Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom het wel toegestaan is om oeverloos tegen een hond, kat of goudvis te oreren, terwijl een goed gesprek met een boom of plant nog altijd taboe is? Halen planten soms geen adem, circuleren er in hun lichaam ook niet allerlei levenssappen, en transpireren zij soms ook niet, zij het meestal met aanmerkelijk frissere geuren dan die van mens en dier?
Een bang vermoeden maakt zich van mij meester. De mens vindt de plant inferieur, omdat deze geen enkele behoefte voelt aan mobiliteit. Maar in werkelijkheid zijn we stikjaloers op de wereld van de flora, en daarom wordt die zo gediscrimineerd. Terwijl de bomen en planten door de eeuwen heen hebben bewezen wortel te kunnen schieten, zocht de mens zijn geluk altijd elders, met als gevolg oorlog, onderwerping en globalisering van het verdriet. Welke Franse filosoof zei ook alweer dat de bron van alle ongeluk ligt verscholen in het feit dat de mens nooit eens rustig thuis kan blijven zitten? Nu wij ons allen van rijkswege dienen te ‘onthaasten’, kunnen we het beste beginnen met stil te staan.