Digitale muurkrant

Twee weken geleden schreef ik over de rol van sociale media in het democratiseringsproces. Een goed onderwerp omdat het je midden in de melée van de actualiteit brengt en tegelijkertijd oer is.

Dit laatste werd me duidelijk toen ik onlangs via Facebook in het opstandige wereldje van Algerijnse jongeren belandde. Nou ja, jongeren? Daarmee begint het al. Voorzover op basis van profielen, foto’s, toon en taal is na te gaan zijn degenen die Facebook voor politieke doeleinden gebruiken helemaal niet zo jong. Dat mag niet verbazen. Jongeren houden zich, ook in Algerije, in de meeste gevallen met andere zaken dan politiek bezig. Vergelijk bijvoorbeeld wat Jan Blokker en Armando zich over hun gedrag tijdens de oorlog herinnerden. Laatstgenoemde was naar eigen zeggen vooral geïnteresseerd in de vraag of de scheiding in zijn haar goed zat. Pas later begreep hij het belang van de gebeurtenissen.

Hoe dan ook, het is mogelijk dat de followers op Facebook-sites als Liberté Egalité of Apel (sic!) à la marche de 20avril2011 overwegend jongeren zijn, de voortrekkers zijn het niet. Maar dit is niet het enige dat je op basis van deze en vergelijkbare sites kunt concluderen. Iets anders is dat ons beeld van de beroeringen buitengewoon simplistisch is. We denken gemakshalve dat in de Arabische revoltes vrijheid zoekende jongeren in opstand komen tegen dictators en andere zittende machten. Waarom we dat denken, weet ik niet zo goed. Vermoedelijk omdat we ‘onze eigen revoluties’ als model hanteren.

Door deze historische blikvernauwing zijn we echter niet in staat te zien dat er veel meer aan de hand is. Zo staat in de titel van laatstgenoemde site niet alleen een datum, een tijdstip (elf uur) maar ook een locatie: ‘tous les pays de Tamazgha’. Dit land is de Berber-naam voor de Maghreb, dus voor het gehele westelijke deel van Noord-Afrika, Libië, inclusief het noorden van Mauritanië, Mali en Niger. Tamazgha is een neologisme, ontstaan in de nieuw opgelaaide strijd van Berbers tegen Arabieren. Het illustreert een notie waarvan wij nauwelijks op de hoogte zijn. Het gaat helemaal niet (alleen) om een strijd tegen machthebbers. Het gaat net als in de voormalige Sovjet-Unie of in Irak ook om oeroude culturele verschillen, ‘stammenstrijd’ en historisch particularisme. De uitkomst van een succesvolle ‘Arabische revolutie’ zou dan ook wel eens volstrekt anders kunnen zijn dan gedacht, bijvoorbeeld een herschikking van de huidige nationale grenzen.

Tamazgha is niet het enige geografische begrip dat in revolutionaire Facebook-meldingen gebruikt wordt. Een ander is Kabylië of Kabyles. Dat zijn Algerijnse Berbers. Al kan ik niet goed achterhalen in hoeverre zij zich vereenzelvigen met Tamazgha staat één ding vast: tussen de verschillende groeperingen is heel wat strijd gaande, met beschuldigingen over en weer, dreigementen elkaar uit het forum te gooien en beledigingen (juif bijvoorbeeld, het begrip heeft, o ironie, ongeveer dezelfde betekenis als fascist bij ons).

De zaak wordt verder gecompliceerd doordat tal van groeperingen zich opwerpen als de enige ware vertegenwoordiger van Tamazgha of Kabylië. Dit doen ze vooral door de ander te verketteren. Voeg hieraan toe dat er te midden van deze geografische separatisten ook nog heel wat religieus bevlogenen rondlopen en het is eenvoudig te bedenken dat de strijd in de ‘Arabische’ landen bovenal een heksenketel is.

Ik merkte dit ook zelf. Zo leverde mijn belangstelling voor een Algerijns forum nogal wat reacties op. De meeste waren aardig, in de trant van: fijn dat je ons steunt. Maar halverwege vorige week ging het opeens fout. Een in Parijs wonende bevlogene ontdekte dat ik een spion was. Ik zou mijn Facebook-pagina in Polen geopend hebben, hij wist mijn IP-nummer, het merk van mijn laptop en had mijn sporen helemaal kunnen natrekken tot in Israël en de Verenigde Staten. Er ontspon zich een vinnige discussie waarvan ik de portée aanvankelijk niet goed begreep - tot het woord manipulatie viel. Toen begreep ik dat mijn bemoeienis door de persoon in kwestie als een vorm van kolonialisme werd gezien.

Te midden van zo veel politieke opwinding raakte mijn uitgangspunt - de rol van sociale media in politieke processen - enigszins ondergesneeuwd. Terecht, denk ik, want die media vervullen toch vooral de functie van versnellers en vergroters. Facebook, Twitter en YouTube zijn op revolutionaire momenten zoals nu in de Arabische wereld en voorheen in Iran of Moldavië wat hier enkele tientallen jaren geleden de muurkranten waren. Het belangrijkste verschil is dat de huidige ‘digitale muurkranten’ alomtegenwoordig, razendsnel en interactief zijn. Daarmee kunnen ze veel en veel invloedrijker zijn. Begrippen als Facebook- of Twitter-revolutie zeggen dan ook niet zozeer iets over de inhoud als over de wijze waarop deze wordt verspreid. In tegenstelling tot de fameuze notie is het medium niet de boodschap. Het is en blijft de drager. Eerlijk gezegd vind ik dat een nogal geruststellende gedachte.