Jongeren in de politiek

‘Die mensen leven niet in onze wereld’

Voor het eerst doet een landelijke jongerenpartij mee aan de Tweede-Kamerverkiezingen. Ze vragen aandacht voor thema’s als woningnood, inclusiviteit en duurzaamheid. ‘Het is echt tijd voor een stem voor de jongeren.’

De kandidaten van JONG, met vooraan de nummer één op de lijst Jaron Tichelaar en rechts van hem Christine mindel ten Napel © Kevin Ritstier

‘Vindt u ook niet dat de politiek een beetje toe is aan een verjongingskuur?’ Een jonge Katja Schuurman en Bridget Maasland dringen zich in een wandelgang in Den Haag op aan een ongemakkelijke premier Wim Kok. Gekleed in een kort rood leren jasje en onder de make-up steken ze nogal af bij de mannen in grijze pakken om hen heen – nogal jong, nogal vrouwelijk en nogal vrijpostig. ‘Absoluut’, antwoordt Kok, ‘daarom ga ik ook weg, hè?’

Het is 2002 en omroep bnn doet een gooi naar de politiek. Lijst 0 begint als een televisieprogramma dat de politiek wil fileren om haar voor jongeren behapbaar te maken en stopt uiteindelijk in 2010 als de oprichting van een echte landelijke jongerenpartij spaak loopt. Met name het eerste seizoen is geweldig om terug te kijken, een medley van de gevestigde orde die eens was, met de wetenschap van alles wat zou komen. De presentatrices posteren zich op het Binnenhof en rennen als jonge honden op de volksvertegenwoordigers af (‘Minister Zalm, minister Zalm!’). We zien een jonge Fred Teeven, Els Borst, Pim Fortuyn.

Een rondvraag door de Volkskrant onder politici levert destijds weinig sympathie op voor het bestaan van een jongerenpartij. Jongeren in de politiek? Die hebben geen enkele interesse. Lijst 0 bewijst anders en slaagt er zelfs in een kleine brug te slaan tussen jeugd en gezag. De brutaliteit van de presentatrices richting de politiek, met als hoogtepunt de kus voor premier Jan Peter Balkenende (‘Kan dit niet nog even worden overgedaan?’), in combinatie met een oprecht luisterend oor voor de jongeren, brengt hen samen op één niveau. En ook al stelen de politici in Lijst 0 bijna twintig jaar later nog altijd de show, ook de bijdrage van de jongeren van toen is onverminderd relevant. Hoe zij hun wensen en ideeën voor de samenleving met elkaar delen, rond een pooltafel in een wijkcentrum in Osdorp, in een kerk of op een boerderij, zo doen ze dat nog steeds. Nee, de meesten van hen zijn niet politiek betrokken. En ja, ze maken zich wel degelijk zorgen.

In coronatijd liggen de politici onder een vergrootglas en in campagnetijd nog meer.

We zagen eerder al beelden van Ferdinand Grapperhaus op zijn bruiloft en onlangs Wopke Hoekstra op de schaats in Thialf en Hugo de Jonge, ‘coronaminister’, in de supermarkt, weliswaar op gepaste afstand maar zonder mondkapje op.

‘Niet zo slim’, vindt Jaron Tichelaar, de negentienjarige lijsttrekker van JONG, de eerste landelijke jongerenpartij in de politieke geschiedenis van Nederland die meedoet aan de verkiezingen. ‘Je bedenkt zelf de regels, maar houd je er vervolgens niet aan. Dat kan het vertrouwen in de politiek beschadigen.’ Afgelopen september toog Tichelaar naar het politiebureau om persoonlijk aangifte te doen tegen minister Grapperhaus. Het feit dat na zijn bruiloft een officiële boete en een bijbehorend strafblad waren uitgebleven, vond hij ‘oneerlijk’, temeer omdat veel jongeren wél waren beboet voor het overtreden van de coronamaatregelen. Het was voor Tichelaar een principekwestie: gelijke monniken, gelijke kappen.

