Dieptepunt

Geen wonder dat mensen de laatste tijd het Haagse gedoe beu zijn. De spanning en het wantrouwen tussen de VVD en D66 zijn weer toegenomen na Sigrid Kaags HJ Schoo-lezing. Wat beoogde ze?

Zelfs de mondhygiënist begon over politiek. Of er nog een kabinet komt? Waarom dan niet gewoon over rechts, daar zit toch een meerderheid? Of dacht ik dat het uit zou lopen op nieuwe verkiezingen? Omdat ik met mijn mond open in de tandartsstoel lag, kon ik slechts denken: iedereen begint de laatste tijd over politiek en iedereen zegt – linksom of rechtsom – dat ze het Haagse gedoe beu zijn. Geef ze eens ongelijk. Want wat de politiek afgelopen week liet zien, was opnieuw onthutsend. En dat kwam niet door het cda-congres zoals velen vooraf hadden gedacht.

Kort na de landelijke verkiezingen voelde het Kamerdebat over de aantekening ‘Positie Omtzigt, functie elders’ als dieptepunt. Maar het kon blijkbaar nog erger. De HJ Schoo-lezing van d66-leider Sigrid Kaag zorgde voor een voor iedereen zichtbare ijzigheid tussen haar en vvd-leider Mark Rutte. De leiders van de twee grootste partijen keken elkaar afgelopen week niet eens aan tijdens het debat over hoe nu verder met de kabinetsformatie nadat deze na ruim vijf maanden weer was mislukt. Het onderlinge wantrouwen in politiek Den Haag is inmiddels verontrustend groot. En daarbij hebben de politici de kiezer niet eens meer nodig. Dat doen ze nu toch echt helemaal zelf.

Aanleiding voor de spanning tussen de twee partijleiders waren een paar korte opmerkingen van Kaag in haar lezing: indirecte, maar onmiskenbare verwijten aan haar collega en gesprekspartner in de kabinetsformatie Mark Rutte. In deze tijd van snelle en vooral ook korte berichten op de sociale media, in combinatie met de kort daarvoor mislukte poging een kabinet te kunnen gaan formeren, werden juist die opmerkingen eruit gepikt. En Leiden was in last.

Kaag maakte tijdens het debat de media het verwijt de rest van haar lange en inhoudelijke betoog niet te hebben opgepikt, maar dan ziet zij haar eigen verantwoordelijkheid over het hoofd. Zeker als het haar oprecht zou gaan om nieuw leiderschap. Dan doet het ertoe wat én op welk moment je een steek onder water geeft aan degene met wie je aan het onderhandelen bent. En met wie je weer om de tafel moet in weer de volgende poging een kabinet te formeren. Tenzij je dat echt niet wilt met een vvd onder leiding van de persoon Mark Rutte. Dan heeft Kaag de verantwoordelijkheid dat hardop en voor iedereen verstaanbaar te zeggen. Maar ja, dat is een politiek risico. Wie breekt, betaalt. Ook nieuwe leiders houden blijkbaar rekening met deze oude wetmatigheid.

Het lijntje is dun, had de vertrekkende kabinetsinformateur Mariëtte Hamer een paar dagen daarvoor geconcludeerd over de verstandhouding tussen de zes politieke partijen die zij maandenlang aan de informatietafel had gehad. Heel dun, zo bleek. Want op Kaag en haar speechschrijvers hadden Hamers woorden geen indruk gemaakt.

Vertrouwt Kaag haar gesprekspartners aan de formatietafel niet?

In het Kamerdebat over het eindrapport van Hamer zei Kaag dat ze alleen haar man, familie en enkele vrienden vertrouwt. Zacht gezegd was dat een onhandige uitspraak. Vertrouwen kent verschillende gradaties. Natuurlijk wil je aan je naasten meer vertrouwen schenken dan aan iemand die verder van je afstaat, of aan een overheid. Maar zo verwoord dringt de gedachte zich op dat Kaag haar gesprekspartners aan de formatietafel niet vertrouwt, dat ze de overheid – die ze zelf dient – niet vertrouwt, dat ze haar partijgenoten niet vertrouwt, ga zo maar door. Hoe wil je dan dat de burger vertrouwen blijft houden in de politiek, in de democratie, in de samenleving?

Bij het cda weten ze wat er gebeurt als er geen onderling vertrouwen is. En je geen kopjes koffie met elkaar drinkt, ook iets waar d66-leider Kaag zei niet in te geloven. Dan verlies je als partij de verkiezingen van jezelf. Dan heb je daar geen andere politieke partijen meer voor nodig, zoals een interne cda-partijcommissie onder leiding van Liesbeth Spies concludeerde.

Toeval of niet: Spies nam op het partijcongres opvallend vaak de woorden politieke familie in de mond. En waar riep cda-leider Wopke Hoekstra zijn partijgenoten toe op? Om gewoon bij elkaar op de koffie te gaan in plaats van elkaar moreel de maat te nemen zoals sinds het desastreuze gedoogkabinet met de pvv in de partij de gewoonte was geworden.

De indringendste oproep aan politiek Den Haag om nu toch echt werk te gaan maken van een nieuw kabinet kwam echter van een inspreker op het cda-congres: zorg er alsjeblieft voor dat er niet gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart aanstaande ook landelijke verkiezingen zijn. Juist! Want dat zou de lokale politiek overschaduwen. Dan zouden de landelijke kopstukken overal in beeld zijn in plaats van de lokale politici. Dan gaan de burgers hun stem uitbrengen op basis van landelijke voorkeuren en niet op basis van plaatselijke thema’s, lokale kandidaten en hun voornemens.

En ik hoor dan nu al het geweeklaag én de zorgen daarna vanuit Den Haag over de geringe belangstelling voor lokale politiek, hoe dramatisch dat is voor het draagvlak voor het gemeentelijke beleid en hoe ondermijnend dat is voor de democratie. Maar dat is dan toch echt eigen schuld, dikke bult.

cda-leider Hoekstra had het zaterdag over polarisatie als een tikkende tijdbom onder de democratie. Hij beloofde zich in de verdere kabinetsformatie constructief te zullen opstellen. Hoewel het er nu vooral om gaat of Rutte en Kaag elkaar nog vertrouwen, mogen dat deze keer geen loze woorden zijn van Hoekstra. Het kan bijdragen aan het voorkomen van weer een nieuw dieptepunt.