KUNST

Dicht bij

Lawrence Weiner

De Amerikaan Lawrence Weiner (The Bronx, 1942) is sinds zijn eerste werk in 1960 uitgegroeid tot een van de meest interessante en gevierde kunstenaars van onze tijd. Drie jaar geleden kreeg hij in Los Angeles, New York (Whitney) en Düsseldorf een grote overzichtstentoonstelling van veertig jaar werk; de reacties daarop getuigden van bewondering die aan verering grensde. ‘Required viewing’, schreef The New York Times: 'respite, wake-up call and purification rite all in one’. Weiner geldt als een kunstenaar met schone handen, niet bedorven door de heisa van de markt. Er kleeft hem iets goeroe-achtigs aan.
Met Nederland heeft Weiner een innige relatie; hij woont de helft van zijn tijd in Amsterdam, spreekt de taal goed genoeg om Nederlandse woorden met hun specifieke eigenschappen in zijn werk in te zetten. Weiner is een woordbeeldhouwer, een speler met de verschijning en betekenis van woorden, plaatser van kernachtige en raadselachtige zinnen, liefst op de wanden van grote, overzichtelijke ruimtes maar ook op lucifersdoosjes, briefkaarten en koksmutsen, in boeken en catalogi. Soms poëtisch, soms komisch, soms verheven, soms ondoorgrondelijk.
In Utrecht draait het om 'Dicht bij’. Aan elkaar geschreven is dat al een mooi pleonasme, volgens Weiner, los van elkaar betekent het 'afgesloten’ en 'in contact’ tegelijk. Dat woord wordt gevat in elegante eenvoudige wandschilderingen, met de zin 'Voortgebracht door de resonantie van een dissonantie’. Uit oude dialectiek komen, suggereert Weiner, nieuwe begrippen voort, die bruikbaar zijn om nieuwe cultureel-maatschappelijke ontwikkelingen aan te pakken. Zoals 'Dichtbij’ en 'Dicht Bij’. Daar valt over na te denken. Weer eens iets anders dan 'Sterk en sociaal’.
Weiner was vorige maand bij de opening in BAK Utrecht aanwezig om in gesprek met Ann Goldstein - nu directeur van het Stedelijk Amsterdam, in 2007 nog de curator van Weiners retrospectief - zijn werk toe te lichten. De zaal was zes keer uitverkocht, dat liet zich raden, want Weiner is behalve erudiet, schalks en beminnelijk ook een New Yorker van de ouderwetse hardboiled-linkse soort, die graag kruidig uit de hoek komt: 'All religion is in essence fascist.’ 'The first encounter with art is like the first time you fuck.’ Zijn instinct is anti-autoritair. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig. Kunst mag alles zijn, als het maar niet racistisch, fascistisch of seksistisch is. Waarom 'hij’ of 'zij’ gebruiken, als het ook 'het’ kan zijn? Hij ergert zich eraan dat de kunst zich heeft laten inkapselen in de 'zelfgenoegzame mateloosheid’ van het neoliberaal kapitalisme, een situatie waarin 'solidariteit door competitie is vervangen’.
Weiner ziet kunst bepaald niet als een gecompliceerd métier, en de kunstenaar al helemaal niet als een Prometheus. Kunst is domweg het beschrijven van de interactie tussen mensen en voorwerpen, en voorwerpen en voorwerpen. Wat doet blauw met geel? Wat staat er op tafel? Wat vinden we daarvan? Meer is er niet.
Het merkwaardige is dat bij die doordachte 'content’ en het wijsgerig vernuft van de woorden, toch vooral de meesterlijke eenvoud van zo'n grote wandtekening - een paar helder gekleurde curves, tien woorden, niks meer - de kijker onmiddellijk overtuigt. Die elegante beweging is van groot belang, omdat Weiners pretentie niet is: 'Dit hier is kunst omdat ik dat zeg’, maar juist: 'Dit is kunst als u dat vindt.’ De kunstenaar doet zijn werk, maar het is geen esthetisch trucje. Het is grootse bescheidenheid.

Dicht Bij. Lawrence Weiner. BAK, Lange Nieuwstraat 4, Utrecht, t/m 28 maart; www.bak-utrecht.nl