INTERVIEW MET EMMANUEL MOURET

‘Diepgang in lichtheid’

Emmanuel Mouret schrijft en regisseert komedies in de traditie van Eric Rohmer, Jacques Tati en Billy Wilder en speelt vaak een rol in zijn eigen films. Net als Woody Allen heeft Mouret een voorkeur voor onhandige personages op zoek naar liefde.

In Un baiser s’il vous plaît, Emmanuel Mourets (1970) nieuwste film, ontmoet Gabriel (Michaël Cohen) tijdens een zakenreis de charmante Émilie (Julie Gayet). Na een leuke avond samen wil hij haar kussen, maar Émilie, hoewel tot hem aangetrokken, weigert. Niet zozeer omdat ze getrouwd is, dat is Gabriel zelf ook, maar vanwege een verhaal. Dit verhaal betreft kennissen van haar, ene Judith (Virginie Ledoyen) en Nicolas (Emmanuel Mouret), die ooit een onschuldige kus uitwisselden, met dramatische gevolgen.

‘Un baiser s’il vous plaît’ is een romantische komedie. Waarom toch steeds dat genre?

Emmanuel Mouret: ‘De romantische komedie draait om een thema dat me blijft boeien: verlangen. Bovendien is de romantische komedie een goudmijn voor een filmmaker, omdat het zo veel omvat: delirium, suspense en komische situatieschetsen, maar ook tragiek. Het genre biedt de gelegenheid om te spelen met allerlei cinematografische vormen. Hoe verbeeld je bijvoorbeeld verlangen of genot? En het is een filosofisch genre dat iets zegt over het menselijk bestaan. Liefde en verlangen staan altijd in relatie tot cultuur.’

Verlangen is toch een natuurlijk gegeven?

‘Het verlangen zelf is uiteraard natuurlijk, maar vervolgens moet je het een plek in de maatschappij geven. Polygamie is in onze westerse samenleving niet geaccepteerd, dus moet je daar een oplossing voor zien te vinden. Dat is waar mijn personages voortdurend mee bezig zijn: oplossingen verzinnen.’

Het uiteindelijke doel is natuurlijk dat ene… Toch wordt er nooit seks getoond in uw films.

‘Ik houd van suspense. Mij interesseert datgene wat er gebeurt tussen twee personages voordat ze seks hebben. Als dat eenmaal gebeurt, is de spanning weg, dan wordt het in feite saai voor de toeschouwer. Ik geloof sowieso dat erotiek vooral in de fantasie besloten ligt.’

‘Un baiser…’ wordt geafficheerd als komedie, maar bevat ook elementen van een tragedie.

‘Een tragedie zou ik het niet willen noemen. Er gaat niemand dood. Maar er zijn zeker melancholieke kanten. Het is de klassieke situatie van een driehoeksverhouding waarbij twee mensen een derde persoon proberen te sparen, maar doordat ze alles doen om pijn bij hem te vermijden, lijden ze zelf. En wellicht geeft actrice Virginie Ledoyen de film ook een melancholiek tintje. Zij is vooral bekend van serieuze rollen. Nee, het was geen bewuste keuze om haar te vragen. Sterker nog, ze kwam op mij af! Ze had Changement d’adresse gezien, was daar blijkbaar erg enthousiast over en liet toen weten graag met mij te willen werken.’

Judith draagt in het begin van de film hooggesloten kleding. Ook het huis waar ze met haar man woont, is nogal wit en steriel. Steekt u hier de draak met de Parijse bourgeoisie?

‘O nee, ik steek nooit de draak met bepaalde mensen of milieus. Maar die aankleding van Judith en haar huis is wel heel bewust zo gedaan. Haar tuttige kleding en steriele huis vormen een scherp contrast met het overspel dat ze met Nicolas gaat plegen. De vormgeving is minstens zo belangrijk als het verhaal, daar bemoei ik me tot in de puntjes mee.’

Uw films zijn duidelijk gestileerd. Over Dogme ’95 heeft u gezegd: ‘Woest rondrennen met een digitale camera heeft weinig met realisme te maken.’

‘Wat als realistisch wordt beschouwd, is cultureel bepaald. Realisme in film is een code, een formaliteit. Films die in de jaren vijftig als “realistisch” werden ervaren, herkennen we nu als typisch van die tijd. De films van Rohmer en Bresson zijn overduidelijk gestileerd, toch komen ze misschien dichter bij de waarheid dan een heleboel andere films.’

