker nog: het tijdvak 1930-1945 wordt zo als het ware uit de historie gelicht, als een unieke situatie die goddank nooit meer zal terugkomen. Die geruststellende opvatting deel ik niet.” Geert Mak keert zich wederom tegen die politici en bestuurders in Nederland die in zijn ogen misbruik maken van de angst die sinds de moord op Theo van Gogh om zich heen sloeg. Volgens Mak maken ook ministers in het kabinet zich daaraan schuldig. “Woorden hebben een enorme kracht, maar hoe staat het ondertussen met de daden? Opvallend is hoe deze regering – de VVD-ministers voorop – met twee tongen spreekt. Aan de ene kant harde taal over eerwraak, uithuwelijking, vrouwenmishandeling en andere excessen die in verband werden gebracht met de islam. Aan de andere kant steunt het huidige beleid nauwelijks de (vrouwen)groepen die daarbij in de frontlinie staan en beknot hun werk soms zelfs, door hun subsidies af te bouwen in het kader van de zoveelste reorganisatie”, schrijft Mak. “Hier wordt nauwelijks een beleid ontwikkeld, uitgaande van en gericht op de praktijk. Hier wordt bovenal een vijandbeeld geschapen. En een vijand schept angst. En angst schept macht.” Volgens Mak is het echter nog niet te laat daarin een doorbraak ten goede te forceren. “Zo langzamerhand wordt het tijd om de realiteit onder ogen te zien en deze verkramping los te laten. Om pal te staan voor onze vrijheden en grondrechten. Om onze burgermoed weer uit de kast te halen. Maar ook om, heel nuchter en concreet, aan het werk te gaan. Om échte tolerantie aan te leren – en de botsingen die daarbij horen. Om te bedenken wat we van onze nationale erfenis kunnen achterlaten. Welke kwaliteiten koste wat kost behouden moeten blijven. En welk nationaal verhaal we voor de komende generaties verder zullen dragen. Er is maar één mogelijkheid: de dynamiek van de hoop. We hebben geen alternatief”, aldus Mak die daarbij refereert aan Jean Monnet, een van de aartsvaders van de Europese eenwording. Het artikel De Repliek vindt u in De Groene Amsterdammer nummer 19 (vanaf 12 mei in de winkel verktijgbaar).