Die andere minderheden

DE EERSTE VRAAG die altijd gesteld wordt aan een nieuwe commissaris van de koningin in Friesland is: bent u van plan Fries te leren? Meestal is het antwoord een vroom ‘dat ben ik wel van plan, ja’. Daar blijft het dan bij. Hans Wiegel en Loek Hermans kwamen niet verder dan een paar beleefdheden.
Dat zal, als het aan minister Donner van Binnenlandse Zaken ligt, veranderen. Het Fries wordt een recht, vastgelegd in een herziening van de taalwet.
De implicaties zijn groot. Nederland heeft het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden ondertekend. Behalve boterzachte beloftes om de talen van minderheden te 'respecteren’ staat er ook in dat landen maatregelen moeten nemen om talen van minderheden te 'beschermen en bevorderen’. Denk aan 'een aanmerkelijk deel van het onderwijs’ in het Fries. Of op verzoek de gerechtelijke procedure in het Fries voeren, en alle stukken 'zonder extra kosten voor de betrokkenen’ vertalen. Autoriteiten moeten Fries praten en alle formulieren en documenten moeten vertaald worden.
Het verdrag gaat nog verder. Ook in het buurthuis, ziekenhuizen en bejaardentehuizen moet Fries gesproken worden. Logisch dat allerlei Friese belangengroeperingen de afgelopen jaren aanklopten bij de Raad van Europa, om te klagen dat Nederland haar beloftes niet nakwam.
Maar daar had beter niet naar geluisterd kunnen worden, om drie redenen. Ten eerste is het niet logisch dat de Raad van Europa een rol speelt bij dit soort zaken. De Raad is een sympathiek vehikel om de mensenrechten te beschermen, de adviezen zijn ook meestal niet bindend. Maar het zou beter zijn als de Raad in dit soort gevallen voorzichtigheid betrachtte. Arm Bosnië, als dat land straks voor vijftien minderheden aparte formulieren moet gaan drukken.
Ten tweede leiden dit soort bepalingen altijd tot een boodschappenlijst van gepassioneerde minderheden. Gedeputeerde van de provincie Friesland Jannewietske de Vries was er als de kippen bij om de aankondiging van Donner te betitelen als, vooruit, 'in histoarysk momint’. Om daar direct aan toe te voegen dat het natuurlijk niet ver genoeg gaat. Meer geld moet erbij. En er moet bij wet bepaald worden hoeveel uur Friese les kinderen dagelijks op school krijgen.
Tot slot roept iedereen de afgelopen jaren, in dat debat over die andere minderheden, dat toch vooral Nederlands de voertaal moet zijn. Als we dat eisen, waarom geldt dat dan voor de ene minderheid wel en voor de andere niet?
Fries is een officiële taal in Nederland, en dat Friezen daar zuinig op zijn is volkomen terecht. Ze moeten zich er zeker, met hun eigen geld en in hun eigen tijd, voor inspannen om dat te behouden. Maar talen van minderheden wettelijk beschermen en op die manier een kostbare parallelle samenleving in leven houden is niet wenselijk.