U wordt vaak in één adem genoemd met Eric Rohmer.

‘Dat is een compliment: ik bewonder Eric Rohmer. En ik begrijp de vergelijking wel. Mijn films gaan ook over mensen die worstelen met de liefde en er graag over praten. Maar hoe langer ik nu zelf bezig ben, hoe meer verschillen ik zie. Rohmer gebruikt nooit muziek, terwijl dat bij mij juist een belangrijk element is. En mijn films zijn fysieker, minder cerebraal. Uiteindelijk is Rohmer slechts één van mijn vele voorbeelden. Ik ben ook beïnvloed door Truffaut, Jean Becker, Sacha Guitry, Iosseliani. En door Amerikaanse regisseurs als Billy Wilder en Ernst Lubitsch. Van Hollywoodregisseurs heb ik geleerd hoe je suspense moet opbouwen.

Franse cinema kent eigenlijk maar twee uitersten: de films spelen zich óf in Parijs af, óf op het platteland. En het platteland bestaat dan alleen uit pittoreske dorpjes. Als Marseille al als locatie wordt gekozen, dan wordt het steevast afgeschilderd als een louche stad. Het draait altijd maar weer om die banlieues met hun criminaliteit en drugsproblematiek. Ik vond het leuk eens een ander Marseille te laten zien. In Promène-toi donc tout nu! maken de personages een wandeling op het grensgebied tussen de stad en het platteland. Daar vind je geen naargeestige flats maar mooie, moderne architectuur. En Vénus et Fleur speelt zich af in een chique villa aan de kust. Ik ben op het moment overigens terug in Marseille, dus wie weet ga ik daar mijn volgende film weer draaien.’

‘Promène-toi donc tout nu!’ bevat een mooie vader-zoonscène, in de tuin van een villa in Marseille. Een goedige vader vertelt zijn volwassen zoon dat hij misschien ooit zal moeten stoppen in diens levensonderhoud te voorzien. Is die scène autobiografisch?

Emmanuel Mouret: ‘Mijn vader is inderdaad een tijdje huisbewaarder geweest, waardoor we in zo’n mooie villa woonden. Maar verder… ik wilde gewoon eens een scène maken over een harmonieuze vader-zoonrelatie. In cinema wordt de relatie tussen ouders en kinderen altijd verbeeld in termen van conflicten. Het gaat altijd om wat ouders fout doen. Maar ouders zijn ook heel zorgzaam. De vader in Promène-toi donc tout nu! heeft het beste voor met zijn zoon. Hij koopt zelfs psychologieboeken om hem beter te kunnen begrijpen! Tegelijkertijd is de film een ode aan al mijn filmvaders, regisseurs die mij beïnvloed hebben. Als kind zat ik altijd in de bioscoop. Ik verslond niet alleen Franse films, maar ook Hollywoodklassiekers. Daar heb ik veel van opgestoken.’

Wat zijn naast film uw inspiratiebronnen?

‘Ik lees graag filosofie, vooral Spinoza. Hij heeft gezegd dat verlangen de essentie van het menselijke bestaan vormt, daar kan ik me goed in vinden. En verder houd ik van schilderkunst: Matisse, Dubuffet en Picasso. Die zijn tegelijk lichtvoetig én diepgravend. In cinema wordt diepgang te vaak gezocht in ernst en pijn. Ik zoek diepgang liever in lichtheid, in schoonheid en in charme. Ook voel ik verwantschap met deze kunstenaars omdat ze precies schilderden wat ze zelf wilden. Als ik één principe heb, dan is het dat ik alleen de films wil maken waar ik van houd, met personages waar ik om geef.’

Uw films vertellen pijnlijke waarheden, maar worden nooit cynisch.

‘Cynisme probeer ik te mijden. Cynisme betekent dat je je probeert te beschermen tegen andere mensen, uit angst voor pijn. Maar dat is tot mislukken gedoemd, je kunt je niet beschermen tegen pijn. Althans, niet als je een echt en betekenisvol leven wilt leiden. De bedoeling van cinema is dat je zin krijgt om te destabiliseren, ervaringen op te doen, om te voelen. Ik hoop dat mijn films dat bij de kijker bewerkstelligen.’

Un baiser s’il vous plaît, vanaf 8 mei in roulatie