TELEVISIE

Die glimlach

Marga Minco

Een vrouw wordt verhoord vanwege winkeldiefstal. Haar huwelijk is uitgeblust. Dat ze naar een hotel ging om de middag met haar minnaar door te brengen is alweer bijna zeven jaar geleden. ‘Het ging vanzelf (…) je wilt wel eens iets anders’, verklaart ze. Iets anders, zo heet ook dit verhaal van Marga Minco. Die titel blijkt niet alleen te duiden op het verlangen van een ongelukkige vrouw maar ook op dat van de schrijfster zelf: namelijk om het over iets anders te hebben dan de oorlog en zijn gevolgen. Dat zegt ze, glimlachend, in een van de gesprekken die Maarten Schmidt en Thomas Doebele met haar hadden en die resulteren in het indrukwekkende Marga Minco: De schaduw van de herinnering. Die lach (fijn, ironisch, cynisch soms) breekt vaker door en slaat hier op de ijdele hoop het inderdaad over iets anders te hebben.
Zo staat dit niet-oorlogsverhaal in de bundel De andere kant (1959) naast onder meer Bomen, waarin Ruth van grootvader een stekje krijgt dat haar, voor haar gevoel, eenmaal uitgegroeid, tegen alles zal beschermen (kort daarop worden ouders en grootvader weggevoerd om nooit meer terug te komen). En Het adres, waarin de 'ik’ na de oorlog teruggaat naar de stad van haar jeugd en langsgaat bij de vrouw die haar moeder destijds behulpzaam was door alle waardevolle huisraad in huis te nemen. Ze wordt niet binnengelaten. 'Ik dacht dat er niemand teruggekomen was. (…) Het spijt me, ik kan niets voor u doen.’ Veel van wat Minco over de oorlog schrijft is autobiografisch, maar al te letterlijk moeten we dat niet nemen: toen werd het liegen er ingepeperd en daar is ze mee doorgegaan: 'ging me goed af’ (lach). Dus vertelt ze hoe ze (wel degelijk de 'ik’) iets uit het verhaal wegliet. Bij een ander bezoek aan dat huis, toen alleen het dochtertje er was, deed ze ongezien een greep in de theelepeltjes. 'Buitengewoon veel voldoening. Nog van grootmoeder. Leuke lepeltjes’. En weer die lach. Niets doet deze aanvulling af aan de conclusie die ze destijds daar trok: zonder haar familie was dat leven niet meer compleet. 'Dus die spullen die erbij hoorden hoefden niet meer.’
Niets meer en niets minder dan wat gesprekken met Minco, in haar werkkamer achter haar bureau, vertellend, zwijgend, rokend, rammend op de schrijfmachine, zich direct richtend tot de onzichtbare (en op wat gebrom na onhoorbare) filmers; met een enkel uitstapje naar de keuken voor thee of poes. Prachtig. En verschrikkelijk. Want het gaat natuurlijk nooit over 'iets anders’. Dus lees ik nog een verhaal. Een vrouw houdt de 'ik’ staande in diezelfde stad van de lepeltjes: 'Je bent de oorlog doorgekomen?’ 'Dat zie je.’ 'Je broer en zuster?’ 'Nee.’ 'En je ouders?’ 'Ook niet.’ De glimlach van de vrouw werd een krampachtige trek. Met hand op arm: 'Dan mag jij van geluk spreken.’ Dit besef van gruwel, ongerijmdheid, onbegrip moet de makers tot de vraag hebben gebracht die Minco samenvat in 'Hoe ik heb kunnen verder leven? Bedoel je dat?’ Begrijpelijke maar voor mijn gevoel tegelijk verboden vraag. Haar reactie verbluffend. Stilte. Zucht. 'Dat is een vraag waarover ik nog eens lang zal nadenken. Die schrijf ik op.’ Ze schrijft. En geeft dan het antwoord. Kijk zelf.

Maarten Schmidt, Thomas Doebele, Marga Minco: De schaduw van de herinnering. VPRO, Uur van de wolf, vrijdag 23 april, Nederland 2, 22.50 uur