De toekomst van de banaan

Die met het blauwe stickertje

De bananenoorlog mag dan zijn beëindigd, de banaan zelf wordt met uitsterven bedreigd en zal een schaarsteartikel worden. De vrucht kan de volgende aanjager van de wereldvoedselcrisis zijn.

Sinds de jaren negentig waren de Europese Unie en de Verenigde Staten verwikkeld in een vinnig handelsconflict over de banaan. De EU hief geen importtarieven op bananen uit Afrika en de Cariben maar wel op bananen uit Latijns-Amerika, waar Amerikaanse giganten als Chiquita hun bananen vandaan halen. De tariefvrije export was onderdeel van een handelsovereenkomst die de ontwikkeling van deze gebieden moest bevorderen. Vorige week oordeelde de Wereldhandelsorganisatie (wto) dat de EU hiermee wereldhandelsregels schond. Het langst lopende handelsconflict in de geschiedenis van de wto is daarmee geslecht.

De inzet van de banana wars was groot. De banaan is de vierde voedselbron van de wereld, na rijst, tarwe en maïs. In veel ontwikkelingslanden is de vrucht hoofdbestanddeel van het dagelijkse dieet. Oeganda, bijvoorbeeld, kweekt elf miljoen ton bananen per jaar en voorkomt daarmee de hongersnoden die omliggende landen wel teisteren. Europa verwerkt dertig miljoen ton bananen per jaar en de Amerikanen eten meer bananen dan appels en sinaasappels bij elkaar.

Dat er strijd moet worden geleverd om de banaan is niet nieuw. In de eerste helft van de twintigste eeuw intervenieerde het Amerikaanse leger 28 keer in Latijns-Amerika om de bananenindustrie, die bijna volledig in handen was van de United Fruit Company (nu Chiquita) en de Standard Fruit Company (nu Dole), te beschermen. De Amerikanen sloegen opstanden neer, bewapenden rebellen, hielden obscure junta’s in het zadel of wipten ze er juist uit. Aldus ontstond het begrip ‘bananenrepubliek’, steno voor corrupte dictaturen waarvan de economie volledig bepaald werd door de bananenproductie.

De archetypische bananenrepubliek was Guatemala. In 1899 beschreef The New York Times dit land als ‘Uncle Sam’s new fruit garden’. De United Fruit Company had zeventig procent van het land in handen. Miljoenen hectaren regenwoud werden gekapt en er werden plantages, havens en spoorlijnen aangelegd. Rondom de plantages ontstonden steden als Bananera, een liederlijk conglomeraat van landhuizen, barakken, kroegen, ziekenhuizen en bordelen, bewoond door lokale plantagearbeiders en bananenbaronnen. Toen in de jaren vijftig de president van Guatemala, Jacobo Arbenz, land terugvorderde op de bananenbedrijven en verdeelde onder Guatemalteekse boeren, begon de United Fruit Company een campagne die de Amerikaanse politiek ervan moest overtuigen dat er communistisch gevaar dreigde in Midden-Amerika. Er werd gesuggereerd dat er directe banden bestonden tussen Guatemala en de Sovjet-Unie. Propagandafilms als Why the Kremlin Hates Bananas stelden het lot van de bananenindustrie gelijk aan dat van de vrije wereld.

De regering-Eisenhower, bang voor het rode gevaar, was snel overtuigd. De zeewegen naar Guatemala werden geblokkeerd en Amerikaanse bommenwerpers vlogen over de hoofdstad. De United Fruit Company gebruikte haar radionetwerk om de suggestie te wekken dat rebellen de regering-Arbenz omver wilden werpen en publiceerde het valse krantenbericht dat president Arbenz zelfmoord had gepleegd. Het psychologisch offensief werkte. Het leger keerde zich tegen de president, die in paniek aftrad. Op het vliegveld werd hij ontkleed aan de wereldpers getoond. Hij werd verbannen naar Mexico.

De handelswijze van het bananenimperium is sindsdien weinig veranderd. Nog steeds slaat het munt uit politieke en militaire chaos in de bananenrepublieken van Zuid- en Midden-Amerika. In maart 2007 gaf het gerecht in New Jersey Chiquita een boete van 25 miljoen dollar. Het bedrijf had tussen 1997 en 2004 Colombiaanse paramilitaire groepen als de farc ingehuurd om zijn plantages te beschermen.

De voornaamste bedreiging van de bananenindustrie zit echter in de banaan zelf. Onze supermarktbanaan wordt bedreigd door een nieuwe mutatie van de Panamaziekte, een schimmelinfectie die bananenplanten in hoog tempo doet wegrotten. Duizenden hectaren bananenplantage in Afrika en Azië zijn al verwoest. Tot dusver is er nog geen remedie voor de plaag.

