FILM

Dilemma’s

Süskind

De nieuwe film van Rudolf van den Berg Süskind is een oorlogsfilm, je zou hem zelfs een holocaustfilm kunnen noemen. Hij is spannend, aangrijpend, maar in mijn ogen nog iets meer. De film vertelt een verhaal dat zich midden in Amsterdam afspeelt over een onderwerp waar nog altijd maar weinig over geschreven is, laat staan gefilmd: het joodse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Walter Süskind was een Duitse jood die tot beheerder van de Hollandse Schouwburg werd benoemd, het gebouw aan de Plantage Middenlaan dat door de Duitsers tot centrum van de jodendeportaties was verklaard. Aan Süskind de taak die deportaties zo geruisloos en ordelijk mogelijk te laten verlopen. Ogenschijnlijk gebeurde dat ook, maar tegelijk konden honderden joden uit de Schouwburg ontsnappen en werden misschien wel duizend kinderen gered uit de crèche die was ingericht aan de overkant van de Plantage Middenlaan. Ik was een van die kinderen en het was zelfs zo dat ik als jongetje van drie naar de crèche toe werd gebracht, zodat ik van daar zou kunnen onderduiken. Zo goed was het illegale systeem daar geregeld dat dit voor mij de veiligste plek was, vlak onder de ogen van de Duitsers. Ik werd naar Limburg gebracht en heb de rest van de oorlog bij een lief pleeggezin doorgebracht.
Maar daar gaat deze film niet over. Rudolf van den Berg wilde geen zwart-witbeeld geven van slachtoffers, beulen en redders. Het beeld dat hij schetst is ook allerminst grijs. Hij laat de dilemma’s zien van al deze mensen, niet alleen van Walter Süskind (Jeroen Spitzenberger), die klem zat tussen collaboratie en verzet. Ook van degenen die helemaal niet het gevoel hadden dat er een dilemma was, zoals de voorzitters van de Joodse Raad, die bleven ontkennen wat er onder hun ogen gebeurde.
Ferdinand aus der Fünten, het hoofd van de jodenvervolging (de Oostenrijkse acteur Karl Markovics) is in deze film een angstige man, bang voor zijn superieuren, doodsbenauwd dat hij naar het Ostfront zal worden gestuurd, en daardoor is hij ook gemakkelijk in te palmen door Süskind, die zijn taal spreekt en zijn cultuur maar al te goed kent. Maar we zien ook de dilemma’s van de verzetsmensen, die keuzes moeten maken wie ze wel en niet kunnen redden, van een meisje dat in de crèche werkt (Katja Herbers), die zo veel mogelijk kinderen zou willen redden en dat soms niet kan, van de ouders die moeten kiezen of ze hun kind wel of niet durven af te staan als ze op transport gaan. Het dilemma van de vrouw van Süskind (Nyncke Beekhuyzen), die voor de fundamentele keuze staat of zij alleen haar gezin in veiligheid wil brengen of dat zij toestaat dat haar man hun in gevaar brengt om dat hij andere kinderen wil redden.
Het is een veelkleurig beeld van mensen met heel verschillende angsten, verlangens en belangen. Daarom vertelt het ons misschien meer dan al die oorlogsfilms die alleen maar heldenverhalen vertellen of een louter roetzwart beeld van de mens laten zien. Er is ook in deze film pikzwart: de figuur van de fanatieke jodenjager, die het alleen om de 7,50 gulden kopgeld gaat. Of wit: de jonge jood Kisch die van het begin af protesteert tegen de collaboratie van de Joodse Raad. Maar in het geheel zien we een zeer gecompliceerd beeld van een stukje van de jodenvervolging. De werkelijkheid was een tikje anders dan in de - gedramatiseerde - film. Volgens mij hebben de Duitsers nooit vermoed dat er zo'n uitgebreid illegaal netwerk onder hun ogen was opgebouwd. Süskind wist namelijk effectief gebruik te maken van hun geloof in hun eigen onfeilbaarheid. Ik heb er mijn leven aan te danken.

Nu in de bioscoop te zien