Diana in Wonderland

DIANA MOSLEY
THE PURSUIT OF LAUGHTER
Gibson Square, 472 blz., £ 20.00

De verzamelde essays, besprekingen en dagboekfragmenten van Diana Mosley, de meest glamoureuze van de Mitford-zusjes, lezen op zich makkelijk weg. Ze zijn erudiet, geestig en tegendraads, of ze nu gaan over Thomas Mann, de kinderen van Napoleon of de olifantenjacht in Oost-Afrika. Het lezen van The Pursuit of Laughter gaat evenwel gepaard met een ongemakkelijk gevoel, wat te maken heeft met de achtergrond van de auteur. Drie jaar na haar huwelijk in 1929 met de Ierse aristocraat Bryan Walter Guinness, telg van de brouwersdynastie, kreeg ze een affaire met de Britse fascistenleider Sir Oswald Mosley. De twee trouwden in 1936. In Berlijn. In het huis van de familie Goebbels.
Tijdens de oorlog werden de Mosleys, samen met andere nazisympathisanten, preventief gevangen gezet. Het besluit daartoe werd genomen door Diana’s achteroom, Winston Churchill. Diana Mosley is waarschijnlijk de enige persoon die zowel Hitler als Churchill goed heeft gekend. Na de oorlog verhuisden de Mosleys naar Parijs, waar ze gingen wonen naast de hertog van Windsor. Daar begon Diana, een autodidact die altijd klaagde dat ze nergens goed in was, te leven van de pen. Ze schreef twee series memoires en vertaalde uiteenlopende boeken, van Goethe’s Faust tot de autobiografie van coureur Niki Lauda. Dat laatste had waarschijnlijk te maken met het werk van haar zoon Max, de Formule 1-baas die vorig jaar nog in het nieuws kwam nadat hij was beticht van sadomasochistische seks. De meeste tijd besteedde ze aan het lezen van boeken die ze zou bespreken voor The Evening Standard, The Spectator, The Daily Mail, The Sunday Times alsmede het excentrieke Books & Bookmen van Auberon Waugh.
Hoewel Mosley de verschrikkingen van het nazisme nergens ontkent, heeft ze nooit spijt getoond van haar enthousiaste omgang met de nazi-elite. Vooral door deze weigering is ze tot haar dood in augustus 2003 op 93-jarige leeftijd door veel mensen met scepsis bekeken. Recensenten worstelen met haar werk. In The Times begon Valerie Grove haar stuk met de mededeling dat haar waardering voor The Pursuit of Laughter (de titel is een knipoog naar de roman The Pursuit of Love van haar zus Nancy) niet automatisch betekent dat ze een fasciste is. Boven een artikel in The Daily Telegraph stond de kop ‘Nazi but nice’. Immers, Mosley’s liefde voor de Germaanse cultuur, inclusief de dieptepunten, ging gepaard met een zeer Engelse charme. De beste manier om dit boek te lezen is door een oude wijsheid te volgen welke behelst dat het interessanter is menselijke misstappen te begrijpen dan ze te ridiculiseren of betreuren.
Wanneer ze over haar jeugd schrijft, ontstaat het beeld van een oneindig feest. ‘We argued, teased, screamed with laughter at family jokes, the funniest my father’s’, herinnerde ze zich. De jonge Diana was omringd door vrienden als Lytton Strachey, Dora Carrington, John Betjeman en Evelyn Waugh. Laatstgenoemde was dolverliefd op de Botticelli-schoonheid, maar nam afstand toen zijn liefde niet beantwoord werd. Vlak voor zijn dood in 1961 kwamen ze weer in contact met elkaar, zo schrijft ze in een openhartig essay. Alles was ‘gay’, ‘beautiful’ en ‘brilliant’, wat ook gold voor haar tijd in nazi-Duitsland. Net als haar grootvader, Lord Redesdale, was ze een huisvriend van de Wagners in Bayreuth.
