Dichten 2.0

Een van de best verkochte dichtbundels van de laatste maanden is geschreven door Nico Dijkshoorn, bij mensen van de Web 2.0-generatie beter bekend als P. Kouwes. Op vaste tijden kruipt hij achter zijn laptop om zich met puntige sneldichten over de actualiteit te mengen tussen de ‘reaguurders’ van GeenStijl.nl, waar hij in ijltempo een cultstatus bereikte.
Is het goede poëzie? Ik zou het niet durven zeggen, en het mooie is dat die vraag volstrekt niet relevant is. Het zal Kouwes en zijn fans volslagen koud laten wat Piet Gerbrandy en Rob Schouten er allemaal van vinden. Dit is dichten twee-punt-nul, online, live en interactief, de nieuwe-media-variant van de troubadour die gelegenheidsverzen uit zijn mouw schudt op dorpspleinen en in kroegen. Dit is dichten waar pretentie noch papier aan te pas komt. Kouwes is vermoedelijk de enige Nederlandse dichter die nog nooit in café De Zwart in Amsterdam is geweest, wat op zichzelf al een ongekende prestatie is.
Zo dacht ik er ongeveer over tot het moment dat ik hem bij De wereld draait door zag zitten met  wat een teleurstelling!  een papíeren bundel. Verzameld werk. Bij een degelijke Amsterdamse uitgeverij. Sindsdien zit hij van tijd tot tijd in het programma om ter plekke zijn gedichten te schrijven en in de laatste minuten van de uitzending voor te dragen. De eerste druk van de bundel vloog de winkel uit, en met bedrukt hart vraag je je af hoe vaak P. Kouwes inmiddels al in De Zwart moet zijn geweest.
Wie nog geloofde dat de nieuwe media de vermeende ‘oude media’ overbodig zouden maken, is nu voorgoed uit die droom ontwaakt. Volgens de fanatieke goeroes en pleitbezorgers van de nieuwe media zouden we allemaal user-generated content gaan produceren, kunnen de papieren bladen de kachel in en krijgt de televisie een doodsteek van YouTube. Weg met de autoriteiten, welkom in de nieuwe wereld van de gedemocratiseerde digitale ruimte.
Het geval P. Kouwes is een van de vele voorbeelden die laten zien dat kunstenaars en entertainers in de nieuwe media pas erkenning krijgen (of in elk geval zoeken) in de oude media. De route naar roem loopt van blogger naar boekcontract, van YouTube naar MTV en van reaguurder naar De wereld draait door.
Nieuwe media blijken allerminst een nieuw epicentrum te zijn vol users en producers die nooit meer een voet buiten de virtuele realiteit zetten; ze bewijzen juist hun status van cultuur in de marge, waaruit van tijd tot tijd iemand kan bovendrijven. Voorheen beperkte de literaire talentenscout zich tot de literaire tijdschriften, die hoofdzakelijk door uitgevers worden gelezen, en door aspirant-schrijvers (maar die bladeren er alleen in de bibliotheek doorheen, op zoek naar de adresgegevens voor in te sturen kopij). Nu is daar het internet bij gekomen.
Niets aan de hand dus. Problematisch wordt het alleen als de oude media de democratiseringsdrift van de nieuwe overnemen. Eind 2004 moest een Dichter des Vaderlands ineens door het volk gekozen worden, zodat we opgescheept raakten met de Groningse reutemeteut-rijmelaar Driek van Wissen. Vanaf 2 januari mogen we opnieuw gaan stemmen. Vanzelfsprekend online.
Dat je voor je favoriete Gouden kooi-lul of Idols-kut mag sms’en en stemmen: prima. Dat zingende YouTube-tutjes zich via kudo’s laten feliciteren met hun bodemloze narcisme: ze doen maar. Maar als de functie Dichter des Vaderlands inderdaad een serieus equivalent wil zijn van de Poet Laureate, dan zal men een andere benoemingsprocedure moeten volgen dan deze, die garant staat voor de dictatuur van de middelmatigheid. Dat elke Joe Sixpack of Joe the Plumber onze politieke leiders mag kiezen is al erg zat, maar laat ze in hemelsnaam afblijven van dat veel belangrijkere domein, de poëzie.
Als hij wat vaker in De Zwart komt, zal het niet lang duren voordat ook P. Kouwes op de nominatielijst staat voor Dichter des Vaderlands. Tegen de campagne die dan in alle haarvaten van het web losbarst, sta je machteloos.
Ik vrees dat zelfs de achterflapfoto waarmee Ilja Leonard Pfeijffer zich momenteel onder de aandacht brengt dan weinig meer zal uithalen: naakt voor zijn boekenkast, languit op de bank en  wat ik persoonlijk nog wel het meest schokkende van de hele foto blijf vinden  zonder bril.
CHRISTIAAN WEIJTS