Dick tommel

Hij blijft altijd vriendelijk en beleefd, straatvechten is zijn stijl niet. Dus is hij geen partij voor Adri Duivesteijn. Het probleem is echter dat hij ook niet goed kan besturen. Een politiek portret van staatssecretaris Tommel.
DICK TOMMEL mag dan een verdienstelijk schaker zijn, deze week lijkt het einde van zijn bestuurlijke carriere toch in zicht. Tommel, die voor zijn aantreden in de Tweede Kamer in 1981 functies vervulde als inspecteur volksgezondheid en adjunct- directeur provinciale waterstaat, heeft het als staatssecretaris eigenlijk geen enkele keer goed gedaan. Merkwaardig, want als kamerlid wist hij wel degelijk de zaken die hij van werkelijk belang vond naar zijn hand te zetten.

Hij nam het bijvoorbeeld met succes op tegen Van Mierlo toen eind jaren zeventig Nederlandse politici zich in alle mogelijke bochten wrongen om een standpunt in te nemen over diverse soorten kernwapens, een standpunt dat de nogal scherp tot uitdrukking gekomen volkswil niet al te zeer zou bruuskeren maar tegelijkertijd onze Atlantische vrienden tevreden zou stemmen. Van Mierlo, toentertijd minister van Defensie, was de mening toegedaan dat de beheersing van kernwapens niet via verboden en afschaffing tot stand kon komen en vond Dick Tommel tegenover zich. Tommel was op dit gebied een bevlogen kamerlid, en leek ook nog te weten hoe het spel gespeeld moest worden. Aan spelinzicht heeft het hem de afgelopen tijd echter maar al te zeer ontbroken.
Daarbij heeft Tommel natuurlijk de pech Adri Duivesteijn tegenover zich te vinden, die van plan is desnoods geheel in zijn eentje en ten koste van wie er maar in de weg loopt het sociale gezicht van de PvdA te redden. ‘Daarvoor ben ik ook ingehuurd’, zegt hij er onbevangen bij, ondertussen de ene na de andere persoonlijke aanval op met name Tommel lancerend. Want zoals Duivesteijn het sociale gezicht van de PvdA moet redden, zo is de volkshuisvesting de sector waar al het sociale leed dat de afgelopen jaren, ook door PvdA-beleid, is aangericht, moet worden weggemasseerd.
Tommel heeft de aanvallen van Duivesteijn eigenlijk nooit goed kunnen pareren. De stijl - straatvechten - staat hem tegen, en hij is er ook niet goed in. Toch had hij er beter aan gedaan om tenminste af en toe Duivesteijn toe te voegen dat hij zijn grote mond moet houden omdat zijn partij in hoge mate verantwoordelijk is voor de malaise in huisvestingsland. In ieder geval een heel stuk verantwoordelijker dan Tommel zelf. Duivesteijn maakt er geen geheim van dat hij een voorstander is van een radicale beleidswijziging van zijn partij op dit gebied. De vraag is echter wat er gebeurt als hij zijn zin krijgt. De operatie die Heerma heeft ingezet en die Tommel zo graag geruisloos had voltooid, bespaart de overheid nu en in de toekomst miljarden. Als de huren betaalbaar moeten blijven en de markt niet ongeremd zijn gang kan gaan, als de volkshuisvesting kortom weer een sociale sector moet worden, hoort daar toch echt een zak geld bij die ook Adri Duivesteijn niet uit de hoge hoed kan toveren.
TOMMEL IS NIET GOED in straatvechten, maar het probleem is dat hij ook niet goed is in besturen. Het is een wel vaker voorkomend fenomeen in Den Haag: goed politicus en slecht bestuurder, of omgekeerd. Waar een bestuurder er goed aan doet om een boven de partijen staande wijsheid uit te stralen, weet Tommel zich met onwaarschijnlijke precisie iedere keer naar het brandpunt van het conflict te werken. Ook als dat helemaal niet nodig is.
Zijn portefeuille is bepaald niet zijn grootste hobby en alom wordt getwijfeld aan de oprechtheid van zijn zorg om de minima. Dat krijg je als je dingen zegt als: 'De huren zijn alleen maar hoog als het inkomen laag is.’ Telkens weer verklaarde Tommel voornamelijk het beleid van zijn voorganger Heerma te willen voortzetten. Dat beleid stuurde de woningcorporaties de markt op - of het bos in, zo men wil - en bouwde tegelijk de bouwsubsidies af.
De huren vlogen omhoog maar desondanks kwamen veel corporaties in de pro blemen. De Limburgse woningcorporatie WBL had een slechte start (een van de drie fusiepartners was bij het tot stand komen van de WBL praktisch failliet), last van de inmiddels bekende Limburgse hebbelijkheden (incompetente en corrupte bestuurders met fijne onkostenvergoedingen) en een problematisch huizenbestand (achterstallig onderhoud). Wat zich vervolgens afspeelde, is inmiddels in de Nederlandse politiek ook een vertrouwd beeld. Men schuift de hete aardappel eens wat heen en weer. Men schrapt eens een passage of drie uit een al te kritisch rapport van ambtenaren, men belt eens links en rechts wat politieke vrienden. En met een beetje goede wil is zo'n lijk wel in de kast te houden tot de opvolger aantreedt.
