KUNST

Dingen

Herbert Hirche

Het Museum der Dinge is een van de beste musea van Berlijn, een beetje verborgen op de derde verdieping van een voormalig bedrijfsgebouw, wat uit de route in de Oranienstrasse, Kreuzberg. Hier worden twintigduizend ‘dingen’ bewaard, gebruiksvoorwerpen, opgesteld als een open depot, alles dicht op elkaar in een lange rij kasten. Ze zijn met losse hand gegroepeerd. Er is een kast met nuttige dingen, zachte dingen, dingen met diervormen, dingen met lichaamsdelen, echte kitsch, flessen met beugelsluiting, BRD-plastic, DDR-plastic, rookwaar, platenspelers, stofzuigers, dingen met Hitler erop, enzovoort. Ze bieden een 'concertante reconstructie’ (zegt het museum, met een heel goeie term) van de cultuurgeschiedenis en de sociologie van onze omgang met de dingen in de laatste honderd jaar. Het plezier zit ’m in de eerste plaats in de veelheid, in het zien van zestig verschillende kurkentrekkers naast elkaar; in de tweede plaats in de herinneringen die door de voorwerpen worden aangewakkerd; in de derde plaats in een soort bezinning op de betekenis van stijl en functie, en de combinatie daarvan.
Voor dat laatste is het museum bedoeld. Dit is het archief van de Deutscher Werkbund, een vereniging van kunstenaars, industriëlen en andere betrokken lieden, opgericht in 1907 als een van die min of meer utopische bewegingen die de 'oude’ waarden van het ambacht wilden verzoenen met de realiteit van rationele industrialisatie en standaardisatie. De Werkbunders presenteerden programma’s vom Sofakissen zum Städtebau, gericht op het ontwerpen van eenvoudige, heldere, zakelijke, moderne producten en architectuur. Ze speelden een grote rol in het curriculum van het Bauhaus. De ethische dimensie was sterk; de nadruk lag op kwaliteit, eerlijk materiaalgebruik en functionaliteit, en er werd gestreefd naar een nieuwe verstandhouding tussen ontwerpers, producenten, verkopers en verbruikers.
Wat de esthetische component daarvan was toont het Museum der Dinge in een tentoonstelling gewijd aan het werk van Herbert Hirche (1910-2002), een legendarische ontwerper wiens leven de hele twintigste-eeuwse ontwerppraktijk overbrugt. Hij kreeg nog les, op het Bauhaus, van Kandinsky en Mies van der Rohe. Hirche was vooral zeer invloedrijk in de naoorlogse periode, toen die oude Werkbund-principes tot gelding werden gebracht in de wederopbouw, vooral als ethische richtlijnen voor moderne, niet-historische vormgeving. De Werkbund (door de nazi’s ontbonden, maar in 1949 heropgericht) zette de toon met grote presentaties op beurzen als 'Wie wohnen?’ (1949), 'Gute Industrieform’ (1952) en 'Schönheit der Technik’ (1953); ontwerpen die in binnen- en buitenland werden gezien als boodschappers van een nieuw, democratisch, bescheiden Duitsland. Vanaf 1955 ontwierp Hirche platenspelers en tv-meubels voor de firma Braun, die in grote series werden geproduceerd. Hij is misschien wat overvleugeld door latere Braun-ontwerpers als Dieter Rams, maar in het Museum der Dinge is te zien dat het Hirche was die de maat zette. 'Nobele terughoudendheid’ is het wezen van elk ontwerp. Apparaten moeten 'stille Helfer und Diener’ zijn met hoogstens 'diskrete Eleganz’. Ze moesten de mensen die ermee omgingen zoveel mogelijk ruimte laten. Dat gold ook voor kleur: Hirche’s lievelingskleur was grijs, 'strahlend grau’, als metafoor voor de neutraliteit en zakelijkheid van al zijn ontwerpen. Onmiskenbaar heeft die attitude in de architectuur van herbouwde Duitse steden geleid tot een rampzalige saaiheid, die de Duitsers inmiddels met verve afzweren. De koele, stijlvolle Braun-ontwerpen hebben echter definitief school gemaakt - waarmee ook die honderdjarige Werkbund nog altijd heel relevant blijft.

Strahlend grau - Herbert Hirche zum 100. Geburtstag, Museum der Dinge/Werkbund Archiv, Berlijn, t/m 13 september,www.museumderdinge.de