Sport

Dier

Sport is de strijd van de mens tegen een tegenstander, van welke hoedanigheid dan ook, met het doel op eerlijke en sportieve wijze te winnen. En indien nodig tegen zijn verlies te kunnen. De strijd dient enigszins gelijkwaardig te zijn, anders is het geen goede sport. De verhoudingen moeten kloppen.

De mens vecht tegen iets anders. Tegen de materie, de elementen, een ander mens, zichzelf. Eigenlijk al die dingen waar iemand in het dagelijks leven last van heeft.

Sommige sporten zijn voornamelijk op de strijd met de materie gebaseerd (gewichtheffen, bergbeklimmen); andere berusten op een eerlijk gevecht van mens tegen mens (denksport, judo); bij weer andere sporten spelen de elementen de hoofdrol (zwemmen, wildwatervaren). In alle sporten vormen de natuurkrachten een hardnekkige opponent: zwaartekracht, luchtweerstand, wrijving, tegenwind, motregen en vogelpoep. Want ze zijn overal. Sporten als hoogspringen en hardlopen zijn expliciet een gevecht met die krachten der natuur. En in alle sporten strijdt de mens tegen de mens, soms alleen zichzelf, soms ook nog één of meer anderen.

Uitwassen als een – gelijkwaardige – competitie tussen mens en machine beschouwen we als exotisch. Alleen schaakcomputer Deep Blue versus schaakmens Kasparov nemen we enigszins serieus.

Dan is er nog de sport met dieren, meestal zoogdieren.

Zo kennen we de paardensport en haar verscheidene disciplines: dressuur, de derby, de endurance, het springen of concours hippique, metworstrennen (ieder jaar op carnavalsmaandag in Boxmeer) en de verderfelijke military.

Alle takken van de paardensport hebben als basis de samenwerking tussen mens en dier. Hun relatie is symbiotisch: zonder de een is de ander niks. Het paard springt niet in z’n eentje over hindernissen van 1,60 meter hoog, en de ruiter ook niet. Het dier heeft in onze ogen altijd een dienende functie. We zeggen: Albert Zoer won de barrage op Okidoki, en niet: Okidoki won de barrage onder Albert Zoer. Dat tekent de verhoudingen. Maar voorop staat dat de mens het dier waardeert en respecteert.

In de hondensport zien we dat ook op de onderdelen Agility – een soort concours hippique met een hond die geleid door zijn begeleider over hindernissen springt. Bij het Clean Boot Hunting jaagt de hond op een mens. En niet andersom. Respect.

Hondenrennen is al iets anders. Daar lopen de dieren een race, op jacht naar een nepkonijn, over een drafbaan. De mens fungeert hier als trainer, begeleider, coach, psycholoog, verzorger en manager. Het echte racen wordt door de hond gedaan.

Zo is het ook bij de duivensport, het racen met postduiven als wedstrijd. Een heleboel duiven, van een heleboel duivenmelkers, worden ergens op honderden kilometers van huis losgelaten en moeten zo snel mogelijk naar hun hok terug vliegen. De winnaar is de melker van de snelste postduif. Ook hier is de mens trainer, coach, opvoeder en begeleider. En degene die het prijzengeld in zijn zak steekt. Het echte racen wordt door de duif gedaan.

Een minder sympathieke tak van de duivensport is het kleiduivenschieten. Eigenlijk is dat een laffe sport. Met een jachtgeweer bewapende schutters proberen zo veel mogelijk kleiduiven te raken die door een werpmachine worden afgeschoten. Kleiduivenschieten is een ongelijke strijd. De kleiduif heeft nauwelijks mogelijkheden om zich te verzetten tegen de schietende mens of hem te ontlopen. Vanuit een gevangen positie wordt hij afgeschoten en vliegt met grote snelheid door de lucht, waarna de gewapende sportmens hem probeert uit diezelfde lucht te knallen. Hoewel de kleiduif op zijn eigen terrein is, de lucht, heeft de mens nadrukkelijk de overhand. Van de duizend kleiduiven schiet hij er meestal 980 dood.

(Misschien is er een combinatie denkbaar tussen postduivensport en kleiduivensport. Dat de postduiven nadat ze zijn gelost onder vuur worden genomen door een rij schutters. Of dat de postduiven worden afgeschoten vanuit een katapultachtig apparaat. Of dat de kleiduiven vanuit Limoges naar huis moeten vliegen.)

De laatste categorie sport met dieren is de vissport. Die is interessant. Daar is sprake van een echte strijd. De vis bevindt zich in zijn eigen domein, het water, en de sportende mens is op het zijne, het land. Die spanning leidt tot fascinerende gevechten, zoals we ook weer zagen op het laatste WK-Zoet in Toledo, Spanje, waar het eerste Nederlandse Damesteam Zoet een fraaie zesde plaats veroverde.

In tegenstelling tot de kleiduif wordt de vis wél met respect bejegend. Hij wordt na het ‘landen’ weer teruggezet in het water. De vis is, anders dan de kleiduif, dan ook een belangrijk symbool in onze cultuur. Denk aan Christus. De kleiduif wordt aan zijn vergruizelde lot overgelaten. Niemand kijkt nog naar hem om. Alsof het een ding is.