‘die massnahme’

In zijn beschouwing ‘Hij stierf als stront’ (De Groene van 18 augustus) karakteriseert Martin van Amerongen Die Massnahme van Bertolt Brecht en Hanns Eisler als ‘het schandelijkste en onbarmhartigste stuk sovjet-propaganda dat we kennen, met een moraal waarvan de honden geen brood lusten’. Hij vat het stuk als volgt samen: ‘Het individu is niets, de massa is alles, zelfs als het bloed in stromen vloeit.’

In de literatuur over Brecht is deze opvatting van het stuk nimmer met succes verdedigd. Dat zal niemand verbazen die de moeite neemt het zorgvuldig te lezen.
Waar gaat het over? Vier agitatoren brengen aan een ‘controlekoor’ verslag uit van hun missie in China en vragen het oordeel van dat koor over een gebeurtenis die het verloop daarvan bepaald heeft. Eén van hen - de 'jonge kameraad’ - hebben ze - met zijn eigen instemming - ter dood gebracht omdat hij met zijn idealistische maar te emotionele manier van ageren zichzelf en daarmee ook zijn kameraden als personen herkenbaar heeft gemaakt. Door die doodzonde tegen de regels van elke illegaliteit heeft hij niet alleen de voorbereidingen voor de revolutie maar ook zijn eigen leven en dat van zijn kameraden in direct gevaar gebracht. In de door hem veroorzaakte noodsituatie, voor de geweerlopen van hun vervolgers, besluiten ze allevier dat er geen andere mogelijkheid is dan hem te laten verdwijnen. In zijn laatste ogenblikken wordt de jonge kameraad liefdevol door de anderen bijgestaan.
Het gaat hier om een leerstuk, een denk- en discussiespel, waarin de acteurs telkens hun rollen wisselen. Er wordt geen echt individu gedood. Getoond wordt hoe menselijk gedrag op zichzelf goed maar in gegeven revolutionaire omstandigheden slecht kan zijn en dan noodzakelijk tot de dood leidt. Alles gebeurt in een nadrukkelijk kunstmatige toneelwerkelijkheid. De dode kameraad kan het voor het controlekoor zelf nog eens naspelen. Met 'propaganda’ heeft dit niets te maken. De spelers zijn allang overtuigd. Het doel is niet het emotionele bespelen van een publiek maar het rationeel beschouwen en oefenen van revolutionaire houdingen. Van het opgeven van het individu voor het belang van de massa, 'zelfs als het bloed in stromen vloeit’, is geen sprake.
Het kan zijn dat Van Amerongen niet houdt van dit soort literatuur. Hij is zeker niet de enige en ik verheug me er met hem over dat Brechts experimenteerlust ook andere wegen heeft gezocht. Je kunt je met Van Amerongen hartgrondig ergeren aan het veel geciteerde Loflied op de (alwetende) partij. Je kunt achteraf betreuren dat een groot schrijver en een groot componist zich met grote overtuiging voor een zaak hebben ingezet die zoveel bloed heeft gekost dat niet voor hun revolutie maar voor de usurpatoren daarvan werd vergoten. Maar dat is iets anders dan hun naam te verbinden aan een werk dat ze nooit geschreven en een overtuiging die ze nimmer gehad hebben.
Daarbij moet men bedenken dat het stuk vooral de tekstschrijver grote problemen bezorgde: eerst in Duitsland waar het door de nazi’s verboden werd en waar Brecht op de lijst van te arresteren personen belandde, vervolgens in de Verenigde Staten. Bezwarend materiaal: een suggestieve bloemlezing uit Die Massnahme. Uuiteindelijk belandde de auteur in 1947 voor de beruchte HUAC.
Brechts optreden voor die commissie, waarbij hij het stuk parafraseerde als de veel minder expliciet politieke Jasager, wordt over het algemeen gezien als een geslaagde truc. Men doet er echter beter aan om de schrijver ook daar au sérieux te nemen. Want juist in dát leerstuk en zijn contrafactuur Der Neinsager, is te lezen wanneer het opofferen van de enkeling voor de gemeenschap wél en wanneer dat niet gerechtvaardigd is. Om de essentie van het werk dat hun kennelijk zo na aan het hart lag veilig te stellen besloten Brecht en Eisler de opvoering van het stuk verder te verbieden. Wat ze niet konden verhinderen was de discussie erover die tot vandaag voortduurt.