De kloof tussen groendenkers en klimaatsceptici

‘Die spookbeelden moeten overboord’

De Bloemendaalse dromer Beau van Erven Dorens (1970) is bezorgd over het milieu, dit tot ergernis van de conservatief Jaffe Vink (1951). ‘Die milieuridders willen terug naar de natuur van Anton Pieck. Dikke beuken en een pijl naar het pannenkoekenhuis.

Medium groenedubbel8jb1

ENTHOUSIAST ZWAAIEND komt Beau van Erven Dorens aangefietst. Hij draagt krokodillenleren laarzen en een Kees de jongen-pet. Terwijl Jaffe Vink te voet nadert, vertelt Beau over de tijd dat hij zich had voorgenomen een serieuze journalist te worden en nog voor De Groene Amsterdammer schreef. Ze schudden elkaar de hand als tegenstrevers.
Als we zijn aangeschoven, stelt Van Erven Dorens (1970) vast dat hij met zijn groene boodschap vaak niet serieus wordt genomen. Niet veel later vertelt hij begeesterd over zijn programma Hole in the Wall, waar hij zichzelf in een te strak fluorescerend pak door gaten in bewegende muren moet persen. Met de nodige zelfspot verhaalt hij over de vreemde curven van zijn carrière: radiopresentator, televisiepersoonlijkheid, columnist, romanschrijver, beroepspaljas en tot slot vader en pleitbezorger van de groene zaak. Zo is hij sinds kort het boegbeeld van Zeekracht, dat zich inzet voor uitbreiding van het aantal windmolens.
Getuige het spervuur aan vragen lijkt Jaffe Vink (1951) vastbesloten een verband te zien tussen Beau’s groene missie en diens verantwoordelijkheden als vader. Beau vertelt dat deze net zo goed ter compensatie zouden kunnen dienen voor zijn vader: een Shell-ingenieur, die ‘in een roes een motor kan demonteren om hem daarna weer geduldig in elkaar te schroeven’. Vink zelf lijkt meer te zijn beïnvloed door het vaderschap dan zijn jongere opponent. In 2001 schreef hij Brief aan mijn dochter, waarin hij zijn kind wil waarschuwen voor een steeds immoreler en gewelddadiger Nederland. In 2007 lanceerde de filosoof het 'links-conservatieve’ weekblad Opinio. Anderhalf jaar later staakte ondernemer Roel Pieper de financiering na een slepende rechtszaak met Jan Peter Balkenende over een 'geheime toespraak’ van de premier over islam en christendom. Het bleek een pastiche, geschreven door Vink zelf. De rechtszaak werd gewonnen, maar het blad ging verloren. Tegenwoordig is de voormalig Trouw-redacteur bezig met het schrijven van een pleidooi in boekvorm met de alleszeggende titel Weg met de groene gekte - leve de chemische industrie, dat in het najaar zal verschijnen.

