Dikke modder muziek

Positief zweet is een stuk dat haarfijn laat zien hoe een gemiddeld housenummer zich ontwikkelt. Het is gemaakt in het idioom van de dansvloer met strakke, haast cleane geluiden. Het begint vrij open met slechts een basis van zwaar pompende bassen. Op die bodem worden steeds meer geluiden gestapeld: blurpjes, knorretjes en hikjes - van die karakteristieke dancegeluiden. Dan schuift een nieuw basmotief zich door het bestaande weefsel. Het ritme wordt steeds meer gedifferentieerd. Er klinken voorbijzwevende projectielen.

Wanneer het mozaïek bijna compleet is, begint de geleidelijke afbouw. Verschil is echter dat nu in plaats van heldere, dunne geluiden juist donkere, doffe klanken overblijven. Dat is een subtiel detail waaraan je kunt afleiden dat Huib Emmer ook weer niet de grote sprong naar de commerciële wal heeft gemaakt. Terwijl zijn muziek in componistenland not done is - wie maakt nu muziek in een vierkwartsmaat! - haalt hij voor de dansvloer veel te ingewikkelde toeren uit. Een goed voorbeeld is Limonade 1920, dat ook op subtiele punten afwijkt van wat in de techno gebruikelijk is. Het stuk begint met een broeierig intro waarin naargeestige klanken doorbroken worden door sissende ontploffingen. Snelle heldere tikjes - zoals een drummer met zijn stokjes tikt - kondigen de binnenkomst van de beat aan. Maar die laat lang, veel te lang, op zich wachten. Eindelijk is-ie daar dan. Een doffe dreun, begeleid door een melodisch motief in viezige synthesizerklanken. Emmer haalt een arsenaal aan vieze, vette, bedompte klanken te voorschijn die als een dikke modder dichtslibben. Op de momenten dat deze brij even droogvalt klinkt een harkerig ritme. Met dit vreemde, onrustbarende idioom betreden we het domein van Huib Emmer. Een lofzang op de slechte smaak - zo zou je het kunnen samenvatten. Het is een mengsel van technoconventies, objets trouvés (zoals gesproken teksten) en eigen bedenksels. En wat Emmer met zijn dj-collega’s deelt, is dat hij doet wat hij mooi vindt. Vraag dus niet waarom hij technomuziek maakt bij science-fictionfilms uit de vijftiger jaren (uit de obscuurste B-categorie), dat is gewoon mooi. Their Bodies no longer Theirs is de muziek die hij vorig jaar bij een live filmvertoning uitvoerde. Bij de clichématige, haast ranzige beelden van landende ufo’s, naakte meisjes die worden gekidnapt en stoere helden die de buitenaardse wezens te lijf gaan, heeft hij elektronische muziek van het vunzigste soort gemaakt. Mistige klankvelden met nare vibraties, geknetter, storingen, ouderwetse bliepjes en verwrongen helikoptergeluiden vormen de introductie voor een soort fantasia (om het in klassieke termen te zeggen) waarin hij het meest uiteenlopende materiaal aan elkaar rijgt. Nu en dan schemert Emmers voorliefde voor de hardcore gabberhouse door, dan weer keert hij een pot met stroperige klanken om. Onveranderd is de onheilspellende sfeer - ook al weer zo'n cliché uit de elektronische muziek waar Emmer zonder gêne mee speelt. Full Colour Ghost heet deze cd. Dat dekt de lading uitstekend. De keuze voor rijke, levende, niet-perfecte klanken maakt dat je op deze muziek niet snel uitgeluisterd raakt. + Op de fiets door de concertzaal! Er is maar één componist die daar geloofwaardige muziek bij kan maken: Mauricio Kagel. Het Schönberg Ensemble speelt een programma rond Kagel waarin ook Orchestrion-Straat wordt uitgevoerd. Het Ensemble ondergaat een metamorfose tot draaiorgel inclusief centenbak. Meer straatmuziek van Charles Ives. Verder Silvestre Revueltas en Alejandro García-Caturla, die bepalend waren voor Kagels jeugd. Vredenburg Utrecht (23/2) en Concertgebouw Amsterdam (24/2).