Groen

Dierentroost

Onlangs las ik op de wetenschapspagina in de krant twee opmerkelijke koppen. Vinvis praat vaker door knallen en – pal ernaast – Een brutaal schaap heeft succes, maar sterft jong. Even los van de taalkundige dubbelzinnigheid van de eerste kop en de mogelijke triestheid van de tweede, word ik altijd erg blij van zulke koppen plus de bijbehorende artikelen. Ik denk dat dat is omdat er mensen zijn die de moeite nemen zulke dingen uit te vinden, die dus uitgevogeld hebben dat vinvissen meer zijn gaan praten als gevolg van het gebruik van airguns door de olie-industrie. De walvissen móeten wel meer praten om hun boodschap tussen de knallen door over te kunnen brengen. Dat, op zich, stemt me ook al blij: het feit dat vinvissen praten. Uit het andere onderzoek was gebleken dat brutale groothoornschaaprammen er vaker dan schuchtere soortgenoten in slagen om ooien weg te kapen van dominante rammen. Omdat de brutaaltjes van die ‘live fast and die young-types’ zijn, sterven ze echter wel eerder, waardoor de geduldige en tamme rammen uiteindelijk meer succes hebben in de voortplanting. Fijnste les uit het artikel: zout is een typische ‘groothoornschapenlekkernij’.
Laatst deed ik een lezing en niet alle lezingen zijn even plezierig. Deze was zwaar, het was bloedheet in de boekhandel (er was geen zuchtje tocht omdat er twee negentigjarigen op de eerste rij zaten), en de mensen zaten heel dichtbij, terwijl ik open en bloot in een stoel zat zonder beschermende tafel ervoor. Ook werden er heikele vragen gesteld, van die vragen waardoor het zweet je op de neus komt te staan. Op een gegeven moment viel mijn oog op een boekenschap met het opschrift ‘Vogels’. Er stond een bescheiden rijtje boeken, waarin ik de vertrouwde Petersons vogelgids herkende. Ik werd op slag een stuk rustiger en voelde een aangename tevredenheid in mijn binnenste opborrelen. Ik zag namelijk de afbeelding van het matkopje voor me, kon me er, als ik mijn best deed, desnoods een fictief verspreidingskaartje bij voorstellen. ‘Kenmerkende roep veellettergrepig zoemend’. Ik sloot ter plekke mijn oren voor al het overige geluid.