POPMUZIEK

Die machtige stem

Antony and the Johnsons

Luisteren naar Antony Hegarty is luisteren naar zijn stem. Jazeker, hij speelt piano. Hij heeft ook een band, en die speelt met hem mee. Maar voor zijn albums geldt hetzelfde als voor zijn optredens: er is zijn falset, en er is geluid eromheen, en dat noemen we muziek. Wie Antony’s stem niet verdraagt, houdt per definitie niet van zijn muziek, want het is een stem waar je niet omheen of doorheen kunt luisteren.
Tijdens zijn laatste tournee (naar verluidt ook echt zijn laatste, want Antony heeft onlangs verklaard dat hij niet meer wil toeren, omdat hij met het daarvoor benodigde vliegen het milieu belast - een dermate hysterisch standpunt dat je het hem zo hardop hoort zeggen) speelde hij in Antwerpen een nummer dat nog niet af was. Sterker nog, het bestond toen nog maar uit één zin, maar hij wilde het toch alvast laten horen. Het was - uiteraard, in dit stadium - nog een nummer van niks, maar het viel niettemin niet eens heel erg uit de toon in vergelijking met de rest van de avond, want Antony zong het zoals hij altijd zingt: hink-stap-springend in de voetstappen van Billie Holiday, balancerend tussen breekbaar klein en ceremonieel groots, vol dramatische dictie. Wie door hem heen wilde prikken, had daar zijn moment: hier liet Antony horen hoe hij lucht blaast in het bijna niets, en blaast en blaast en blaast, tot bijna niets heel veel is geworden. Tegelijk is het zijn kracht, want zoals hij blaast, blaast niemand.
Zoals zijn derde album in het verlengde lag van zijn doorbraakplaat I Am a Bird Now, zo is het verschil tussen dat The Crying Light en dit Swanlights ook niet enorm groot. Aanvankelijk stelt dat iets teleur, omdat hij op minialbums en op gastprojecten bij anderen wel degelijk het experiment opzoekt. Maar na verschillende luisterbeurten blijkt Swanlights opnieuw een plaat die zich met weerhaken vastzet onder de huid, en er moeilijk uit te trekken valt. Het blijft knap hoe Antony in het openingsnummer kan klinken als glas, alsof je recht door hem heen kijkt, en hij tegelijk ieder moment kan breken. En hoe hij het nummer inzet: alsof het al was begonnen voor wij het hoorden.
Voor de vorige maand in Nederland overleden Solomon Burke gold hetzelfde als voor Antony: hij was niet vooral wat hij zong, maar hoe. Zijn stem is van een volledig ander kaliber. Wie Antony hoort zingen zonder hem ooit te hebben gezien, heeft geen idee naar wat voor iemand hij luistert - zelfs naar het geslacht moet hij raden. Wie Burke’s stem hoort, weet twee dingen: hij is zwart en hij moet groot zijn - zoveel longinhoud past alleen in een reus van een man. Hold on Tight, zijn samenwerking met De Dijk, is zijn zwanenzang geworden. Het is opmerkelijk hoe het gros van de oorspronkelijk Nederlandse nummers schijnbaar moeiteloos de overgang naar het Amerikaans maakt. Maar nog knapper is dat veel van die nummers klassiekers uit de Nederpop zijn en bij de eerste riff de zinnen in het hoofd van de luisteraar al opzetten. Nederlandse zinnen. Maar drie keer luisteren en dat is bij de meeste nummers voorbij. Dan heeft Burke ze overgenomen, en kennelijk hun geschiedenis erbij. Door die stem. Die machtige, kamers vullende stem.

Antony and the Johnsons, Swanlights, label: De Konkurrent. De Dijk & Solomon Burke, Hold on Tight, label: Universal