Dikke mist

Zoeken naar een uitweg uit de eurocrisis is als lopen door dikke mist: tasten, zoeken, struikelen. Toch kunnen politici aangeven waar ze uit zouden willen komen met Europa, of zonder.

Medium indenhaagse euromist baskohler wk26

Onlangs heb ik eens twee weken lang alle opinie­artikelen, analyses en interviews over Europa en de euro uit twee kranten geknipt. De nieuwsartikelen over de euro en de crisis­maatregelen om de munt te redden heb ik maar laten zitten, want ook zo was het al een redelijk dik pak papier, dat je al lezend het zicht op de toekomst van Europa ontnam.

Samengevat komen de verschillende stukken hierop neer. Een deel van de auteurs, zoals onderzoeker Adriaan Schout van Instituut Clingendael, vindt dat de politiek de ernst van de situatie rondom de euro ontkent en pleit voor verdere Europese integratie. Een ander deel, zoals Jason Manolopoulos, auteur van Greece’s ‘Odious’ Debt en hedgefundoprichter, vindt juist dat een nette opheffing van de eurozone te prefereren valt, omdat volledige Europese een­wording onwaarschijnlijk lijkt omdat de kiezer er niet voor voelt.

Ten slotte is er een derde categorie en die beschrijft wat er volgens hen op dit moment daadwerkelijk gebeurt. Zo wees de Tilburgse hoogleraar Harry Verbon erop dat het Europese noodfonds esm lijdt aan dezelfde schizofrenie waaraan volgens hem alle Europese instituties lijden: wederom is niet duidelijk waar de landen van de Europese Unie heen willen, naar een federaal Europa of naar een Europa van soevereine staten.

Toen kort na de val van het kabinet-Rutte voormalig gedoogpartner Geert Wilders niet alleen meer pleitte voor de terugkeer van de ­gulden, maar ook voor uittreding uit de EU, werd in Den Haag gezegd dat hij daarmee Europa tot onderwerp van de verkiezingen had gemaakt. De pvv-leider had dat toch maar weer knap voor elkaar. Maar dat is te veel eer voor Wilders. Door de crisis rond de euro heeft Europa ­zichzelf tot onderwerp van de landelijke verkiezingen gemaakt. Geen enkele partij kan er omheen.

Maar dat wil nog niet zeggen dat de Nederlandse kiezers op 12 september beslissen over uittreden, een federaal Europa of een Europa van samenwerkende lidstaten. Dat is niet alleen omdat de verkiezingen over meer gaan dan alleen Europa. En ook niet, ook al is die kans zeker aanwezig, omdat er dan al niet veel meer over Europa te kiezen valt omdat de crisis en de rest van de EU-landen dan al voor ons besloten hebben. Dat is omdat je eigenlijk nu al kunt zeggen dat Nederland zal kiezen voor door­modderen, zoals de voorstanders van een ­federaal Europa de huidige gang van zaken noemen. Zij die zichzelf, zoals vvd-minister-­president Mark Rutte, een pragmaticus noemen, vergelijken die gang van zaken liever met een springprocessie: twee stappen vooruit, een stap terug.

Waarom is nu al bekend hoe Nederland na 12 september verder zal opereren in Europa? Omdat uittreden niet zal gebeuren, want de pvv behaalt geen absolute meerderheid. Een expliciete keuze voor een federaal Europa wordt het ook niet, omdat ook d66 – de enige partij die daar onomwonden voor pleit – geen absolute meerderheid zal behalen. En ook de sp en de ChristenUnie, twee partijen die openlijk kiezen voor een Europa van samenwerkende lidstaten, zullen het niet alleen voor het zeggen krijgen na 12 september.

In de eerste schermutselingen tussen de ­politieke partijen op weg naar de verkiezingen proberen ze vooral negatieve beelden van de ander neer te zetten. Zo wordt de sp steevast over een kam geschoren met de pvv, wat vooral bedoeld is om van de sp een onverantwoordelijke, ­populistische partij te maken. Maar de sp pleit niet voor een terugkeer naar de euro, laat staan voor een uittreden uit Europa, zoals de pvv doet. Het cda, bij monde van lijst­trekker Sybrand van Haersma Buma, vergeleek ook coalitiegenoot vvd vorige week met de pvv, al was het dan een pvv-light. Maar de terug­houdende opstelling van de liberalen ten aanzien van een politieke unie kun je misschien beter met die van de sp vergelijken. Dat is dan echter electoraal weer minder interessant, omdat sp en vvd niet in elkaars kiezerswater vissen en pvv en vvd wél.

Bij de vvd vervolgens vinden ze d66 met haar eurofiele opvattingen gevaarlijker voor het Europese project dan de pvv. Die laatste heeft zichzelf volgens hen in de Europa-discussie buitenspel gezet. Wat klopt als je bedenkt dat van de huidige 150 Kamerleden alleen de 23 pvv’ers vóór uittreding zijn. Een zeer ruime meerderheid is, linksom of rechtsom, vóór Europa.

Maar van de partijen die nog wél op het speelveld staan, doet d66 het volgens de liberalen te veel voorkomen alsof er maar één route is voor Europa. Dat vinden ze gevaarlijk, omdat de kiezer zich volgens hen terecht afvraagt of snelle verdere integratie wel wenselijk is gezien de door de crisis naar buiten gebarsten verschillen tussen eurolanden, zoals in belasting­discipline of onderliggende economische structuur. Voor dat Europa-kritische gemoed van de kiezer moet aandacht zijn, vinden ze. Bij d66 vinden ze op hun beurt dat de liberalen de kiezer daarmee te veel naar de mond praten, terwijl juist nu leiderschap is vereist.

Onlangs sprak ik een Kamerlid dat het zoeken naar een uitweg uit de eurocrisis vergeleek met lopen door dikke mist: het is tasten, zoeken, struikelen. Voor wie duidelijkheid wil, is dat geen fijn antwoord. Maar het is volgens mij wel zo eerlijk: ook politici weten dé oplossing niet, ook niet degenen die beweren van wel.

Dat laat onverlet dat politici kunnen aangeven waar ze uit zouden willen komen met Europa, of zonder. Maar wel graag zonder hel en verdoemenis te preken over andere opvattingen, ook zonder het voorspiegelen van de eigen oplossing als onontkoombaar of het neerzetten van critici als populistisch of dom. Laat er dan ook echt discussie zijn, nu Europa dan eindelijk een belangrijk onderwerp is bij nationale verkiezingen.