Dionysos op de coolsingel

Zondagavond, uurtje of tien, televisie aan. Grijsblauwe straten, glas, plastic, rood-wit en stenen - het tuig.

Fascinerende film. Eerst een prehistorisch ritueel: De massa komt tezamen. De mensen willen voelen dat ze met elkaar verbonden zijn. Niemand is meer alleen. Wij! Wij! Wij! Dan komen de halfgoden terug van de strijd die ze voor óns geleverd hebben. Ze dragen de mooiste uniformen, misschien wel van Armani. En ze zijn versierd, getooid met rood-witte linten en hoofddeksels. De leider treedt naar voren. Als de massa zijn volle, zilvergrijze kapsel ontwaart, is zij een fractie van een seconde stil. Ontzag. Dan barst zij los. Ze geeft alles wat ze heeft. En hij? Hij geeft de massa wat ze wil. De kampioensschaal. De jachttrofee. De schaal wordt gekust, bewonderd en bezongen. Hand in hand staat de massa. Iedereen is kameraad en viert de bevrijding van particuliere zorgen in dit dionysisch ritueel. Wij! Wij! Wij! Tégen? Hé: vijand. Dan volgt een natuurramp. Wat te doen? Bagatelliseren. In beeld verschijnt de woordvoerder van politie. Om zijn hals een feestdas, op zijn gelaat een gulle lach. ‘Het gaat maar om een groep van tachtig à negentig man’, zegt hij. Zo'n zestig aanhoudingen zijn op dat moment gedaan. Op verschillende plekken in de stad wordt nog gevochten. Door de overige veertig man? 'Ze hadden ook van die kleine dingetjes, die GSM-telefoontjes, en ze waren heel georganiseerd.’ a ja. De volgende dagen gebruiken burgemeesters, politie en minister om een omstreden wetsvoorstel er doorheen te jassen. Want het gaat om maar om een handjevol kwaadwillenden. Demonen. Het was heus niet de massa met de kolder in de kop.