Dichten als daad

Een Ier, een Duitser, een Rus, een Chinees. Kunstenaar Rene Seghers reist in een rechte lijn over het Euraziatische continent en laat in elke plaats die hij passeert een inwoner zijn gedicht voorlezen. Een idealistische onderneming.
RENE SEGHERS (30) is beeldend kunstenaar en schrijft gedichten. Zo'n gedicht probeert hij visueel een speciale vorm te geven. Bijzonder tevreden was hij over z'n korte gedicht Onbestemd:
‘Onbestemd luister ik naar zijn mooie woorden, gedragen door de wind zeggen ze niets, ze zijn onbestemd ze verleiden de leegte.’
Visueel knoopte hij deze tekst vier keer zo in elkaar dat in de figuur die daarmee ontstond zowel het yin-en-yangsymbool, het achtvoudig pad van het boeddhisme, de kruisvorm, de swastika als de olympische ringen zijn te ontdekken. Het werd een soort van universeel symbool voor holle woorden die broederschap en wereldvrede beloven, maar meestal tot scheiding, oorlog en ellende leiden.

Rene Seghers: ‘Al die symbolen zijn eigenlijk verbroederingssymbolen, maar ze hebben allemaal op vlaggen gestaan, ze zijn allemaal misbruikt om oorlog te kunnen voeren. Al die wereldsymbolen sluiten elkaar ook uit, want ze pretenderen allemaal dat er maar een waarheid is. Daar heb ik een kritisch gedicht over geschreven, waarbij de vorm een integraal onderdeel van het gedicht is, maar het blijft toch een vage, polyinterpretabele tekst. Het probleem is dat het gedicht niet ontsnapt aan z'n eigen kritiek. Ook dit blijven mooie woorden in een onbestemde leegte. Je zou het bij wijze van spreken direct op de vlag van Vrij Koerdistan kunnen zetten en er oorlog mee voeren tegen de Turken.
Het gedicht bijt in z'n eigen staart, het slaat op zichzelf terug, het blijft blabla, het wordt geen daad. Dat bleef me bezighouden, tot ik door een toeval op het idee kwam met het gedicht door de wereld te reizen, van de westkust van Ierland naar Japan, langs een rechte lijn met enige lichte afwijkingen om steden als Londen, Amsterdam, Berlijn, Warschau, Moskou, Irkoetsk, Wladiwostok en Tokyo te kunnen aandoen. In elke stad of dorp op die lijn, hoe klein ook - in totaal zijn het er 508 verspreid over zo'n 15.000 kilometer - laat ik iemand het gedicht voorlezen, in zijn of haar eigen taal of dialect vertaald. We nemen dat op video op. Als je dat achter elkaar hoort zie je als het ware de taal verschuiven door de ruimte, dwars over de grenzen heen. Je ziet ook de mensen langzaam veranderen, een Ier verandert in een Rus, een Chinees, een Japanner.
Maar belangrijker dan het gedicht zijn nog de foto’s die ik van al die willekeurig gekozen mensen maak in hun eigen omgeving. Het wordt een portret van 508 mensen, verspreid over het hele continent, uit alle lagen van de bevolking, van bedelaar tot president, van priester tot prostituee. Dat wordt een tentoonstelling en dan vormt dat portret van die 508 sprekers uiteindelijk het echte gedicht.
Daarmee laat je zien dat er los van al die mooie idealen eigenlijk al een wereld bestaat. De ideologieen leiden ertoe dat mensen elkaar de hersens in slaan, maar er bestaat al lang een band tussen de mensen. Er moet alleen iets in het denken veranderen. Dat toont het voltooide gedicht hopelijk straks aan.’
Al vijf jaar is Rene Seghers nu met z'n project Banden bezig. Het grootste deel van de opnamen is nu gemaakt. Zo'n 280 mensen in Ierland, Engeland, Nederland, West- en Oost-Duitsland, in Japan en in China hebben z'n gedicht al voorgelezen en soms zelfs gezongen - zoals een boer in Twello spontaan deed, met z'n harmonika als begeleiding. Er moeten nu nog zo'n 220 sprekers worden gevonden, in het immense, maar dunbevolkte Siberie, in de buurt van Moskou, in Wit-Rusland en Polen. Nog deze maand reist hij per trein naar Wladiwostok en vandaar stap voor stap naar het westen, waarschijnlijk op een paard, het enige vervoermiddel waarmee alle kleine dorpen op het traject te bereiken zijn. Want wegen en treinrails zijn er lang niet overal.
