Dictee

Zoals iedere snob heb ik de laatste jaren voor de televisie mee zitten schrijven met Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Jaloers keek ik naar de serieuze spellers en de hotemetoten die live mee mochten doen. Dat leek me wel zo leuk! Bovendien ben ik een vulpennenfreak, dus ik dacht altijd: ik wil die pen!

En ja hoor, dit jaar werd ik opgebeld met de vraag of ik in levenden lijve aanwezig zou willen zijn en mee zou willen doen. Ik sprong een gat in de lucht, maar hield mezelf nog net met een voetje op de grond door te bedenken dat het alleen maar kwam doordat ik tot ongekende hoogte ben gevallen, namelijk tot lid van de Eerste Kamer. Ja, gilde ik enthousiast op de gestelde vraag.
Zaterdag jl. was het zo ver. Ik heb een topdag gehad. Ik moet de organisatoren, de NPS, de Nederlandse Taalunie, de Van Dale, de mensen die werken in het Eerste-Kamergebouw en iedereen die ik vergeet, heel erg hartelijk bedanken.
Het dictee was moeilijk. Ik zit boven het gemiddelde met het aantal fouten. Mijn fouten zijn niet zo zeer spelfouten, maar meer verbindingsstreepjes en verbindingswoordenfouten. Ik verbeeld me nog steeds dat ik redelijk goed kan spellen, gelukkig zit ik ook niet zo veel boven het gemiddelde dat ik het niet zonder blozen durf te zeggen. Maar toch, mijn ego heeft een deuk opgelopen. Het was oergezellig met een lekker buffet en een goed glas wijn en Emma Brunt heeft me heel aardig tot mijn voordeur gebracht met die nieuwe loodzware Van Dale en het nieuwe Groene Boekje. En ik maar hopen dat ze me volgend jaar weer zullen vragen!
Er waren serieuze spellers die tot het laatst in hun oude Groene Boekje zaten te lezen. Een van hen heeft vanzelfsprekend gewonnen.
Zo hoort het ook, zeg ik nu schijnheilig. Ik wil natuurlijk zelf winnen volgend jaar.