Adellijke Zondvloed

Deze week. Honderd jaar geleden.

Medium vanverre

‘Van verre en van nabij’ was de rubriek op de voorpagina van De Amsterdammer, waarin - u raadt het al - nieuws van verre en van nabij bericht werd. Het nieuws van zondag 4 juni 1911 kwam van nabij, namelijk uit Nederland. Uit onderzoek van De Amsterdammer bleek dat de Nederlandse adel op dat moment veel hoge ambtsposten bezette. Of zoals het toen verwoord werd:

‘Uit het bovenstaande [thans onderstaande - js] ziet men duidelijk dat ons burgerland op het punt van adellijke schittering misschien alleen door een Duitschen kleinstaat zonder Grondwet (Mecklenburg) wordt overtroffen.’ Mecklenburg bestond op dat moment uit twee groothertogdommen binnen het Duitse rijk, die autocratisch geregeerd werden. Dat geeft de ernst van de situatie, die de redacteur in deze ‘adellijke zondvloed’ zag, wel aan. Daarom draagt de redacteur onderstaand kaartje op aan de Nederlandse burgerij ‘ter verkwikkende beschouwing’.

Medium kaartje nl2

Volgens de redacteur was deze ontwikkeling wel onze eigen schuld, omdat we als ‘inzinkende Burgerij de oorspronkelijke eigendommelijkheid van [ons] wezen rustig tot op de laatste resten te ver-moffelen toestaan.’

Met vreugde kan redacteur dezes dan ook na kortstondig eigen onderzoek bevestigen dat momenteel geen van ’s lands commissarissen van de koningin een adellijke titel draagt en dus kan er geconcludeerd worden dat de burgerij zich dankzij het artikel in De Amsterdammer van 1911 ontworsteld heeft aan de zondvloed van de adel! Proficiat, burgerij!