Media

Digitale revolutie

Twee Nieuwe Media Dagen aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Genodigden uit heel het land. Zo goed als alle hete onderwerpen. Bloggen, digitale fotografie, RSS, Twitter, crowdsourcing, digitaal onderzoek naar sociale netwerken. Eén lange bevestiging van wat je wel zo ongeveer weet maar wat op deze wijze bijeengebracht toch weer overrompelt: de digitale revolutie. Over enige tijd zal hij vermoedelijk op één lijn staan met de andere revoluties uit de afgelopen tweehonderd jaar. De industriële rond 1800, de huishoudelijke rond de Tweede Wereldoorlog en de culturele uit de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw.
Het schrijven van non-fictie, om mijn eigen stiel te nemen, is radicaal veranderd. Via Worldcat heb je toegang tot meer dan tienduizend bibliotheken en meer dan 1,5 miljard items. Vroeger was het nog een slag in de lucht als je beweerde dat over onderwerp X in periode Y veel geschreven was. Dankzij Worldcat kun je zo'n bewering met cijfers staven. Boeken inkijken? Tot voor kort gebeurde het nogal eens dat je, warm gemaakt door een mooie titel of fraaie recensie, bij de bibliotheek (eerst erheen, dan weer terug) een boek aanvroeg dat bij aankomst (weer erheen) nogal tegen bleek te vallen. Tegenwoordig kun je zo'n boek dankzij Google (Books) en de digitale politiek van uitgeverijen steeds vaker thuis inzien. De tijdwinst is enorm. De grootste verandering is ondertussen zo gemeengoed dat we bijna vergeten zijn hoe het een jaar of tien geleden was. Research. Het kostte soms dagen om een detail te vinden.
Zo zocht ik gisteren naar informatie over een commissie (Van Kinschot) die zich in de jaren vijftig bezig had gehouden met de herplaatsing van gezuiverde ambtenaren. Niet een onderwerp waarover je op internet veel verwacht te vinden. Maar met twee muisklikken vond ik acht hits, twee bruikbare. Dan gebeurt het me vaak dat ik me vaaglijk herinner ergens gelezen te hebben dat… Na een beetje pielen met woordcombinaties vind je zo'n uitspraak meestal wel terug. Onderzoek naar tijdgenoten, collega’s, persoonlijke gegevens. Bijna alles is beschikbaar. Afspraakje met een onbekende op het station? Je bekijkt tevoren gewoon even een foto. Deze week werd bekend dat de telefoongids, vermoedelijk het meest gebruikte boek uit de tweede helft van de twintigste eeuw, door een meerderheid van de Nederlanders niet meer geraadpleegd wordt en dat zelfs dertig procent het ding meteen in de vuilnisbak kiepert. Eerlijk gezegd weet ik zelf ook niet meer waar het onze ligt. Ik telefoneer niet alleen veel minder dan vroeger (mail!) maar als ik het doe en een nummer zoek, kijk ik digitaal. Zeven miljoen telefoonboeken worden er per jaar gemaakt. Ze zijn niet langer nodig.
En dan heb ik een van de meest spannende aspecten van de digitale revolutie nog niet genoemd: de vermenging van genres. Tot voor kort vertelden we een verhaal zoals bladen als De Groene en de meeste Nederlandse kranten het nog steeds doen: met woorden en een enkel beeld. Maar steeds vaker en in steeds meer bladen lopen woord en beeld door elkaar en worden verhalen infographics, beeldverhalen. De mogelijkheden op dit gebied zijn legio en vaak prachtig. Die beeldverhalen kunnen voor het internet vervolgens weer geanimeerd worden zodat je een soort filmpje van één beeld in de zoveel seconde krijgt. Het resultaat kan verrassend zijn (zie bijvoorbeeld een moderne, Zweedse versie van Roodkapje onder slagsmalsklubben op YouTube).
Al deze prachtige nieuwigheden laten onverlet dat er, het zou eens niet, een keerzijde is. Die wordt in het enthousiasme nogal eens vergeten. Zo lijkt me het snel vinden van veel informatie na een jaar of tien digitale revolutie niet langer het belangrijkste aspect van die revolutie. Belangrijker is de vraag wat je met al die informatie moet beginnen. Je kunt het toch niet verwerken. Bovendien groeit de informatie sneller dan jouw verwerking. Voorheen kon je je bij gebrek aan kennis nog redelijk gelukkig prijzen. Tegenwoordig is dat niet meer mogelijk. Je schiet altijd te kort, elke dag meer. Veel en snel. Kwantiteit overwoekert kwaliteit. Je ziet het ook aan Twitter. Amusant, snel, kort. Maar het merendeel is niet meer dan dat. Iets dergelijks zou je over die prachtige infographics kunnen zeggen. Dat ze prachtig maar vaak ook oppervlakkig zijn. Dankzij Worldcat kost de samenstelling van een uitvoerige bibliografie hoogstens een paar uur. Maar dan? Google Books. Opeens heb je duizend keer de bibliotheek van Alexandrië aan je voeten! Helaas wordt je levensduur niet naar verhouding verlengd.
Twee dagen over nieuwe media. Aan het eind sloeg bij mij de vrolijkheid om in twijfel. Kan ik het bijhouden? Heeft iedereen van boven de veertig de boot al gemist? Of is er geen mens meer die het kan bijhouden? Als het antwoord op laatstgenoemde vraag bevestigend luidt, wat dan? Moeten we machines worden om onze machines bij te houden? Na ruim tien jaar digitale revolutie is dát volgens mij nu de belangrijkste vraag.