Dieren voor dieren

DE ‘DIERENSPECIAALZAAK’ om de hoek ken ik omdat ze het beste muizegif van de stad verkopen. Van die rode korreltjes, alleen voor de professionele gebruiker. Maar wie is dat niet in de Amsterdamse Pijp? Eigenlijk wel vreemd, een zaak waar ze én muizen én muizegif verkopen. Inmiddels begrijp ik dat zaken van leven en dood een perfect sluitende cirkel vormen bij dieren en dierenvoer.

Bij die dierenwinkel begin ik mijn speurtocht naar de raadselen van katte- en hondevoer. Wat een soorten! ‘Dit is nog niks hoor’, zegt de verkoper. 'In België en Engeland heb je dierendelicatessenzaken, daar koop je kant-en-klaarmaaltijden voor je lieveling.’ Hij beveelt me Science Plan van Hill’s aan. 'De blikjes zijn wel twee keer zo duur, maar ze eten er twee keer zo weinig van. Hoe oud is de hond of kat?’ Aan elke leeftijd blijkt een eigen voedingslijn verbonden.
MIJN BENEDENBUURMAN biedt zijn vadsige rooie kater aan tegen de muizenplaag in mijn woning. Welnee, Keizer - zoals hij blijkt te heten - lust die rooie gifkorrels heus niet. Na tien minuten stuift hij de kast uit, zijn door gif uitgedroogde muizeprooi met angst en afkeer gadeslaand.
Dat belonen we met de aangeschafte Chicken & Liver van Science Plan voor de volwassen doch vrij jonge kat (Ÿ1,69 voor 156 gram). De tabel op het blikje Veterinary Formulated Feline Maintenance uit Kansas, USA, meldt dat een kat van twee tot drie kilo tweederde tot ééneneenkwart blikje per dag moet, een van vijf tot zeven kilo ééneneenkwart tot tweeëneenkwart blikje. Keizer is vast wel tien kilo, wat zo'n Science-diner veel begrotelijker maakt dan het toch al leek. Maar daarvoor krijgt Keizer, aldus de formule, 'vlees en dierlijke bijproducten, granen, mineralen, cellulosepoeder en gist’, en hiervan is 'minimaal 4 % kip, en 19 % lever’.
Bij Hill’s hebben ze momenteel meer dan honderd dierenartsen in dienst, zo meldt de bijgeleverde folder. Zouden die ook Hill’s-video’s in hun wachtkamer afspelen? Als opvolger van de uurlange Petvideo, waarop 'dierenpsycholoog’ Martin Gaus via zijn voorlichting de brokken van sponsor Quaker Oats aanprees?
Keizer trekt zijn neus op voor het voorgeschotelde hapje. Ik vind ook dat het stinkt. Maar dat geldt voor alle blikvoer, had een hondenbezitster mij al verteld. En misschien is Keizer wel van slag door het muizelijkje. Maar een test met gemarineerde zalm bewijst het tegendeel.
Geen nood, want Hill’s meldt: 'Niet tevreden, geld terug!’ Het bedrijf blijkt een vestiging in Breda te hebben, het gratis 06-nummer staat keurig op het blikje. 'Welkom bij de Hill’s voedingslijn. Momenteel zijn al onze medewerkers in gesprek. U kunt een boodschap achterlaten, met een telefoonnummer waar u tijdens kantoorurwn te bereiken bent.’ Later, tweede poging: 'Bienvenue… A` ce moment tous nos…’ Derde poging: 'Momenteel is onze voedingslijn gesloten…’ De vijfde keer spreek ik twee nummers in, met het verzoek te worden teruggebeld.
HET 'SMULMENU voor honden’ van de Hema 'met rundvlees & kip’ (vier keer duurder dan een gemiddeld blik voer, met 150 gram voor Ÿ1,55) is 'samengesteld uit de beste kwaliteit vlees’. Ook dit bakje bevat de toverformule: 'Vlees en dierlijke bijproducten (waarvan rundvlees min. 4% en kip min. 4%), mineralen.’
Wat is dan toch de rest van het vlees voor vlees? En wat zijn die 'dierlijke bijproducten’, als dat geen vlees is? De mevrouw van de Hema-informatiebalie zal het voor me navragen bij de afdeling Inkoop. Enige dagen later staat ze keurig op mijn antwoordapparaat. Die 'bijproducten’, zegt ze, dat is het afvalvlees van het rund, afval dat wij als mens niet consumeren. En dat geldt voor elk merk hondevoer, hoor.
Nou begrijp ik die fabrikanten niet meer. Kunnen ze op het voer zetten: '80 % rundvlees’, melden ze slechts 4 %. Want al is enkel die 4 % biefstuk, 76 % uiers of hart of pens, spier of kop en wat wij mensen verder zelf niet eten, dat mag toch best 'rundvlees’ heten? En al zou de rest van het vlees varkensvIees of vis zijn (wat de Hema ontkent), dan mag dat toch best vermeld? Die bijproducten, dat kan volgens de fabrikantenlogica juist helemaal geen vlees zijn.