De oorzaak van de kwetsbaarheid van de banaan is te vinden aan de binnenkant van de schil, of beter gezegd: niet te vinden. Er bestaan honderden soorten bananen, maar wij eten voornamelijk één soort: de Cavendish (de ‘chiquitabanaan’), en deze soort bevat in tegenstelling tot veel andere soorten geen zaden. In weerwil van de seksuele connotaties die de vrucht heeft, plant de banaan zich namelijk ongeslachtelijk voort: een bananenplant kloont zichzelf via ondergrondse vertakkingen en zorgt zo voor nakomelingen die exacte kopieën zijn van de moederplant. Elke banaan die wij eten is dus genetisch identiek aan de volgende. Daardoor weet je bij een banaan wat je krijgt: iedere banaan rijpt in ongeveer zeven dagen en smaakt hetzelfde. Deze voorspelbaarheid is, net als bij de Big Mac, de sleutel tot het succes – maar ook de oorzaak van de problemen. Omdat iedere banaan een kloon is, zijn bananen extreem gevoelig voor ziektes en schimmels. Als er één banaan vatbaar is, zijn ze dat allemaal.

Omdat de bananenindustrie steunt op een enkel genetisch profiel kan één virus, bacterie of schimmel de volledige teelt in de war sturen. Dit gebeurde al eens eerder, kort na de Tweede Wereldoorlog. De Panamaziekte en de schimmel Sigatoka roeiden de favoriete banaan van die tijd, de Gros Michel, bijna volledig uit. In Suriname was de bananencultuur – vierduizend hectare – binnen acht jaar volledig verwoest. In Honduras verdween tussen 1940 en 1960 dertigduizend hectare bananenplantage. Sigatoka werd uiteindelijk bestreden met kopersulfaat. Een mengsel met dit blauwe goedje werd met de hand over de gewassen verspreid. Duizenden Zuid-Amerikaanse plantagewerkers stierven aan kopersulfaatvergiftiging.

De Panamaziekte was echter niet met pesticide te bestrijden en dus dreigde de Gros Michel-banaan te verdwijnen. De redding kwam van de Cavendish, die wél bestand was tegen de Panamaziekte en mondiaal de Gros Michel verving.

Er was een omvangrijke reclamecampagne nodig om van de nieuwe banaan een even groot succes te maken als van haar voorganger. Bananenbedrijven en de ontbijtgranenindustrie sloegen de handen ineen om de consument ervan te overtuigen dat bananen en cornflakes een gouden duo vormden. De meest briljante marketingzet was het merken van elke individuele banaan. Voordat de Standard Fruit Company in de jaren zestig met deze truc begon was de banaan een anoniem en ongedifferentieerd product. Daarna was een banaan ook een merk en kon met Coca-Cola en McDonald’s uitgroeien tot icoon van de globale consumptiemaatschappij. Overal is de banaan met vrolijke blauwe sticker verkrijgbaar en overal smaakt hij hetzelfde.

De globalisering van de banaan heeft haar kwetsbaarheid vergroot. In het Gros Michel-tijdperk was de teelt veel lokaler en wat er aan bananen naar Europa en de VS ging kwam voornamelijk uit Latijns-Amerika. Ziektes bleven beperkt tot kleine gebieden. Bovendien kon de productie op peil worden gehouden door eenvoudigweg nieuwe plantages te beginnen die verwijderd lagen van de besmette gebieden. Het duurde meestal jaren voordat bananenziektes de nieuwe aanplant hadden ingehaald.

De bananenteelt is nu vertakt in een wereldwijd netwerk van plantages die voor een handvol bedrijven genetisch identieke bananen produceren. De Panamaziekte wordt verspreid door mensen die besmet water en aarde verplaatsen. Met de toegenomen mobiliteit raken nieuwe plantages snel besmet. Het is als met de aardappelhongersnood die Ierland teisterde in de negentiende eeuw. Ook toen bleek dat een grootschalige monocultuur in één klap kan worden weggevaagd. Tijd winnen door oude plantages op te geven voor nieuwe kan geen soelaas meer bieden. Daar komt bij dat de wereldwijde vertakking van de bananenindustrie de kans vergroot dat de Panamaziekte overslaat naar andere bananensoorten. Hierdoor bedreigt de epidemie niet alleen onze supermarktbanaan maar ook de soorten die lokale gemeenschappen in Azië en Afrika voeden.