Hij wordt voor dit deel van de reis vergezeld door Murielle Clement, die Russisch spreekt en al vaker onwaarschijnlijke projecten - een vurige opvoering van de opera Carmen met alleen jonge Russische zangers bijvoorbeeld - tot stand heeft gebracht. Ze zien wel hoever ze komen. Het allerlaatste deel van de tocht, Polen en Wit-Rusland, kan eventueel nog vanuit Nederland per auto worden volbracht.
Het klinkt krankzinnig: op een paard Siberie door. Ze willen ter plaatse zien hoe het precies gaat. Hun ervaring is dat zoiets bijna niet van hieruit te regelen is. Ze kunnen in ieder geval terugvallen op een aantal steunpunten onderweg, vanwaaruit ze de kleinere plaatsen kunnen bereiken. Tot nu viel de medewerking van de plaatselijk bevolking overal geweldig mee. Ook in Japan, waar de mensen zo gereserveerd heten te zijn; als je daar met een concrete vraag komt, blijken ze bijna altijd nieuwsgierig en hulpvaardig.
Alleen in Engeland was het moeilijk mensen te vinden die spontaan bereid waren als sprekers mee te doen. Rene Seghers: 'Als je jezelf blijft, integer bent en duidelijk zegt wat je wilt, dan heb je, van Dublin tot Tokyo, weinig problemen. Er kan wel eens iemand nee zeggen, maar meestal doen ze het. De enige uitzondering is Engeland, dat is een land met een sleutelgatcultuur. Iedereen heeft tien sloten op z'n huis en leest elke dag boulevardbladen die vol staan met verhalen over massamoordenaars. Als ik daar bij iemand aanbel, reageert hij panisch omdat hij mij niet kent en onderbreekt me al na drie zinnen: “Is it about money?” Je moest al helemaal niet zeggen dat je een dichter of kunstenaar bent, we noemden ons op den duur maar Dutch camera crew, dat nam de argwaan een beetje weg. In Nederland en Duitsland hadden we die problemen niet. Nederlanders zien al dagelijks op de tv hoe willekeurige mensen een microfoon onder de neus geduwd krijgen en naar hun mening worden gevraagd. Ze reageren van: Ha, eindelijk komen ze ook eens bij mij.
Er was wel een duidelijk verschil tussen West- en Oost-Duitsland. In Oost-Duitsland zijn ze sinds de Wende zo vaak bedonderd door mensen uit het Westen, verzekeringsfraudeurs of mensen die met prachtige afbetalingsplannen komen waar niets van klopt, dat ze nu vaak aan de grond zitten. Hun houding is zo van: ik vertrouw je wel, maar ik heb al eerder iemand vertrouwd die niet te vertrouwen bleek. Dan komen ze achteraf nog achter je aan om te vragen of ze je paspoort mogen zien. Ze zijn ook stomverbaasd als je ze later hun foto gratis opstuurt.
We sluiten helemaal niemand uit, we vragen mensen op straat of bellen bij ze aan. Wel houd ik er rekening mee dat we evenveel mannen als vrouwen hebben en dat ook de leeftijden gespreid zijn, van kinderen tot heel oude mensen. We vragen wel altijd iemand die in die plaats geboren is. Maar in Amsterdam hebben we ook een Surinaamse uit de Bijlmer, want die invloed moet je ook laten zien.’
'SOMMIGE ONTMOETINGEN zijn zeer bizar. Ergens in Oost-Duitsland zaten we in een dorpje waar niemand mee wilde doen. Toen kwam er een rare neonazi aanlopen, met allemaal tatoeages. Ik wilde hem graag hebben en legde uit waar het project over gaat, dat een Duitser erdoor verbonden wordt met een Chinees. Hij riep: “Was? Ein Reich, ein Fuhrer!” en liep weg. Toen riep ik hem achterna: “Zehn Mark!” en daarvoor was hij bereid zijn idealen te verraden. Die man had negen jaar in Oost-Duitsland in het gevang gezeten omdat hij een Rus had vermoord. Hij vond dat de Oostduitse meisjes voor de Oostduitsers waren, daarom had hij die Russische soldaat gewurgd. Na de val van de Muur werd hij in dat dorp als een grote verzetsheld beschouwd.
De enige keer dat ik er maar van heb afgezien, was in Ierland, in een troosteloze buurt vol kansarmen. Er stond een jeugdbende aan de overkant van de straat die me wel wat leek, maar dat hebben we toch niet aangedurfd. Dat is het voordeel van zo'n project, je komt niet op toeristische plaatsen, maar op plekken waar je anders nooit zou komen, bijvoorbeeld in zo'n ellendewijk.
