Dierentoilet-historie

De reputatie van een auteur mag nog zo groot zijn, over zijn potentie om ook voor kinderen te schrijven zegt dat niets. Dat wordt weer eens pijnlijk duidelijk uit het boekje dat Jan Wolkers schreef ter gelegenheid van de Rembrandttentoonstelling in het Mauritshuis. De spiegel van Rembrandt verscheen in de aardige serie kinderkunstboeken van uitgeverij Waanders, en met de fraaie uitvoering is het daar geheel op zijn plaats. De tekst daarentegen is treurig stemmend, vooral in de totaal niet ter zake doende, grof gebekte uitweidingen. Zo staat er naar aanleiding van de volgens Wolkers ‘mooiste tekening ter wereld’ (de slapende Hendrickje): ‘Weet je wat jullie eens moeten doen als jullie ouders diep weggezakt in bierwalm voor de televisie zitten te kijken naar het een of andere vunzige programma waarin mensen die in de wachtkamer van de psychiater thuishoren te kijk worden gezet ten behoeve van de imbeciele tele-vee? Ineens die tekening voor hun uitgelubberde smoelwerk houden.’ Jammer voor Rembrandt, jammer voor de lezers.

Ook Kees van Kooten debuteert met Het Schaampaard als kinderboekenschrijver. Het ruim opgezette boek is met uitzonderlijke zorg voor typografie en illustratie gemaakt. Op de vrolijke, kleurrijke pagina’s staan Van Kootens vier- en vijfregelige strofen in verschillende vormen en kleuren afgedrukt. Willem van Malsen maakte grote prenten met een ingenieuze knipseltechniek.
Van Kootens titelheld is een werkpaard aan het einde van haar loopbaan: ‘Na veertien jaren dierzijn/ kreeg zij last van spierpijn.’ Haar grootste probleem is de omvang van haar uitwerpselen. Ze is een beschaafd paard, dat dan ook nooit zal spreken van poepen, maar van 'ploffen’ (uit clementie heeft de auteur het over 'billenkoeken, bipsel en poeperoni’). Dat dat ploffen al een leven lang in de openbaarheid moet geschieden heeft haar gemaakt tot Schaampaard. De vriendschap met een minstens zo beschaafde kauw, die Engels heeft geleerd, brengt ons paard ertoe het karkas van een Lelijke Eend in gebruik te nemen als een soort paardenkrul: 'zij schreven snotverdorie dierentoilet-historie!’ En het Schaampaard eindigt op grootse wijze op het uitgestrekte gazon van een grootkapitalist als Trotsknol.
Enerzijds wekt Van Kooten de indruk een soort pastiche op het kinderboek te hebben willen schrijven: het moet gaan over poep, met een zielig dier in de hoofdrol, het moet veel plaatjes hebben en een ten koste van alles rijmende tekst. Anderzijds lijkt Het Schaampaard juist een hommage aan het boek dat je leest op een moment in je leven dat nog alles even prachtig is. Voor die visie pleit het geweldige plezier dat van de verzen afstraalt. Achter de dolle plot, de slimme rijmen en de melige, vaak weinig kinderlijke woordgrappen hoor je bij vlagen de geniale, doordravende monologen van bijvoorbeeld de Vieze Man. En dan moet je wel houden van dit malle plofpaard.