Die verdomde duitse taal

Lars Rudolph is een bijzondere acteur. Hij schijnt een verleden als popmuzikant te hebben, maar daar denk je bepaald niet aan als je hem ziet. Ik zag hem eerst in twee films waarin hij een min of meer zwakbegaafde speelde. Dat deed hij zo overtuigend en het past ook zo bij zijn weinig gepolijste fysionomie dat ik aanvankelijk dacht dat ze voor die films een echte vriendelijke idioot hadden gecast.

Na eerst in kleine filmpjes van Berlijnse vrienden te hebben gespeeld - zoals Seekrankheit auf festen Lande van Christian Frosch en Not a Love Song van Jan Ralske - en bij schandaalregisseur Christoph Schlingensief op de Volksbühne te hebben gestaan, groeide hij uit tot een lievelingsacteur van Duitse en Oostenrijkse onafhankelijke, oorspronkelijke filmmakers. Inmiddels heeft hij een prijs gewonnen als meest belovende jonge acteur en heeft de grote Wim Wenders hem in het vizier gekregen. Behalve zijn goedaardig-norse en immer onuitgeslapen verschijning kenmerkt Rudolph zich vooral door een uiterst bijzondere behandeling van de Duitse taal. Die verdomde Duitse taal. Hij maakt die bitse en vaak te luide taal tot een zingend gefluister. Tot een behaaglijk lispelen.
De jonge Oostenrijkse filmmaker Stefan Ruzowitzky moet dat lispelen als muziek in de oren hebben geklonken. Hij gebruikte de stem van Rudolph als fundament voor zijn film Die Siebtelbauern. Het gebruik van een commentaarstem in een speelfilm wordt vaak gezien als een zwaktebod. Vooral literatuurverfilmingen lijden aan sonore stemmen die plechtige schrijftaal voordragen. Als je dan weet dat Die Siebtelbauern zich afspeelt in het vooroorlogse Oostenrijk in een boerengehucht in een van de meest achterlijke streken (Mühlviertel bij de grens met het huidige Tsjechië), dan dringt zich onvermijdelijk de gedachte op dat we te doen hebben met een verfilmde streekroman. Of nog erger: een Heimatfilm.
Ruzowitzky was zich op een zeer prettige manier bewust van dat gevaar. Minder krampachtig en politiek correct dan Edgar Reitz vernieuwde hij het vanwege zijn Blut und Boden-associaties vaak gemeden genre. Zijn vernieuwing is bijna nonchalant en zeker ironisch. Dat hij zijn film zelf met een western vergelijkt, kenmerkt zijn visie. De film oogt heel authentiek maar Ruzowitzky wilde niet pijnlijk historisch zijn. Zo spreken zijn acteurs niet het lokale dialect. Hij wilde acteurs en actrices met een groot talent en een eigen uitstraling - als die een Berlijnse tongval bleken te hebben, nam hij dat op de koop toe. Ruzowitzky brengt bravour, souplesse en humor in een filmgenre dat zo geleden heeft onder stijfheid en krampachtige authenticiteit. De stem van Rudolph vertelt een verhaal waarin een onmiskenbare noodlotsdramatiek wordt gebracht als een ironisch understatement.
De stem van Rudolph hoort bij Severin. Hij is een van de zeven knechten en meiden uit de titel. Niet de echte hoofdrolspeler zodat hij vanaf de zijlijn, als relatieve buitenstaander, zijn commentaar kan geven bij een bij voorbaat verloren strijd tussen oud en nieuw, heren en knechten, mannen en vrouwen. De echte hoofdrollen zijn voor Lukas en Emmy. Lukas werd ooit te vondeling gelegd bij de boerderij. Naar zal blijken niet toevallig bij deze boerderij, want hij blijkt de bastaardzoon van de hereboer zelf te zijn. Emmy werkt als meid op de boerderij en heeft haar eigen bastaardje, want meiden moeten op dit platteland behalve beestachtig hard werken ook gewillig de boer over zich heen laten gaan.
Even lijken die dogma’s helemaal opzijgezet te kunnen worden. De boer wordt vermoord. Zijn testament blijkt een bizarre, maar ook macabere, grap te bevatten. Hij laat zijn goed na aan zijn meiden en knechten (hij voegt eraan toe dat hij hoopt dat ze zich bij onderlinge ruzies de keel zullen afbijten). Het duurt even voor het tot ze doordringt dat ze van feodale horigen zijn opgeklommen tot de bezittende klasse, maar dan genieten ze aangevoerd door de laconieke Lukas en de felle en slimme Emmy ook met volle teugen van hun korte zomer van de anarchie. De conservatieve omgeving ervaart de ongehoorde vrijheid van de zeven meiden en knechten als tegennatuurlijk en godslasterlijk en de droom wordt uiteindelijk in bloed gesmoord.
Severin overleeft als een van de weinigen, want hij moest op dit fraaie verhaal kunnen terugkijken om het ons met de onnavolgbare stem van Lars Rudolph te kunnen vertellen.

  • Onder de noemer Cinema Boulevard houden de filmhuizen en de ‘betere’ bioscopen zomeruitverkoop. Kwaliteitsfilms zegt men, maar onder de vlag van een Engeland-thema wordt ook de ordinaire kaskraker Bean aangeboden. Eerlijkheidshalve: ook een compromisloze kunstfilm als Few of Us van Sarunas Bartas draait er.
  • Grootse oudemannencinema biedt Voyage au début du monde. Marcello Mastroianni in zijn allerlaatste rol in een film van de oudste actieve filmmaker ter wereld: de bijna negentigjarige Manoel De Oliveira. In Utrecht (’t Hoogt) en Amsterdam (Filmmuseum).