Muziek

Digitale druipsteengrot

Muziek: Autechre, Untilted

Alles wat houvast biedt, moet overboord. Sinds hun debuut Incunabula (1993) leek dat steeds meer het motto te zijn geworden van het Britse Intelligent Dance-duo Autechre. Weg met de vierkwartsmaten, de dromerige melodieën en de overzichtelijke om-de-acht-tellen-weer-iets-nieuws-structuur die Incunabula en opvolger Amber (1994) zo dans- en grijpbaar maakten. Op het vierde album Chiastic Slide (1997) en vooral op het zesde, Confield, (2001) is het vaak oorlog: de ritmes bijten op elkaar in, de galmend-verzachtende akkoorden krijgen nauwelijks kans door dit spervuur heen te breken of blijven verminkt achter. Na dergelijk elektro-akoestisch terrorisme zou je denken dat complete ruis de logische volgende stap is. Of stilte.

Maar zo ver wilden Rob Brown en Sean Booth niet gaan. Op Draft 7.30 (2003) wordt de chaos herhaaldelijk met relatief voorspelbare ritmes beteugeld. Het nieuwe album Untilted houdt deze gewapende vrede in stand, hoewel je dat op het eerste of ongeoefende oor niet zou zeggen. Op nieuw veranderen de stukken abrupt van tempo of karakter, alsof een deur wordt dichtgeslagen of juist met geweld opengebroken. Dat het maar eindeloos ratelt en botst in plaats van swingt, en dat elke seconde anders klinkt – bits zoevend naar je linkeroor, crashend in je keel. Opnieuw kun je je afvragen waar het allemaal naartoe moet, waarom het ene stuk zomaar begint en het andere nu al weer ophoudt.

De verbeelding dobbert dan als enige reddingsboei in een knisperende zee van tikjes, hikkende ritmes en ondergrondse bassen. In het openingsnummer LCC wordt duizelig gepingpongd met beats. In Iera proberen door elkaar kwebbelende aliens je tevergeefs iets duidelijk te maken. Sublimit kruipt door een digitale druipsteengrot naar een sereen bespeeld orgel, dat maar niet dichterbij wil komen. Wellicht eveneens verstopt tussen de bits en bytes: manisch poetsende robots, verwaarloosde toetsenisten, martiaanse duimpiano’s en – als je de opmerkelijk normale titel van het zevende nummer mag geloven – wat bomen.

Wanneer de muziek van de toekomst met elke luisterbeurt verandert, dan is Untilted toekomstmuziek. Durfde LCC de eerste keer al zo onbeschaamd te hiphoppen? Liep Augmatic Disport altijd al uit op een minutenlange, ontstellend simpele vierkwartsmaat? En vanwaar opeens die flarden applaus in Pro radii, dat daarmee gaat klinken als een buitenaardse tenniswedstrijd? De pingpongballetjes en druipsteengrot zijn zowaar verdwenen. Het hangt er maar net vanaf waar en hoe je de cd beluistert: op een nachtelijk industrieterrein of ’s morgens vroeg in bed, via de computerspeakers of dreunend door de kamer. De muziek past zich aan, of verzet zich juist. Nu mag ze zo hoekig klinken als Tri repetae (1995), Autechre’s derde en voor velen beste album, zo direct is dat moment voor altijd verdwenen.

Niettemin blijven steeds meer texturen, geluiden en ritmes plakken als je ze één keer bewust hebt waargenomen. Door geduldig en gehoorzaam te luisteren, geef je zelf aan Untilted vorm.

Misschien voegt het eindresultaat weinig toe aan de vorige albums; misschien klopt het wat de jongens van Autechre zelf zeggen en is Untilted wat warmer en weidser. Wie heeft geleerd hoe je door hun muziek moet hink-stap-springen, wil het graag geloven. Voor de rest klinkt Autechre hoogstwaarschijnlijk nog altijd nergens naar.