Tichelaar belt met mij vanuit zijn woonplaats Noordscheschut, Drenthe. Het is campagnetijd en hij maakt lange dagen, zette niet eerder zijn wekker om 2.20 uur om aan te schuiven bij een ochtendshow. Zijn partij vergadert meerdere keren per week, online, en is met name actief op de sociale media. Liever was hij de straat opgegaan om de doelgroep te ontmoeten, maar gelukkig zijn juist jongeren digitaal goed te vinden. Zijn opleiding hbo bedrijfskunde in Zwolle staat momenteel op een laag pitje.

Tichelaar kwam voor het eerst in aanraking met de politiek op de middelbare school. De opdracht was om na te denken over duurzaamheid in de eigen leefomgeving en een advies daarover te presenteren aan de gemeente. Er vloeide voor hem een eigen project uit voort – elektriciteit opwekken uit langzaam stromend water – in Duitsland, net over de grens. Hij vond steun bij de provincie Drenthe en bij een Europees samenwerkingsverband, maar uiteindelijk liep het plan stuk op wat hij zelf ‘politieke onwelwillendheid’ noemt. Tichelaar: ‘Toen besefte ik: als de politiek op die manier een project kan laten vastlopen, dan is politiek ook de plek waar iets gefaciliteerd kan worden, waar wél mooie dingen kunnen ontstaan.’

JONG was al in 2017 opgericht, in Friesland, maar lag na de laatste Provinciale-Statenverkiezingen een beetje stil. Tichelaar nam ongeveer een jaar geleden contact op en ze besloten de partij nieuw leven in te blazen. Partijgenoten vonden ze in gesprekken met jongerenorganisaties waaronder het laks en Youth for Climate, en de uiteindelijke kandidatenlijst, met achttien namen, is opvallend divers. De kandidaten komen uit het hele land, het zijn jongeren die studeren en jongeren met een praktijkopleiding, jonge bestuurders en jonge ondernemers, jongeren van kleur, man én vrouw. Ze maken zich hard voor onderwerpen uit hun eigen belevingswereld, vragen aandacht voor pesten, woningnood, inclusiviteit. Ze dragen praktische oplossingen aan, van het afschaffen van het leenstelsel tot een harde aanpak van discriminatie op de woning- en arbeidsmarkt. In hun partijprogramma is ‘eerlijkheid’ een buzzwoord, net als ‘duurzaamheid’ en ‘transparantie’.

Maar het grootste wapenfeit is dat ze, op de 58-jarige lijstduwer na, zelf jong zijn. Tichelaar: ‘De gemiddelde leeftijd van Tweede Kamerleden is op dit moment 48 jaar. Die mensen leven gewoon niet in de wereld waarin wij leven. Ze hebben een huis en een baan, ze kijken anders tegen oplossingen aan dan wij. Het is echt tijd voor een stem voor de jongeren.’ Een veelgebruikte hashtag van JONG op sociale media is #NietZonderOns.

Een keur aan recente cijfers en onderzoeken laat zien dat de jongeren een punt hebben: de generatie staat er slecht voor en hun toekomstperspectief is onzeker. Deze maand nog constateerde het Trimbos-instituut een toename van het aantal psychische klachten sinds het begin van de coronacrisis, met name in de leeftijd van twintig tot 35 jaar. Slaapproblemen, angsten, depressies en eenzaamheid tieren welig, maar de onderliggende problemen dateren van vóór corona. In 2019 bracht het Jongerenplatform van de ser het verkenningsrapport ‘Hoge verwachtingen’ uit. Betaalbaar en beschikbaar onderwijs, een solide plek op de arbeidsmarkt, een huis om in te wonen en de mogelijkheid om een gezin te stichten; deze zekerheden stonden onder druk, en zowel studenten als werkende jongeren ervaren dan al bovengemiddeld veel stress.

De politiek is continu met jongeren in gesprek. Er zijn tal van belangenorganisaties, jeugd-takken van lobby- en adviesbureaus en jongerenafdelingen van politieke partijen, en zo nu en dan komt de overheid zelf ook met een voorstel. Zo was er het idee om een ‘jongerenparlement’ op te richten, een plan uit 2019 dat door jongerenorganisaties onmiddellijk werd afgeserveerd. En er wordt ook wel geluisterd. Het kabinet zegde het Jongerenplatform van de sertoe jongeren structureel te betrekken bij beleidsvorming en een ‘generatietoets’ voor plannen te ontwikkelen.