TERWIJL de heer Vink stelt dat de meeste milieuproblemen opgelost zijn, bestempelde Beau de milieuproblematiek in zijn NRC Handelsblad-column op 21 november 2006 als een 'gediagnosticeerd kankergezwel’.
Beau van Erven Dorens: 'Het is duidelijk dat we in de toekomst met een energiecrisis te maken zullen krijgen die alle andere problemen zal overschaduwen: we stoken onze brandstoffen in een noodtempo op. Toch is het besef dat er snel iets moet veranderen nog niet genoeg om actie af te dwingen. Het is wachten op een Groene Revolutie, maar niemand durft het voortouw te nemen. In die column heb ik daarom iedereen maar een stemadvies gegeven: wat je ook doet, stem groen. Er moet iets gebeuren. De echte beslissingen vinden plaats in de politiek. Minister Cramer (VROM - red.) ziet kolencentrales ineens weer als een valide energiebron en stuurt ons zo tien jaar terug in de tijd. De regering strooit met milieusubsidies en mooie woorden, maar geeft in de praktijk de prioriteit aan andere kwesties.’
Jaffe Vink: 'Je hebt goede bedoelingen, maar je loopt wel met je hoofd in de wolken. Je hebt te veel geluisterd naar al die groene dwazen die je in de loop der jaren om je heen hebt verzameld. (er rijdt een Shell-tankauto voorbij) Kijk, daar gaat weer zo'n prachtwagen van je vader. Je moet blind zijn als je alle technologische ontwikkelingen van de laatste eeuw veroordeelt. We leven in een wereld van voortdurende hysterie. Voor de milieuridders is het altijd vijf voor twaalf. Neem het fenomeen zure regen. In de jaren tachtig was men ervan overtuigd dat alle bossen zouden afsterven: Das grosse Waldsterben, een “ecologisch Hiroshima”. Kenmerkend voor de taal van verdoemenis waarin men over de milieuproblematiek spreekt. Deze discussie woedde vooral in Nederland en Duitsland, in Frankrijk interesseerde het niemand. Engeland stelde een commissie in die concludeerde: “British trees are normal”. En nu hoor je er niemand meer over. Het is één grote zeepbel geweest. De geschiedenis lijkt zich echter te herhalen, alleen zijn het nu de poolkappen die aan het smelten zouden zijn. Ik weet niet of jullie het al gehoord hebben, maar binnen afzienbare tijd wordt iedereen weggevaagd door monstergolven. Amersfoort aan Zee, dat idee.
De klimaatwetenschap is nog jong en onzeker. Een groot deel van de kennis is aanvechtbaar en niet los te zien van de politieke of economische belangen van de onderzoeker. (zucht) En ook jij komt meteen met angstaanjagende metaforen. Ik ben ervan overtuigd dat de technologie voor ieder probleem een oplossing biedt. Het water is nog nooit zo schoon geweest, de bomen groeien als nooit tevoren.’

HET DEBAT over het milieu is vooral problematisch omdat er zoveel onduidelijkheid bestaat over de ernst van het gevaar. Iedereen schermt met andere cijfers, die een dag later onzin blijken te zijn.
Van Erven Dorens: 'Dat is absoluut waar. Er is zo veel informatie beschikbaar, er zijn zo veel bronnen die elkaar volledig tegenspreken. Op dezelfde dag dat Al Gore de Nobelprijs krijgt voor zijn groene inspanningen kan een Panamese weerkundige doodleuk stellen dat de aarde in het geheel niet opwarmt. Het is moeilijk om uit die brij van informatie en desinformatie een gefundeerd standpunt te destilleren.’
Vink: 'Des te meer reden om de apocalyptische spookbeelden overboord te gooien.’
Van Erven Dorens: 'Dat is leuk en aardig, maar we zullen toch iets moeten doen. Jij gelooft heilig in de technologie, maar zie je wind en zon dan ook als de energiebronnen van de toekomst?’
Vink: 'Dat zou heel goed kunnen. Maar vergeet niet dat zonne- en windenergie ook producten zijn van technologie. Zonder innovatieve investeringen zouden er nooit zonnepanelen of windmolens bestaan. Bovendien staan die methoden van energieopwekking nog in de kinderschoenen. Er moet nog zo veel in geïnvesteerd worden voordat we er over dertig jaar profijt van kunnen hebben. En dan vergeet je voor het gemak misschien nog wel de belangrijkste bron: kernenergie.’
Van Erven Dorens: 'De hele Engelse kust wordt volgebouwd met windmolens, heel Europa is aan het investeren en wij doen niets. We krijgen niet eens een fokking vergunning voor één zo'n molen! Het duurt allemaal veel te lang, je moet geloof ik zéven-en-een-half jaar wachten op zo'n papiertje. En het pijnlijkste van alles is dat dit voor een groot deel aan de milieubeweging zelf te wijten is. Neem de vogelbeschermers, die beweren dat de wieken van een windmolen duizenden vogels per jaar om zeep helpen. Daar wordt dan weer onderzoek naar gedaan, waarna blijkt dat er in het water rond de molens nog nooit een dode vogel is aangetroffen. Of dan wordt na een langdurige milieulobby ineens besloten om miljoenen te investeren in een sonarsysteem dat de bruinvissen weghoudt. Allemachtig, jongens, de bruinvis schrikt niet van een beetje heien, leer mij de bruinvis kennen. Het resultaat van dit alles is dat vooruitgang in dit land op allerlei manieren wordt bemoeilijkt. En toch moeten we ons, hoe moeilijk dit ook is, niet te veel laten leiden door tegenwerkende krachten. We moeten inzien dat het onze verantwoordelijkheid is om de wereld zo goed mogelijk achter te laten voor onze kinderen. Dat is ook de les die we uit het Kopenhagen-debacle moeten trekken: we moeten het zelf doen.
Zelf ben ik voor alles wat op een positieve manier vooruitgang predikt. Als kernenergie uitkomst biedt, zou het bijzonder onnozel zijn om daar geen oog voor te hebben. Dit mag ik natuurlijk niet zeggen van mijn beweging Zeekracht, die daar niets in ziet, maar ik sta open voor alle mogelijke oplossingen, ook voor kernenergie.’