ER WAS EENS een man met een hoge hoed. Hij leefde begin deze eeuw. Uit die hoed toverde hij duiven, die hij liet rondfladderen in de duinen. Enkele wist hij weer op te pakken en die stopte hij terug in zijn hoed. Hij sprak een toverspreuk en toen kwamen er korrels uit zijn hoed. En de overgebleven duiven aten die korrels op. Zijn publiek applaudiseerde. En toen kreeg die man een ingeving: duif eet duif! Was dat niet de perfecte cyclus van leven en dood? Uit zijn ingeving onstonden in 1926 de Nederlandse Thermochemische Fabrieken (NTF).
Deze scène vormt het begin van de film Een zaak van dood en leven, die Jef van der Heijden in 1966 vervaardigde in opdracht van de NTF. Een nogal onconventionele film, met een fantasierijk begin. De film kwam ik onlangs toevallig tegen. Ik las dat hij over het hergebruik van kadavers ging. Hergebruik als voedsel voor dieren, onder andere.
De ludieke opening van de film moest het ijs breken voor de erop volgende, fel-realistische weergave van dit taboe. We zien een boer die kadavers in een grote betonnen bak gooit: een koe, een varken, een hond. Mannen zonder handschoenen aan legen de bak. In de fabriek worden de kadavers, simpel gezegd, gesteriliseerd en gedroogd, ontvet, met benzine gewassen, vermalen en tot 'extractiekoeken’ omgevormd. Die worden ontijzerd, op het gewenste eiwit- en vetpeil gebracht en zijn dan in meelvorm klaar voor de verkoop. Gestorven kippen krijgen apart een vergelijkbare behandeling.
De fabriek waar Jef van der Heijden filmde, blijkt een oude bekende. Wanneer we, in mijn Friese jeugd, van Drachten naar Bergum fietsten en de wind verkeerd stond, roken we de hemeltergende stank van de 'lijmfabriek’ in Suameer. We wisten niet beter dan dat er lijm uit botten werd gemaakt.
'Die film van Jef van der Heijden, jazeker kennen we die’, zegt voorlichtster Joke Visser van Rendac, zoals de NTF tegenwoordig heten. 'Maar het gaat er nu wel wat moderner aan toe, hoor.’
Levert Rendac basisproducten voor de huisdierenvoedselindustrie? Visser: 'Ja, tegenwoordig vooral pluimveemeel, vanwege de smaakacceptatie van hond en kat. Aan kippemeel zit ook een lekkere bakgeur.’ En zou het voor kunnen komen dat de hond 'hond’ eet? 'Eventueel wel, maar dan incidenteel. Er komen hier niet zoveel hondekadavers binnen.’ Kent ze Hill’s? 'In Etten-Leur, bij Breda. Ja, dat is een klant van ons.’
Het is een spannende gedachte. De kip die wij eten heeft kip gegeten. Kadavermeel en ook slachtafval dat bij Rendac wordt verwerkt 'tot voeder voor de volgende kip’, zoals de folder meldt. Varken eet varken, rund eet rund, en verder eten ze elkaar, en af en toe schaap, geit en huisdier. En zo eten wij ze weer op. Een zeer functionele en hygiënische vorm van recycling, dit kannibalisme onder dieren. Al zal het idee dat runderen ook varkensresten binnen kunnen krijgen de liefhebber van 'rein’ of 'kosjer’ voedsel wel te denken geven.
En zo kan dus de kat, via het kadavermeel in een blikje Hill’s, best bij toeval boerderijkat op het menu krijgen, en de hond een brokje hond in de pot vinden. Maar de koper van huisdierenvoer mag blijkbaar niet weten dat de 'dierlijke bijproducten’ in de blikjes, pakjes en bakjes uit dit prachtige principe voortkomen. Zelfs de testers van kattevoer in de Consumentengids van 1995 hebben geen flauwe notie: ze spreken slechts van 'slachtafval’ dat ten onrechte voor hoogwaardiger vlees wordt uitgegeven.
ER IS GEEN enkele reden tot ongerustheid, beste honde- en kattevrienden. We weten toch dat u uw troeteldier doorgaans een mooi levenseinde gunt, thuis of desnoods in ’t Aêlde Kattehuês en het Macdoggyhuis. En dat u hem of haar dan het liefst in de tuin begraaft (in de vuilniszak gooien is zelfs verboden) of op huisdierenbegraafplaats De Stille Weiden, waar uw Poekie en Bonzo enkel het diner vormen van de wormen.
Maar u heeft, zo lees ik, wel twee andere problemen met uw hond of kat. En die hangen ook nog samen: dikte en poep. In de Benelux heeft 62 procent van de katten last van overgewicht en daarmee zijn ze de dikste van Europa, zo meldde de Volkskrant in oktober. Van de honden is 57 procent te zwaar.
