Dieren

Gisteren vond er een enorm gevecht plaats in mijn huis, tussen mij en de kat. Ik moest met hem naar de dierenarts om hem te laten inenten, want hij gaat uit logeren bij mijn dierbaren in de provincie. Buiten. Toen ik hem uiteindelijk in zijn tas had geworsteld, blies hij verontwaardigd en bloedde ik als een rund. Mijn oude hondje moest ook mee, want hij is nu zo doof en zo lastig dat ik hem met goed fatsoen niet meer uit logeren kan doen, dus neem ik hem mee op reis. Dat betekent inenten.

Ik ben dol op de wachtkamer van de dierenarts, vanwege alle verhalen. Er zaten deze keer voornamelijk mensen in dezelfde positie als ik: snel even laten inenten voor de vakantie. Toen er twee jonge vrouwen binnenkwamen met een kat die van een dak gevallen was en uit zijn bek bloedde, mochten ze vanzelfsprekend voorgaan. De kat moest blijven ter observatie.
Toen ik aan de beurt was, stapte mijn kat uit zijn tasje alsof hij zich altijd beeldig laat vervoeren en zich heerlijk voelde. Na zijn prik liet hij zich schattig optillen door de assistente en ontspannen en lief in zijn tasje zetten. Zo makkelijk. Wat een schijnheilig monster.
De hond kreeg twee prikken en een paspoortje en hij was al op weg naar de deur terwijl de naald nog ongeveer in zijn nek zat. Honderdvijfendertig gulden voor drie prikken, alsof je een emmer leeggooit. Nou ja, ze zijn een jaar geldig. Toch een smak geld. De kat is voor niks uit logeren. Voor de hond moest ik nog honderdtweeennegentig gulden voor een treinkaartje betalen. Ik ga failliet op vakantie door die beesten.
Maar ze zijn gezellig in huis en we hebben een goede relatie met zijn drieen. Dat ik nog binnen mag, vind ik heel aardig van ze. Volgens mij zouden ze de deur voorgoed op slot doen als ik niet voor het eten zou zorgen, zo bazig zijn ze tegen me.