HET LIGT in de lijn van de recente geschiedenis om eerst naar technologische of chemische wondermiddelen te zoeken alvorens bij onszelf te rade te gaan. Hebben mensen echter niet ook de morele verplichting ten opzichte van de natuur om de balans niet te veel te verstoren met hun luxueuze levensstijl?
Van Erven Dorens: 'Mensen laten dagelijks zien hoe kortzichtig ze zijn. Of het nu gaat om de financiële sector of om de industriële: we kijken niet verder dan onze eigen enge verantwoordelijkheid. Als ik denk aan al die oliemaatschappijen die landen als Nigeria geheel en al hebben omgewoeld…’
Vink onderbreekt: 'Het spijt me zeer, maar volgens mij weet je geen klap van Nigeria. Dit is gewoon een herhaling van een van de populairste clichés van de milieubeweging. Alsof wij westerlingen al het leed van de hele wereld hebben veroorzaakt. (Van Erven Dorens probeert er tevergeefs tussen te komen) Beau, geef nou gewoon toe dat je niets van Nigeria weet.’
Van Erven Dorens: 'Mijn zwager werkt voor een van de grootste bodemonderzoekers ter wereld, Fugro. Die maatschappij zit overal, ook in Nigeria. En hij heeft me verteld over de poel van verderf die multinationals daar hebben aangericht. Dat is dus een primaire bron, Jaffe.’
Vink: 'Je laat de rol van de Nigerianen zelf buiten beschouwing. Ik heb toevallig ook een zwager die in Nigeria werkt. Het is een bijzonder moeilijk land, vol corruptie, criminaliteit en stammenstrijd. Een behoorlijk deel van de milieuproblemen is veroorzaakt door vernieling van pijpleidingen. Vervolgens vroegen deze saboteurs financiële compensatie voor de schade aan het milieu. In Afrika loopt ook niet altijd alles op rolletjes. Bovendien hebben oliemaatschappijen er geen baat bij om milieuproblemen te verdoezelen. Door het internet is het publiek nu direct op de hoogte van alles wat een multinational uitvoert. Openheid is de absolute norm geworden: als je daarvan afwijkt, snijd je jezelf als bedrijf gigantisch in de vingers.’
Van Erven Dorens: 'Maar je hebt als samenleving toch ook een verantwoordelijkheid ten opzichte van de natuur. De balans die we vroeger uit onszelf zochten, moet ons sinds een paar eeuwen worden opgelegd. Dat is toch een intens tragisch besef. Het kapitalisme heeft de mensen in rücksichtslose beesten veranderd.’
Vink: 'Wat een romantische flauwekul. Allemaal mythes die de Club van Rome ooit de wereld in heeft geholpen. Harmonie met de natuur is er nooit geweest. Er was hier geen oerbos en het was geen paradijs, het was een rommelzooi van lelijk geboomte en verder een troosteloos veenmoeras. Die milieuridders willen ook helemaal geen oerbos, die willen terug naar de natuur van Anton Pieck, een bos met paden en lanen, dikke beuken en een pijl naar het pannenkoekenhuis.
De geschiedenis laat zien dat de techniek altijd uitkomst heeft geboden. Eerst raakte het hout op, toen de turf, en nu de olie. Aan ons de uitdaging om weer iets nieuws te verzinnen, zoals we dat iedere keer gedaan hebben. De fossiele brandstoffen worden inderdaad steeds schaarser, maar we moeten het niet overdrijven: we hebben nog een eeuw te gaan. En er komen weer andere dingen voor in de plaats. Het enige wat we nu niet moeten doen is ons door alle paniek laten meeslepen en vergeten naar technologische oplossingen te zoeken. Dat is mijn angstbeeld.’