Het was echter vooral gezellig bij het gezin Goebbels. In haar bespreking van diens (vals gebleken) dagboeken – die begint met de terechte vraag: ‘Zijn ze echt?’ – zou ze de propagandaminister jaren later verdedigen tegen de kritiek van de historicus Hugh Trevor-Roper dat het ging om een leugenachtige en smakeloze herriemaker die te veel Schopenhauer had gelezen. De zoektocht naar haar beweegredenen wordt bemoeilijkt doordat boekenredacteuren haar zelden werken toeschoven over de gruwelen van de nazi’s, bijvoorbeeld tegen homoseksuelen. Veel van haar vrienden zouden linea recta naar concentratiekampen zijn afgevoerd als Hitler het voor het zeggen had gehad in Engeland, wat zijn ambitie was.
Duidelijk is dat Mosley met politici weinig op had, en al helemaal niet met technocratische, saaie ‘do-gooders’ zonder talent om een pakkende toespraak te houden. Kort voor haar dood publiceerde ze een curieuze beschouwing over Pim Fortuyn, in wie ze op de een of andere manier de leider van een verenigd Europa zag. Een persoonlijk tintje zit aan haar afkeer van ‘Mr Winston Churchill’, wat grotendeels te maken heeft met het tijdelijk opheffen van de habeas corpus, de vrijwaring van de freeborn Englishman van gevangenschap zonder proces. Ze bleef bovendien bij het amodieuze standpunt dat hij nooit de oorlog had mogen verklaren aan Hitler. Getuige haar blijdschap dat Churchills plannen om Parijs te bombarderen nooit zijn doorgegaan, lijkt haar voornaamste bezwaar tegen oorlog de afzichtelijke puinhoop te zijn die die met zich meebrengt. Over Parijs, waar ook Nancy woonde, liet ze zich lyrisch uit, evenals over haar lievelingsschrijver Marcel Proust.
Mosley’s schrijfstijl weerspiegelt haar karakter: elegant en helder. En afstandelijk. Wanneer ze het over haar echtgenoot heeft, schrijft ze ‘Sir Oswald Mosley’, en nooit ‘my husband’ of ‘Oswald’. Ze is een meesteres van de droogkomische, gelaten slotzin, zoals: ‘The only hope is to change human nature; a vast programme’ (een boek over martelingen) of: ‘He was not at his best when drunk, but who is?’ (over Waugh). Een constante is haar dédain jegens Amerika en dan met name het plaatselijke dialect. Francis Fukuyama maakt zich volgens Mosley schuldig aan campusjargon en regelmatig mist ze een glossarium met Amerikaanse woorden. Voor haar is een ‘plane’ nog gewoon een ‘aeroplane’, ‘terrible’ ‘disagreeable’ en een ‘radio’ de ‘wireless’. Dit idioom bevestigt het idee dat ze levenslang in een verleidelijk wonderland heeft doorgebracht, van het neo-Tudoriaanse Batsford House van de Mitford-familie in de Cotswolds, via Schloss Neuschwannstein tot de betoverende Temple de la Gloire in Orsay. Het barre bestaan bleef beperkt tot die dertig maanden in de bak – ‘een abominabele woonomgeving’ – waar het afgeefsel van bevochtigde, linnen boekkaften dienst deed als lippenstift.
DE ZES ANDERE MITFORDS

Nancy Mitford (1904–1973): schrijfster
van satires over de upper class en biografe van onder anderen Voltaire, Frederik de Grote en Lodewijk XIV.
Pamela Mitford (1907–1994): de stille
Mitford.
Tom Mitford (1909–1945): de enige man
in het gezelschap, die na homoseksuele ervaringen een rokkenjager werd. Weigerde principieel tegen de Duitsers te vechten
en stierf als soldaat in Birma.
Unity Mitford (1914–1948): maîtresse van
Hitler, die in haar een Goddelijk teken zag, aangezien ze in het dorpje Swastika was geboren en als tweede naam ‘Walküre’ droeg.
Jessica Mitford (1917–1996): wegens
haar communistische sympathieën het ‘Rode schaap van de familie’ genoemd. Vocht in de Spaanse burgeroorlog.
Deborah Mitford (1920): de enige nog
levende Mitford. Hertogin van Devonshire
en schrijfster.
N.B. Eerder in deze krant (1 februari 2008) schreef Liddie Austin over The Mitfords:
Letters between Six Sisters (Fourth Estate 2008), zie www.groene.nl