De Universiteit van Leuven heeft het grootste bananenlaboratorium ter wereld. Een internationale club wetenschappers probeert daar een banaan te kweken die alle eigenschappen van de Cavendish-banaan bezit én bestand is tegen de Panama-variant die zich nu over de wereld verspreidt. Het is de vraag of biotechnologie bijtijds een oplossing kan brengen. Het ontcijferen van het bananengenoom is een langzaam proces en biotechnologie wordt streng gereguleerd. Genetisch gemodificeerde gewassen mogen alleen gekweekt worden in laboratoria en afgeschermde kassen en dus is het moeilijk te testen of een gewas ook echt aanslaat. Daarbij blijkt de consument aarzelend te staan tegenover genetisch gemodificeerde producten.

Het vervangen van de Cavendish door een nieuwe soort, zoals de Cavendish zelf ooit de Gros Michel verving, lijkt ook uitgesloten. Om aan de enorme vraag naar de gestandaardiseerde chiquitabanaan te voldoen zijn andere soorten in de loop des tijds massaal vervangen door de Cavendish. Gebrek aan biodiversiteit heeft het aantal potentiële kandidaten gedecimeerd. Zelfs als er een vervanger wordt gevonden, is het de vraag of die in commerciële zin zal aanslaan. De resistente bananen die er zijn, zijn dermate anders van smaak en vorm dat de consument ze moeilijk zal kunnen accepteren als vervanger van de Cavendish. Een kleine verandering in de receptuur van Coca-Cola werd het bedrijf al bijna fataal.

De gevolgen van het verdwijnen van de banaan zijn voor westerse landen beperkt. De vrucht zal hoogstens weer de luxe exoot worden die zij ooit was. Dit ligt anders in landen waar de economie en de voedselvoorziening afhankelijk zijn van de banaan. Nu al heeft de Panamaziekte de bananenkweek in Zuidoost-Azië nagenoeg doen verdwijnen. Kwekers in het oosten van Afrika kampen met Xanthomonas, een andere ziekte die bananen doet wegrotten. Hierdoor worden belangrijke lokale voedselbronnen aangetast. Het is wachten totdat deze ziektes overslaan naar de plantages in Latijns-Amerika en de wereldwijde bananenproductie ontregelen, met grote prijsstijgingen als gevolg.

De dreigende bananencrisis komt op het moment dat de prijzen voor basale levensmiddelen als rijst en graan snel stijgen. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds waarschuwen voor een wereldvoedselcrisis als gevolg van deze prijsstijgingen. Op hun gezamenlijke top vorige week hield de president van de Wereldbank een zak rijst en een brood omhoog. In veel landen kosten deze producten meer dan de helft van het dagelijkse inkomen, was de boodschap. De banaan kan de volgende aanjager van de wereldvoedselcrisis zijn.
…………………………………………………………………………………………………………

Cultuurgoed

Het is voor de moderne consument moeilijk voor te stellen, maar aan het eind van de negentiende eeuw was de banaan een luxeproduct. Naast een wonder der vooruitgang als Graham Bells telefoon was de banaan het populairste pronkstuk op de wereldtentoonstelling van Philadelphia in 1876. De banaan stond symbool voor de industriële en koloniale welvaart: alleen een grootmacht als de Verenigde Staten kon de bederfelijke exotische lekkernij van ver halen en thuis consumeren. Overigens werd de banaan in Philadelphia gesneden en verpakt verkocht. Haar suggestieve vorm was voor de Victoriaanse moraal shocking, maar de banaan werd een herkenbaar element in de (populaire) cultuur. Het bananenlied dat geschreven werd tijdens de bananencrisis van 1923 (Yes. We Have No Bananas!) echoot als après-ski-hit nog steeds na. Andy Warhol maakte van de banaan een popartsymbool.

De staking van 32.000 bananenarbeiders in Colombia in 1929 werd door Gabriel García Márquez verwerkt in Honderd jaar eenzaamheid. United Fruit Company verklaarde de staking ongeldig en de regering riep de noodtoestand uit. Militaire eskaders, getraind en bewapend door de Verenigde Staten, beschoten de stakers. In Márquez’ fictieve Macondo wordt een staking van bananenarbeiders bloedig neergeslagen en worden de lichamen van de drieduizend slachtoffers een voor een in zee gedumpt.

Als icoon van luxe consumptie speelt de banaan ook een glansrol aan het eind van William Faulkners As I Lay Dying. Een gezin van arme share croppers reist per huifkar terug naar stoffig Yoknapatawpha County nadat ze hun moeder in de stad Jefferson begraven hebben. Het jongste zoontje worstelt met vragen. Vader is direct met een nieuwe vrouw getrouwd en heeft een kunstgebit, een grammofoon en een tros bananen gekocht. Als het zoontje zich afvraagt waarom zijn moeder stierf en waarom zij meteen werd vervangen, antwoordt zijn zusje: ‘Wouldn’t you rather have bananas?’

Dan Koeppel, Banana: The Faith of the Fruit that Changed the World. Hudson Street Press, 281 blz., e 20,99