Toneel - Romeo en Julia

‘Die pokkehuizen’

De meeste voorstellingen van Shakespeare’s vertelling over de star-crossed lovers Romeo en Julia struikelen in de plotafwikkeling. Dramaturgisch zijn de twee laatste bedrijven een waar mijnenveld van misverstanden, (net) niet aangekomen brieven, en domme pech.

Medium toneel

De voorstelling die Ingejan Ligthart Schenk onlangs regisseerde, een samenwerking van het Amsterdamse Bostheater, de musici van de Veenfabriek en de circustroep TENT, triomfeert raar genoeg precies in die laatste twee aktes. Daar wordt ruimschoots goed gemaakt wat in de rest van de avond toch een beetje als los zand aan elkaar hangt.

Zo zijn de ouders die de domme familievete in stand houden geschrapt. Alleen de vader van Julia is over. Hij wordt gespeeld door Ton van der Meer. Een musicus die kan toveren met toetsen, maar die geen toneelspeler is. Zwaktebod, want zo komt de bron van alle ellende, de verrotte vete tussen ‘die pokkehuizen’ (aldus Mercutio, Romeo’s vriend), min of meer in het luchtledige te hangen. De spelers dreigen als krioelende mieren tussen de grote wrakken van vliegveldslurven (het decor) te verpieteren. Het beruchte driegevecht tussen Mercutio, Tybalt en Romeo is onhandig en quasi-nonchalant geënsceneerd. Pas als er effectvol wordt ‘ingezoomd’, zoals in de balkonscène aan het begin van het tweede bedrijf, zorgen het op zichzelf sterke beeld en de zinderende poëzie voor de magie in deze liefdestragedie.

Dat de voorstelling ergens in het midden toch openbarst en een geheel eigen swing krijgt, is in de eerste plaats te danken aan Julia-vertolkster Yara Alink. Vanaf de tweede scène van het derde bedrijf, wanneer ze wacht op Romeo voor hun eerste nacht samen, neemt ze het heft in handen. Ik bedoel: Shakespeare geeft het Julia, Alink pakt het met beide knuisten. En: zonder de voorstelling hebberig naar zich toe te trekken. Integendeel.

Julia: ‘Toe, nacht, die liefde klaart, ontvouw je floersgordijn,

Knijp gluurdersoogjes toe, laat Romeo onbespied

En onbesproken in mijn armen springen.’ >

De enscenering als geheel krijgt vanaf daar een weldadige kalmte en trefzekerheid. Aan de tekst toegevoegde elementen, zoals muziek, zang, acrobatisch zweven en stappen door de ijle lucht, voegen zich in het geheel alsof Shakespeare ook dat allemaal heeft bedacht. Het hoogtepunt, daar waar de voorstelling een Gesamtkunstwerk wordt, is de graflegging van de schijndode Julia. Hier vloeien zang (‘Break my body, hold my bones’), bewegingspatronen over de volle breedte van de oneindige speelvloer, en het feeëriek belichte toneelbeeld (speciale vermelding: good old Reier Pos) in elkaar over. Terwijl een wanhopige Romeo in de verte alle wirwar-dramaturgie overbodig maakt met één simpele schreeuw.

Toneel is een breekbaar medium. Hoe groter de schaal waarop het wordt vertoond, hoe nauwer alles luistert. Romeo en Julia mag dan een jong werk van Shakespeare zijn, hij kende de ‘wetten’ van het toneel in het jaar waarin hij het stuk schreef, 1594-95, al wel zeer goed. Het is een overbekend maar verre van een eenvoudig stuk. Helderheid helpt. Een dichtgegroeid regenwoud van ideeën meestal niet.

Romeo en Julia is t/m 3 september te zien in het Openluchttheater van het Amsterdamse Bos, dinsdag t/m zaterdag, 21.00 uur, de voorstelling duurt ongeveer twee uur; bostheater.nl


Beeld: Bostheater/TENT/Veenfabriek, Romeo en Julia, de gra egging van de schijndode Julia (Ben van Duin)