Heeft uw kat daar zo'n last van, zoals de Volkskrant weet? In ieder geval heeft ú daar last van, en Hill’s. De Volkskrant meldt namelijk keurig de bron van dit onderzoek: Hill’s Pet Nutrition.
Gelukkig heeft Hill’s direct actie ondernomen om dit probleem aan te vatten: een slankheidswedstrijd! In november werd Sheila gekozen tot Hill’s afslankkampioen 1997. In de Volkskrant prijkte, bijna een kwart pagina groot, een foto van de verslagen finaliste Frida, met Hill’s rozet goed zichtbaar op haar hondeborst. Sheila en Frida hebben een half jaar voer van de fabrikant gewonnen.
OM HOND EN KAT op gewicht te houden moet de dierenvriend tegenwoordig wetenschappelijk geschoold zijn in de homeopatie, de ecologie, de chemie en de statistiek. Dat blijkt bij een rondgang langs de stands van huisdierenvoer op de 108ste Internationale Kampioenstentoonstelling Winner 1997 die onlangs in de se Rai plaatsvond, met maar liefst vijfduizend honden en hun steevast beklapstoelde eigenaars.
Ik doe een poging de tabellen in de voerfolders te doorgronden. De verkoper van Denkadog schiet te hulp. 'Je ziet altijd het percentage “ruwe eiwitten” aangegeven. Nou dat zegt niks. Deze tafel (hij geeft een klap op de toonbank) bezit ook ruwe eiwitten. En als ik gemalen fietsband verkoop, zit daar ook een hoog eiwitgehalte in. Maar het gaat om het verteerbare deel, en daar doen de fabrikanten altijd heel geheimzinnig over. Bij vetten eenzelfde verhaal.’
Daarover heb ik niks gelezen in de Consumentengids. Die verteerbare percentages zijn inderdaad onvindbaar in de statistische analyses van de meegebrachte Hill’s-folder. Maar ook in die van Denkadog. 'Nee, die moet je berekenen aan de hand van de andere stoffen. En dat is heel lastig, het lukt me zelf amper.’
De meneer van Fokker, een eindje verderop, nuanceert de uitspraken van zijn collega. 'Kijk, een rustige hond heeft helemaal geen eiwitten nodig, want die verteert hij niet. Daarom maken onze tabellen een onderscheid naar het activiteitspeil.’ Maar is die 23 procent ruw eiwit die ik in Fokkers voedingstabel voor de rustige hond zie staan, dan niet veel? O nee, want wat ruw is, verteert niet per se, heb ik net geleerd. Dat kan fietsband zijn of toonbank. Of gemalen bot uit de Rendac-fabriek.
Maar nu heb ik die meneer van Fokker klemgezet. Want hij legt zelf het verband met probleem nummer twee van de eigentijdse hondebezitter: poep. 'Je kan er wel een kilo voer indouwen, maar wat heb je eraan als er driekwart kilo weer van achteren uitkomt omdat hij het niet verteert?’
Nadere beschouwing van de hondevoercampagnes in de stands op de Rai leert dat, nog boven alle voedingswaarden, de poep als marketinginstrument wordt ingezet. Die moet geur- en reukloos zijn, donker en stevig, en hoe minder hoe beter. Hill’s prijst zijn blikken aan met de opsomming: 'Een lang en gezond leven, sterke botten, een glanzende vacht en minder afval.’ De ranciers van droogvoer scoren het best op dit punt: voer uit blik geeft altijd meer ellende. Voor het baasje, wel te verstaan. In de woorden van eerder genoemde hondenbezitster: 'Ik ruim de poep van Kelly en Pucky altijd zelf op, en daarom voer ik van die brokken die je welt in water.’
VERRIJKT MET een gratis proefzakje Arden Grange-droogvoer ('met verse kip’), waarvan de houdbaarheidsdatum al ruim twee weken overschreden blijkt, ga ik op zoek naar de Hill’s-stand. Die is niet moeilijk te vinden. Ik vertel het meisje van Hill’s mijn probleem. Dat Keizer zijn Science-menu niet blieft, dat ik wel vijf maal naar de voedingslijn gebeld heb om, zoals het blikje aangaf, mijn geld terug te krijgen, dat er nooit opgenomen wordt en dat ik ook niet ben teruggebeld.
'We hebben wel eens een probleem met de centrale’, zegt ze. 'Zal ik uw adres noteren?’ Ik zeg dat ik de kwestie liever nu uit de wereld heb. (Ik wil voor de rest van mijn leven nooit meer iets met honde- of kattevoer te maken hebben.) 'Weet u wel dat uw kat langzaam aan een nieuw merk voer moet wennen? Heeft u hem niet te veel tegelijjk voorgezet?’ Eén lepeltje, meld ik. 'U moet niet te snel opgeven. Weet u wat, ik geef u een nieuw blikje Hill’s mee. Dan probeert u het nog eens.’