En toch voelen de jongeren van JONG zich niet gehoord. Tichelaar werd na zijn duurzaamheidsproject uitgenodigd door jongerenafdelingen van diverse politieke partijen, maar hij vond dat hij daar niet genoeg kon meedenken en meepraten. Hij voelde zich er een ‘tweederangs’ politicus, zoals ook het idee van een jongerenparlement hem vooral het gevoel gaf ‘afgescheept’ te worden. Zo van, kom jij over tien jaar maar terug. Tichelaar: ‘Ik wil nu graag meedoen. Het is ook onze wereld en het gaat gewoon niet goed. Met name op het gebied van klimaat, maar ook het grote tekort aan woningen en de vele jongeren met een depressie zijn zorgwekkend. Waarom geen jongeren in het parlement om dáár een bijzondere dynamiek te creëren met elkaar? Het is belangrijk dat oplossingen die daar worden aangedragen ook worden getoetst aan de belevingswereld van jongeren. Een soort realitycheck. Dat is ook niet meer dan normaal. De Tweede Kamer moet ervoor zorgen dat iedere Nederlander zich vertegenwoordigd voelt.’

Het Nationaal Jeugddebat in de Tweede Kamer, 2019 © Robin van Lonkhuijsen / ANP

Femke Kaulingfreks begrijpt dat wel. Representatie in de politiek is een probleem voor meer groepen in de samenleving en dat is de reden dat we al een islamitische partij, een ouderenpartij en een dierenpartij hadden. Kaulingfreks is als lector jeugd en samenleving verbonden aan Hogeschool Inholland. In Straatpolitiek (2017) beschreef ze het politieke engagement van jongeren buiten de gevestigde politiek, maar volgens haar is het nu ook een logisch en goed moment voor een politieke jongerenpartij. Logisch, als je kijkt naar de wereldwijde beweging van jongeren die opkomen voor klimaat en zich uitspreken tegen racisme. Goed, gezien de crisis waarin we ons bevinden en de zware last die zij daarin dragen.

‘De ongelijkheid in Nederland was al aan het groeien’, zegt Kaulingfreks aan de telefoon, ‘en is door de crisis alleen maar toegenomen. Jongeren hebben met meer onzekerheid te maken dan de generaties voor hen. Er is bijvoorbeeld een groeiende inkomensongelijkheid terwijl er meer nadruk is komen te liggen op zelfredzaamheid, en de segregatie in het onderwijs is toegenomen. Politici die nu in de Kamer zitten, kennen de problemen waar zij mee kampen niet uit hun eigen jonge leven.’ Juist die ervaringskennis van jongeren kan volgens haar bijdragen aan oplossingen. ‘Je hoeft geen enorme expert te zijn om na te denken over maatschappelijke vernieuwing. Als het gaat over hoe we het onderwijs of de arbeidsmarkt op een nieuwe manier gelijkwaardig kunnen inrichten, kan ervaringskennis juist verfrissend zijn. Ingrijpende structurele veranderingen zijn moeilijk te realiseren op basis van oude kennis.’

Ze maakt zich al langer zorgen over het gebrek aan aandacht voor het belang van jongeren. ‘In het publieke debat zijn jongeren eerder een probleemcategorie dan een belangrijke groep in de maatschappij die de toekomst gaat dragen. Bij pubers en jongvolwassenen gaat het vaak over risico’s, van criminaliteit en middelengebruik tot radicalisering. We zijn geneigd te denken vanuit een morele paniek, dat jongere generaties het maatschappelijk evenwicht weleens zouden kunnen verstoren.’ Terwijl het ook de voorhoede is. ‘Jongeren zitten minder vast in patronen, staan open voor veranderingen en hebben creatieve ideeën. Dat er nu een politieke partij is die daar ruimte voor claimt, met een plek in het centrum van de macht, is een interessante ontwikkeling.’