Echt mis ging het in China. We hadden toestemming van de Chinese ambassade, alles leek prima geregeld, onze Chinese gids zei: China is een open land, je mag overal komen. Toch werd ik in Yakeshi, in Binnen-Mongolie gearresteerd en zeven dagen vastgehouden. Ik had een man gevonden met een boerenkar die letterlijk in de modder stond. Er kwam een politieman aan die vroeg wat we daar deden; wilden we de naam van China door het slijk halen? Was ik een spion? Het bleek al gauw een misverstand, maar toen konden ze niet meer terug, de hoge pieten van buiten waren al ingeschakeld. M'n visum werd ingetrokken, ik moest binnen een week het land uit. Ik moest m'n filmrolletjes inleveren, maar gelukkig namen ze genoegen met een leeg rolletje. Ik moest ook m'n videobanden wissen, maar door een trucje heb ik de opnamen nog. Ik hoop vanuit Wladiwostok de overgebleven plaatsen nog te kunnen aandoen.
Daartegenover staat dat meisje in Tokyo, Yuka Minagawa. M'n engel noem ik haar, met haar geblokte jurkje en parasol. Ik zag haar, wilde haar aanspreken en verloor haar uit het oog. Twee uur later zie ik haar met haar vriendje uit de metro stappen en gaat zij mee naar m'n hotel waar m'n apparatuur staat. Ik heb haar zelfs bij het afscheid in de lift m'n gouden ring gegeven. Ook voor die mensen is het vaak een avontuur om mee te doen, dat hun leven spanning geeft.’
HET REIZEN EN de opnames zijn opwindend. Veel vermoeiender en taaier is het om geld voor het project bijeen te brengen. Bijna alle Nederlandse gemeentes op de route hebben bedragen van vijfhonderd gulden (voor een dorp) of duizend gulden (voor een stad) bijgedragen. Maar het duurde wel anderhalf jaar om die toezeggingen te krijgen. Op basis daarvan kon de reis naar Ierland, Engeland, door Nederland en door Duitsland worden gemaakt, en zelfs naar Japan.
Sponsors dragen tot nu toe vooral bij in de kosten voor filmpjes, videobanden, afdrukpapier en dergelijke. Er zijn al een paar tentoonstellingen geweest, onder andere bij galerie Pieter Brattinga in Amsterdam, waar een immense, zeventien meter lange kaart van de route heeft gehangen. In Tilburg - waar Seghers als bleekneuzig jongetje dat niet aan het voetballen mocht meedoen, op de middelbare school zat - gaf hij vorige week een one-man-show met z'n Banden.
Tot nu toe heeft jammer genoeg nog geen omroep bedacht dat er een prachtige documentaire over zo'n project zou kunnen worden gemaakt. Mochten ze alsnog op het idee komen er iets mee te doen, dan moeten ze wel snel zijn, want als dit levenswerk is voltooid, wil Seghers iets heel anders gaan doen. Hij wil niet, als Christo, overal z'n kunstje blijven herhalen. Toch vallen er nog veel routes te verzinnen. Bijvoorbeeld via de Beringstraat naar Alaska en van daar via heel Noord- en Zuid-Amerika naar Vuurland, of van Finland zuidwaarts naar Zuid-Afrika. Maar dat moet iemand anders dan maar doen. Als de tentoonstelling met de foto’s, de videofilm met 508 maal de tekst en het dagboek af is, kan die door de wereld gaan reizen en wordt het gedicht als het ware teruggeven aan de mensen.
EN WORDT DE wereld er dan beter van? Rene Seghers: 'Ik geloof niet dat ik hiermee de wereldvrede dichterbij breng. Ik ben bang dat oorlog de natuurlijke staat van de mens is. Die geschiedenis van 5000 jaar oorlog valt nu eenmaal niet te loochenen. Maar laten ze duidelijk zijn, laten ze niet zeggen dat ze oorlog voeren om al die zogenaamde mooie woorden, maar omdat ze op elkaars bezit uit zijn.
Ik wil de wereld niet verbeteren, maar ik wil iets laten zien dat er al is, iets wat mensen gemeen hebben. Mijn werk heeft inhoud, ik heb niet voor niets na mijn opleiding aan de kunstacademie filosofie gestudeerd. Het woord kunst heeft een erg holle klank gekregen. Ik vind het dom om je aan je tijd te willen ontworstelen. Ik wil me bezig houden met de dingen die nu relevant zijn, niet louter schilderen om het schilderen of dingen maken om in een museum te hangen. Dit is niet alleen maar een esthetisch project, al mogen mensen het best mooie foto’s vinden en mogen ze best maling hebben aan het gedicht.’