Dikkertje dap danst

Toen Beatrix en Claus zich in 1965 verloofden, wees Jacques de Kadt - niet voor de eerste keer - op het risico van het erfelijk koningschap. Dit dreigt ons immers op te zadelen met een ‘over het paard getilde, grondig bedorven, verwende blaag, tegen wier permanente grijns we dertig jaar lang moeten aankijken en wier hooghartige, bekakte stem we bij alle officiele gelegenheden moeten aanhoren’.

De vrucht van de koninklijke echtverbintenis werd kroonprins Willem-Alexander, die door zijn ouders zo antibekakt is opgevoed dat hij inmiddels het prototype van een gezonde Hollandse jongen is geworden, een onbekommerde pilsdrinker met een volkse hang naar sport en herriemuziek.
Het heeft iets aardigs en democratisch. Maar erg koninklijk is het niet.
Het is dat het een erfelijke betrekking betreft. Anders hadden wij straks net zo goed mijn oudste zoon kunnen nemen, die zowel dezelfde leeftijd als hetzelfde postuur heeft als Willem- Alexander, maar veel meer verstand van sport, terwijl hij bovendien zijn vader gemachtigd heeft te verklaren dat hij bereid is de koninklijke klus te klaren voor de helft van het gangbare tarief.
De kroonprins heeft, begrijp ik, drie weken lang in Atlanta lopen rondhossen en pilshijsen. Koning Alex I, bijgenaamd De Gezellige Goedzak, hij was het Monster van Loch Ness van deze zomer. Ik heb het allemaal niet gezien, want ik lig ’s nachts in m'n nest en ook de ochtendlijke Olympische samenvattingen waren niet aan mij besteed. Ik schijn veel te hebben gemist.
‘Een kroonprins in korte broek, dan nog met X-benen’, de high files uitdelend aan een stel hoekers, qua postuur 'rond als een atletiekbaan’, het prototype van de clientele van Barretje Hilton zaliger nagedachtenis. De typering stond in Elsevier, dat tot voor kort als een man achter het koningshuis heeft gestaan, de driekleur in top, pink op de naad van de broek. Een dergelijke vorm van kritiek op het koningshuis heeft zelfs Vrij Nederland zich in zijn meest republikeinse tijd niet veroorloofd. De fronten zijn verschoven. Ter linkerzijde beluistert men voornamelijk gegniffel. Het debat wordt thans gevoerd tussen keurig rechts en populistisch rechts, in kranten als NRC Handelsblad en Telegraaf. NRC Handelsblad heeft in een hoofdartikel de constitutionele vraag gesteld in hoeverre een kroonprins 'uit zijn dak’ kan gaan. Helaas, de 'koninklijke waardigheid’ is geschonden. 'De tijden van de hermelijnen mantel zijn voorbij, maar dansen in bermudabroek is het andere uiterste.’ De Telegraaf heeft onderwijl zijn oor bij het volk te luisteren gelegd en ontving rond duizend reacties. Een minderheid vond dat 'Dikkertje Dap’ zich belachelijk had gemaakt, maar het overgrote merendeel van het Telegraaf-lezend deel der natie stond als een man achter Willem-Alexander, deze 'ronde, open, Hollandse vent’, de vleesgeworden antipode van de kroonprinselijke collega Charles, die 'overspelige druiloor’ respectievelijk 'die saaie sukkel uit Engeland’.
Keurig rechts en populistisch rechts, ze zoeken het maar uit. Alsof er geen grotere problemen zijn dan een bolvormige koning in spe, zich ongedwongen bewegend in een Coca-Cola-imperium. Frederik van Eeden wist het al: 'Doch schoon hij Kroon en Scepter draag/ en goudbestikte kleren,/ al springt hij hoog, al springt hij laag,/ de centen, die regeren.’
Atlanta forever!