‘Klimaat en natuur kunnen in mijn ogen nooit uitgesproken links of rechts zijn. Het begint allemaal met ademhalen en fijn kunnen leven’

Het huidige circuit voor formele jeugdinspraak noemt Kaulingfreks vrij beperkt. Het voedt wat zij noemt een ‘participatie-elite’: het werkt prima voor jongeren die de ambitie hebben om later een bestuursfunctie te bekleden en die al op jonge leeftijd bouwen aan hun ‘sociaal kapitaal’: een sterk cv en een goed netwerk. Een geprivilegieerde groep van vaak hoogopgeleide, vaak witte jongeren die veelal woonachtig zijn in de Randstad. Kaulingfreks: ‘Dat is een heel beperkt beeld van de jeugd in Nederland. Terwijl onderzoek naar politieke betrokkenheid laat zien dat lager opgeleiden wel over ideeën en idealen beschikken, maar geen bereidheid hebben om zelf politiek actief te worden. De bekende systemen en structuren voor inspraak lijken voor hen ontoegankelijk – zij blijven daar buiten staan.’

Momenteel werkt Kaulingfreks aan een klein onderzoek naar stemgedrag waar dezelfde dynamiek uit blijkt. ‘Je ziet dat bijna alle jongeren erkennen dat het goed is om te stemmen, maar dat ze vaak niet weten op wie. Ze twijfelen of ze wel zullen gaan, want ze zien geen partij of persoon die hen representeert.’ De geprivilegieerde groep kan zich wel vinden in de taal en het beleid van de gevestigde partijen. Een politieke jongerenpartij kan op dat gebied volgens haar het meest toevoegen: door er te zijn voor alle andere jongeren in het land.

De zestienjarige Christinemindel ten Napel uit Bovenkarspel is nummer twee op de lijst van JONG en samen met een zeventienjarige partijgenoot de eerste minderjarige ter wereld die meedoet aan parlementaire verkiezingen. Dat feitje hebben partijgenoten voor haar uitgezocht en ze is er trots op. Als zestienjarige mag ze zich verkiesbaar stellen en mogen mensen op haar stemmen, maar ze kan geen aanspraak maken op een zetel en zelf mag ze ook niet stemmen. Het is een van de speerpunten in het programma van JONG: het verlagen van het stemrecht naar de leeftijd van zestien jaar, vanuit de gedachte dat jongeren die nog geen gebruik van hun stemrecht willen maken, dat toch niet zullen doen. Niet op hun zestiende, maar ook niet als ze achttien zijn. Ten Napel: ‘We klagen dat jongeren niet geïnteresseerd zijn in politiek, maar vind je het gek? Waarom zouden zij zich inlezen in iets waar ze toch niets over te zeggen hebben?’

Een plek op de lijst van een politieke partij lag voor Ten Napel niet in de lijn der verwachting. Het was zelfs puur toeval. Ze doet een opleiding tot kapper en in haar stoel zat een klant die bezig was JONG op te richten. Ze was geïnteresseerd en diezelfde middag dronken ze een kop koffie in een fastfoodketen en sloot ze zich aan. Ze dacht meteen: oh my god. ‘Het idee dat ik de optie had om mijn eigen vrienden te vertegenwoordigen en dat ik het verschil zou kunnen maken.’ Want op de vraag of ze zich niet gehoord voelt, antwoordt ze volmondig ‘ja’. Als belangrijkste onderwerp noemt ze de jeugdzorg, die ze van dichtbij meemaakte. Daarnaast de positie van meisjes en jonge vrouwen, studieschuld en faalangst, plastic tasjes. Allemaal onderwerpen waar ze nu weleens over wil meebeslissen, ‘als je het niet erg vindt’.

Ongeduld hoort bij de jeugd, net als onbevangenheid. Niet gehinderd door een gebrek aan uitvoerige dossierkennis en politieke ervaring spreken ze zich uit. Was het idee van een jongerenpartij twintig jaar geleden nog taboe, vandaag hebben jongeren de wind in de zeilen. Naast JONG was er nog een landelijke jongerenpartij in de race voor de verkiezingen, De Jongeren Partij, ‘de stem van Gen Y en Z in Nederland’, maar die haalde het niet. Ook Volt, de Europese partij, wordt voor een belangrijk deel gedragen door jongeren.

