Menno Hurenkamp

Dichter aangeboden

Driek van Wissen is door het volk gekozen tot dichter des Vaderlands. Van Wissen is een vrolijke Frans die aardig weg weet met het rijmwoordenboek. Zijn werk is ogenblikkelijk te doorgronden – zoals je ook de diepte van een bierviltje in enen kunt peilen – en als er ooit iemand in persoon en werk het majestueuze adjectief «boertig» verbeeldde, dan hij wel. Het idee van dat Vaderlands dichterschap is nu en dan wat dichten over actuele toestanden in NRC Handelsblad. Maar het begint op te vallen: op kritieke momenten wordt Driek van Wissen ver van het papier gehouden. Het is de krant blijkbaar toch te bar om, op het moment dat bijvoorbeeld Taïda Pasic moet inrukken naar haar vaderland, dat te omlijsten met regels als: «die dekselse meid/ maakte veel stampijt/ pakte daarop haar koffers snel/ haalde haar diploma wel».
Voor Pasic haalde de krant liever Judith Herzberg van stal, en daar is wat voor te zeggen. Deze dichteres verwoordde in mineur-staccato de verontwaardiging: «Ik ben één in een menigte/ Ik protesteer. Hoor keer op keer/ Aan alle kanten om me heen:/ in zo’n land wil ik niet leven.» Maar ook Herzberg kreeg niet op papier dat de werkelijkheid van de zaak-Pasic ingewikkelder is dan het aanklagen van een vervelende «feeks met harde zelfvoldane kaken/ die weet wat wet is». In zo’n zaak als deze kan Rita Verdonk het eenvoudigweg niet goed doen, hoe laakbaar het krampachtige en zelfingenomen gedrag van de minister van Vreemdelingenzaken ook is. Er is niet zoiets als een aardig vreemdelingenbeleid. Dat een rijk land als Nederland altijd slachtoffers zal maken is pijnlijker dan dat Pasic weg moet. Herzbergs woordkeus was anders dan die van Van Wissen vermoedelijk geweest zou zijn. Herzbergs thema was even plat (of diep) – hoe oprecht haar boosheid ook is.
Als de plek van Van Wissen toch te geef is, gun de uit Iran afkomstige jurist en dichter Afshin Ellian dan eens de ruimte. Hij is academicus en dichter, maar lijkt vooral actief op het meningen-front. Zeg «islam» en Ellian legt – liefst voor de camera – uit dat de islam niet te vertrouwen is. Hij bromt als een voorgeprogrammeerde hommel op de achtergrond. Als zijn codewoord valt prikt-ie even. Zo trekt hij lekker flak aan van de progressieve intelligentsia. Volgens Anil Ramdas dicht-ie alleen over witte piemels, volgens Ronald Plasterk is het een extreem-rechtse denker. Dat is overdreven – zo’n hommel brengt ook leven in het debat.
Eentonig is het wel. Ellian is behalve dichter dus ook hoogleraar «burgerschap, sociale cohesie en multiculturaliteit» aan de Universiteit van Leiden. Maar in de academische bibliotheek valt geen letter van hem over deze onderwerpen te ontdekken. (Voor een hoogleraar eigenlijk ook weinig over andere onderwerpen.) Wie weet – als hij de uitnodiging krijgt om zich op een van zijn beroepen te concentreren, komt er nog eens wat verrassends uit de man. Neem Pasic, Verdonk en de dubbelzinnigheid in dat gevecht tussen twee vrouwen om kansen in Nederland. Ellian, als migrant, als self made man, als zelfbenoemd pleitbezorger van de emancipatie, zou daar als geen ander weg mee moeten weten. Niet in een zoveelste mening, maar in een vers of desnoods in een voetnoot.