Dilma Rousseff vreest de dood van de democratie

Rio de Janeiro – Voor de duidelijkheid. De economische crisis in Brazilië komt niet ‘grotendeels door het wanbeleid’ van de vorige week afgezette president Dilma Rousseff, zoals Nieuwsuur de correspondent van The Economist in de mond legde.

Die werd veroorzaakt door de dalende grondstofprijzen. Ook is de afzetting van de eerste vrouwelijke president geen ‘goed nieuws’, zoals ex-correspondent Ineke Holtwijk even later in de studio jubelde. Laat staan een ‘mijlpaal’ op weg naar een politiek met minder corruptie.

Nog even de feiten. Dilma, de gekozen president van de arbeiderspartij, is schuldig bevonden aan creatief begroten, door een senaat waarvan meer dan zestig procent van de leden aangeklaagd of veroordeeld is voor misdaden van fraude tot moord en het houden van slaven. Eerder al werd Dilma door een rechter van haar ‘misdaad’ vrijgesproken. Overigens was het voor het eerst sinds 1930 dat de rekenkamer zich over een regeringsbegroting boog.

Haar impeachment was dan ook een vooropgezet plan van het meest corrupte deel van haar voormalige bondgenoten, met als doel de arbeiderspartij weg te werken, en zichzelf uit de bak te houden. Bandopnamen, in handen van justitie, tonen dat aan. ‘Ik heb met rechters van het hooggerechtshof gesproken’, vertrouwde de rechterhand van de huidige president Michel Temer bijvoorbeeld een van zijn maatjes toe. ‘Die [rechters] zeiden: zolang zij [Dilma] daar blijft zitten gaat deze shit niet weg.’ ‘Deze shit’ is het grootscheepse corruptieonderzoek rond staatsoliebedrijf Petrobras. Dilma is daar niet in betrokken. Temer wel. Samen met onder anderen negen ministers uit zijn volledig blanke regering van uitsluitend mannen.

De eerste maatregel van dit niet gekozen herenbolwerk was dan ook niet bezuinigen, zoals Holtwijk hoopte, maar méér uitgeven. Aan een vette loonsverhoging voor het toch al dik betaalde hooggerechtshof. Voor de mensen dus die straks bepalen of de kliek die nu aan de macht is straks wel of niet achter de tralies komt.

‘Twee keer heb ik de dood in de ogen gekeken’, zei Rousseff in haar verdedigingsspeech in de senaat. De eerste keer toen ze gemarteld werd in de geheime kelders van de dictatuur. De tweede keer toen ze kanker kreeg. ‘Nu ben ik alleen nog bang voor de dood van de democratie.’

En gelijk heeft ze. Tweehonderd miljoen Brazilianen zitten de komende 2,5 jaar opgescheept met een regering waarvoor ze niet hebben gekozen. Onder leiding van een president die wegens verkiezingsfraude voor acht jaar niet meer kandidaat mocht staan. Een ‘mijlpaal’ inderdaad. Op weg naar de democratie als farce.