Vroeg of laat komt de jongste generatie aan de macht. Het is op dit moment alleen nog de vraag wie naar ze wil luisteren. Politicoloog André Krouwel, universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waarschuwde in een column in VNG Magazine al eens voor het gevolg van een generatiekloof. Het kosmopolitische wereldbeeld van jongeren botst volgens hem op de denkbeelden van de eerste naoorlogse generatie. ‘Dat egocentrisme van babyboomers leidt tot grote ongelijkheid tussen generaties. (…) Vreemd genoeg zijn de oudste generaties boos op de wereld die ze zelf gemaakt hebben en leggen zij de rekening van hun – economisch en ecologisch – wangedrag neer bij jongere generaties. Dat zal uitlopen op een ontploffing in de samenleving. Kijk dus niet gek op als de jongste generatie u wegstemt bij de volgende verkiezingen.’

Een deel van de strijd ligt verankerd in de tijdgeest. In de tijd van Lijst 0 waren onderwerpen die jongeren belangrijk noemden zorg, onderwijs en integratie. Over integratie heeft bijna niemand het meer, hoogstens over immigratie en ongelijkheid, maar daarvoor in de plaats kwamen Europa en het klimaat nieuw binnen, met stip. Deze verkiezingen staan ze hoog op de agenda van met name de jongeren. De jongerenafdelingen van negen politieke partijen deden onlangs gezamenlijk een oproep aan het lectoraat om deze verkiezingen verder te kijken dan de coronacrisis. Ze wezen onder meer op het klimaat, ‘op dit moment vooral genoemd als thema waar de campagne in ieder geval niet over gaat’.

Onderzoek van Ipsos rond de Provinciale-Statenverkiezingen van 2019, uitgevoerd in opdracht van de nos, staaft de kloof met cijfers. Jongeren zijn positiever dan ouderen over Europa en staan negatiever tegenover een streng migratiebeleid. De stelling ‘Nederland moet vooroplopen in vergelijking met andere landen als het gaat om klimaatbeleid’ beantwoordde 52 procent van de jongeren in de leeftijd van achttien tot 24 jaar met ‘helemaal mee eens’, tegenover 25 procent van de vijftigplussers en 16 procent van de 65-plussers.

Klimaat is ook een van de speerpunten in het programma van JONG, met een subtiele sneer naar voorgaande generaties – ‘Wij ruimen de rommel wel op!’ Maar uiteindelijk zijn de standpunten ‘intergenerationeel’ en zijn het oudere leden die de jongeren in de partij van advies voorzien. Uiteindelijk, zegt Tichelaar, kunnen we niet zonder elkaar.

Jongeren ondervinden de problemen in onze maatschappij in hun eigen leven én hechten grote waarde aan onderwerpen die de grenzen overschrijden. Partijen die zich committeren aan hun toekomst en die zich hard maken vóór Europa en vóór het klimaat, kunnen rekenen op hun stem.

Klimaat is bij uitstek een thema dat links en rechts verschillend wordt ingevuld maar in zijn urgentie traditionele hokjes overstijgt. Zodra jongeren zichzelf politiek verenigen houden die hokjes dan ook geen stand. Op de vraag waar in het politieke spectrum zijn partij zich bevindt, antwoordt Tichelaar dat hij dat spectrum ‘ouderwets’ vindt. ‘Niet links, niet rechts, maar toekomstgericht’, is de leus die JONG voorstaat.

Tichelaar: ‘Klimaat en natuur kunnen in mijn ogen nooit uitgesproken links of rechts zijn. Het begint allemaal met ademhalen en fijn kunnen leven. Ik wil graag meer doen voor een gezonde leefomgeving, en dus aan klimaat, maar er moet ook geld verdiend worden.’ Dat is meteen nog een reden waarom jongeren in de Tweede Kamer thuishoren. ‘In de jongerenafdelingen van politieke partijen leren ze over links en rechts, ze leren er de gebaande paden te bewandelen.’

Rens Raemakers is op dit moment het jongste lid van de Tweede Kamer. Op 22-jarige leeftijd werd hij fractievoorzitter van D66 in de gemeenteraad van Leudal, op zijn 25ste nam hij voor die partij zitting in de Kamer. Van het leeftijdsverschil ten opzichte van de meeste van zijn collega’s merkte hij weinig, behalve dat hij in 2017 als enige actief was op Snapchat en als een van de weinigen op Instagram. Raemakers: ‘Als je bij het eerste debat laat zien dat je je goed hebt ingelezen en je stelt kritische vragen, dan wordt snel vergeten dat je jong bent.’