WORDEN de zienswijzen die hier tegenover elkaar staan bepaald door leeftijd?
Vink speelt met zijn strikje: 'Ik geloof niet dat de babyboomers het voor iedereen hebben verpest. Ik hoef me tegenover niemand te verontschuldigen. Wij moeten ons niets aantrekken van die groene gekte. Dat vreemde gevoel van verantwoordelijkheid is ook alleen maar voortgekomen uit de machtspositie die we dankzij de technologie verworven hebben. Het misplaatste mededogen ten opzichte van de natuur is pas iets van de laatste decennia. De westerse cultuur is zo rijk geworden dat we het onszelf kunnen veroorloven na te denken over de natuur als iets om van te genieten. En die rijkdom is geen decadentie maar een overwinning op de armoede, de droom van onze voorouders. Voor het gemak zijn we vergeten dat de natuur niet alleen maar leuk en lief is, maar ook keihard en wreed. We bevinden ons in een voortdurend gevecht met de elementen. Mijn motto is: toon ons na duizend keer dezelfde droevige ijsbeer ook eens de glorie van het menselijk vernuft.’
Van Erven Dorens: 'Ik denk dat de kloof eerder ligt tussen dromers en realisten. Er zijn tal van generatiegenoten die mijn groene ideaal niet delen. In de streek waar ik vandaan kom, rond Bloemendaal, willen mensen er echt niets van weten. Daar vinden ze me leuk zolang ik in een glimmend pakje muren ontwijk, maar zodra ik over het milieu begin, denken zij alleen nog aan hun Hummer. En ik kan het ook wel begrijpen. Ik ben laatst met uitzonderlijk groot plezier in mijn Jaguar XS twaalfcilinder naar Zeeland gereden. Ik bezit twee auto’s en zo nu en dan heb ik die tweede gewoon nodig om in te knallen. Het is echt een onbeschrijflijk genot om die motoren te horen ronken. Die wagen komt uit 1990, dus dan hebben we het echt over een beroepsvervuiler. Vroeger, voor al die milieuproblemen, genoot ik daar voor honderd procent van. Nu, na alles wat er gebeurd en gezegd is, eigenlijk nog steeds. Het is zo'n kleinzerig idee dat iemand met een groene boodschap roomser moet zijn dan de paus. Alsof één persoon de doorslag kan geven. Dat is een groot verschil tussen de echte groene rakkers en mijzelf, ik ben me meer bewust van mijn nietigheid. En ik heb ook meer oog voor de luiheid van mensen: minder consumeren zit er niet in, daar zit niemand op te wachten. We zijn gewend geraakt aan luxe en zullen dat niet zo makkelijk opgeven. De oplossing zit in veranderingen waarbij we niets hoeven in te leveren.
De eerste naoorlogse generatie heeft de uitputting van de aarde tot een kunst verheven. Het besef dat het verkeerd is om de natuur uit te buiten bestaat natuurlijk al veel langer. De afgelopen eeuwen hebben zo veel wetenschappers en filosofen al gewaarschuwd voor de gevaren van het uitwonen van de planeet dat ik het te makkelijk vind om te zeggen dat we die morele verantwoordelijkheid nu pas in de schoot geworpen hebben gekregen. Dan steek je toch je kop in het zand. (peinzend) Soms denk ik dat mensen pas in beweging komen als een vloedgolf de Kalverstraat leeg spoelt.’

BEELD JOOST VAN DEN BROEK