Die opvolger was dus Tommel. Heerma had het niet nodig gevonden een rood stickertje op het dossier WBL te plakken of om zijn opvolger op dit tijdbommetje te wijzen. Tommel liet het nog eens een jaartje liggen. En toen greep de Kamer in. Tommel schatte de situatie dusdanig verkeerd in dat hij zich met hand en tand verzette tegen een voorgesteld parlementair onderzoek. Daarover werd de Kamer boos, en nog bozer toen hij te elfder ure een reuzezwaai maakte en de Kamer datzelfde onderzoek 'aanraadde’ om de 'veenbrand’ te blussen die was ontstaan en om zijn ambtenaren van alle blaam te zuiveren.
DAT IS NIET zo erg gelukt. Het rapport spreekt van 'verwijtbaar tekortschieten van het politiek bestuur’ en dat gaat, naar het zich nu laat aanzien, staatssecretaris Tommel de kop kosten. Het eindeloze gedoe over Duivesteijn en Tommel, de psychologische portretten in de media, het spelen op de man, de wanhoop van journalisten over Tommel die maar altijd vriendelijk en beleefd blijft - het zijn evenzovele rookgordij nen. Rookgordijnen voor wat de WBL-affaire toch ook vrij helder aantoont. De afschaffing van de volkshuisvesting als sociale onderneming van de staat heeft inderdaad geleid tot waar indertijd voor gewaarschuwd werd. Groepen mensen die de huur niet meer kunnen opbrengen maar die ook niet kunnen uitwijken naar goedkopere woningen want die zijn er niet meer, en corporaties die in de problemen komen omdat de woningbouw nu eenmaal niet voor niets werd gesubsidieerd.
Onderzoekers die in opdracht van het ministerie van Vrom een aantal simulaties uitvoerden, becijferden dat rond het jaar 2005 de meeste corporaties failliet zijn. Het ministerie verzocht de onderzoeksbureaus vriendelijk doch dringend een paar andere, minder desastreuze varianten door te rekenen. Er kan nog veel gebeuren voor het 2005 is, maar de bruteringsoperatie van Heerma, waarbij uitstaande leningen van de rijksoverheid werden weggestreept tegen de subsidieverplichtingen van diezelfde rijksoverheid, heeft al zo'n dertig woningcorporaties in of zeer dichtbij de rode cijfers gebracht. Dat wisten ook de spelers op het WBL-toneel, die beslist niet stonden te springen om de WBL financieel uit het slop te halen: het Centraal Fonds Volkshuisvesting, het ministerie van Vrom, de betrokken gemeenten. Er zijn nog vele wachtenden na de WBL, en ook zonder zakkenvullende regenten komen woningbouwverenigingen in grote moeilijkheden. Je kunt de huren niet eindeloos blijven verhogen, niet al het woningbezit van corporaties is winstgevend verkoopbaar, en wie het bouwen voortaan gaat betalen, is een grote open vraag.
Allemaal kwesties die wel even belangrijker zijn dan de stijl van besturen van Tommel, of zijn gebrek aan inzicht en visie, aan ambitie en gedrevenheid op dit gebied en wat de man allemaal nog niet meer ver weten is. Het is jammer dat het Tommel niet gelukt is zelf uit het schootsveld te stappen en de dames en heren politici te confronteren met wat ze zelf veroorzaakt hebben; kaalslag in een sector die een kleine honderd jaar de ruggegraat vormde van een niet eens zo'n erg slecht volkshuisvestingsbeleid.
IETS DERGELIJKS overkwam Tommel ook al bij de discussies over de huursubsidie. Dat was weer een staaltje van wat ooit ongetwijfeld beschreven zal gaan worden als een van de opvallendste kenmerken van de Nederlandse politiek na 1980 in het algemeen en die van de PvdA in het bijzonder: het ach en wee roepen over de gevolgen van beleid dat men zelf heeft vormgegeven of gesanctioneerd. De overenthousiaste marktconforme aanpak van de woningcorporaties dreef in korte tijd de huren misschien wel marktconform maar voor mensen niet portemonneeconform op. Huursubsidie kan dat niet bijbenen en de PvdA staat voorop om op hoge toon compensatie voor de minima te eisen.
Tommel had toen ook kunnen zeggen: 'Meneer Duivesteijn, uw sociaal kloppend hart is roerend, maar uw partij had beter aan de minima kunnen denken toen Heerma zijn operatie zo geruisloos kon uitvoeren. Het is politiek onbehoorlijk om te klagen over de geheel voorziene gevolgen van een door u gewenst beleid.’ Maar dat gebeurde niet en Tommel moest andermaal bakzeil halen.
Duivesteijn mag nog wel twee keer nadenken voor hij het aftreden van Tommel organiseert. Als zijn opvolger wel wat harder over het voetlicht weet te brengen waar het op staat, zal het nieuwe sociale gezicht van de PvdA binnen de kortste keren een carnavalsmasker blijken te zijn.