Hij maakt zich in aanloop naar de verkiezingen enigszins zorgen over de versplintering in de Nederlandse politiek. Met 37 deelnemende partijen acht hij de kans dat een jongerenpartij een zetel krijgt klein, en gaan daarmee geen stemmen ‘verloren’? Maar hij is zeker vóór meer jonge mensen in de Kamer, om de politiek beter te laten aansluiten bij de belevingswereld van de jeugd van nu. De afgelopen vier jaar beheerde hij onder meer de portefeuille Jeugdzorg. Raemakers: ‘Je ziet in debatten over Jeugdzorg dat veel Kamerleden onmiddellijk gaan praten over bestuurlijke processen en aanbestedingen, terwijl ik denk: probeer je eerst eens te verplaatsen in een jongere die opgesloten zit in een instelling, terwijl dat soms misschien niet eens nodig is. Probeer je te verplaatsen in de jongeren daar die hun mobiele telefoon niet mogen gebruiken, die het contact met vrienden op Facebook niet kunnen onderhouden of op YouTube hun favoriete serie niet mogen kijken.’

Die verbinding met de jeugd begint wat hem betreft al veel eerder. In 2017 deed hij het voorstel voor een Kindervragenuur in de plenaire zaal van de Tweede Kamer en het jaar daarop vond de eerste ontmoeting plaats tussen politici en basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8. De kinderen stellen heel concrete en originele vragen rond een centraal thema. Vooraf geeft Raemakers tips: je moet goed luisteren, kritisch doorvragen en niet zomaar genoegen nemen met een antwoord, creatief zijn. Ze doen het geweldig. Raemakers: ‘Waarom is pesten niet strafbaar, wat gaat u doen tegen armoede en als de huizen van het gas af moeten, wat gebeurt er dan met de fornuizen? Waarom verdient iemand die het mbo heeft gedaan minder dan iemand van de universiteit? Dat laatste moest minister Van Engelshoven uitleggen, daar had zij nog een hele kluif aan.’

Raemakers vindt jeugd belangrijk omdat hij zichzelf op die leeftijd goed herinnert. Raemakers: ‘Dat was rond de aanslagen van 9/11 en de moord op Pim Fortuyn. Ik wilde inspraak hebben, ik wilde ook meebeslissen. Maar je hebt als kind geen inspraak en er was geen mogelijkheid om met de politiek in gesprek te komen. Voor een politieke junkie als ik is dat niet erg, die houdt zijn interesse wel vast tot zijn achttiende. Maar veel jongeren maken zich al vroeg zorgen om pesten, dierenwelzijn of armoede en hebben niet eens door dat dat “politiek” heet. Door hen vroegtijdig in contact te brengen met de politiek kun je hun interesse daarin aanwakkeren.’

Dat dat hard nodig is, bewijst het onderzoek ‘Democratische kernwaarden in het voortgezet onderwijs’ van de Universiteit van Amsterdam. Nederlandse jongeren blijken in het tweede jaar van de middelbare school amper een beeld te hebben van de politieke realiteit waarin ze leven. Iets minder dan de helft zegt het belangrijk te vinden om in een democratie te leven, 22,3 procent weet niet of we in een democratie leven en 12,7 procent denkt van niet. Dat is op zich niet gek op deze leeftijd, tussen de twaalf en veertien jaar, schrijft politicoloog Tom van der Meer, een van de opstellers van het rapport. ‘Zorgelijk zijn de grote verschillen in democratische hechting die al op deze leeftijd bestaan tussen met name vwo-leerlingen en vmbo-leerlingen.’ 71 procent van de vwo’ers vindt democratie wel degelijk belangrijk, tegenover 34 procent op het vmbo. Vwo’ers zijn vaker van plan om te gaan stemmen, zodra ze mogen, en hebben ook meer vertrouwen in ambtsdragers.

Er vallen, kortom, vele kloven te dichten. AanJONG ligt het niet. Tichelaar ziet zichzelf wel zitten in de Kamer. Netjes gekleed, maar niet in pak, zodat jongeren zich in hem kunnen herkennen.