Dieren

Vanochtend keek ik naar een tv-programma waarin werd uitgelegd dat honden en katten zo goed zijn voor de gezondheid. Je ontspant, je wandelt, je cholesterol gaat omlaag, sociaal functioneer je beter.

Er wordt onderzoek gedaan, want kinderen met huisdieren zijn intelligenter dan kinderen zonder honden en katten.
Ik barstte spontaan in een akelig geschrei uit. Ik had immers een hond en een kat. Ik vond dat gezellig en zij vonden mij ook niet onaardig, had ik de indruk. Helaas heb ik ze weg moeten doen, omdat ik vond dat ik door mijn ziekte niet goed meer voor ze kon zorgen. Ik kon het hondje ’s(avonds niet meer goed uitlaten. Bovendien moest ik begin dit jaar van de ene seconde op de andere in het ziekenhuis worden opgenomen en toen vond ik het risico dat dat zou gaan herhalen, te groot.
Ze zijn beiden ideaal ondergebracht en dolgelukkig. En ik moet zeggen dat het een beetje stiller is in mijn huis, maar dat het ontbreken van de beestjes ook voordelen heeft.
Ik kan zomaar wegvliegen. Ik hoef geen rekening te houden met werkuren. Ik kan zo lang wegblijven als ik wil. Ik hoef geen diereneten meer te kopen. Ik hoef niet meer op te letten of ze elkaars eten niet opeten.
Maar waarom wordt er op de tv gedaan alsof iedereen kerngezond door onze parken rent? Omdat leedprogramma’s tearjerkers moeten zijn. Ik heb geen leed, mijn voormalige hond en kat zijn vrolijk en springlevend.
Maar jeetje, mijn cholesterol, hoe moet dat aflopen?