Dioxinestokjes

In De Groene van 16 juni staat een artikel ‘Kip, ik heb je’ van Pieter Hilhorst, waarin hij het Belgische dioxineschandaal tracht te milderen. Hij vertelt onder meer dat het minder gevaarlijk is dan deelnemen aan het verkeer. Wat mij opvalt is dat er nergens een opmerking staat over de verslaafde rokers van sigaretten die vooral een gevaar zijn voor anderen.

Ik weet dat niet-rokers veelal onverschillig blijven bij de vuiligheid van de sigaretten die zij in hun gezicht krijgen, dat rokers de lucht verontreinigen terwijl zelden iemand een opmerking maakt, dat rokers in restaurants de goddelijke geuren van de heerlijkste gerechten vernietigen, dat filmsterren, ouders, leerkrachten, jeugdleiders en politici roken als was dit een deel van de opvoeding, dat rokers ongestraft kinderen astma of een andere longziekte voor het leven bezorgen en ook volwassen niet-rokers ziek maken, dat zelden het rookverbod wordt nageleefd, dat straks een derde van de bevolking rookt, maar nu al het hele land (Nederland evengoed) geterroriseerd wordt door de rokers, dat rokers stinken en mensen die langer dan vijf minuten in hun onmiddellijke omgeving moeten vertoeven ook gaan stinken, dat een roker honderd jaar kan worden en dat men dan niet praat over de vele mensen die hij met zijn stinksigaretten ziek heeft gemaakt, dat geen zinnig mens weet waar hij moet staan, gaan of zitten om de stank van sigaretten die indringend de lucht verpesten te ontwijken wanneer hij op een perron wacht achter een trein, dat de zetels van de treinwagons waar een roker in heeft plaatsgenomen dagenlang blijven nastinken, dat een openbare telefooncel waar een roker heeft gebeld mond- en klauwzeer kan veroorzaken, dat hotelscholen toelagen krijgen om de jongeren vertrouwd te maken met het plaatsen van asbakken op de tafels, dat er in heel wat scholen speciale lokalen voorbehouden zijn voor de rokers om dat nieuwe vak alle kansen te geven, dat de stank van een sigaret door alles heen dringt en een kilometer ver te ruiken is, dat rokers verslaafden zijn die geen zuivere lucht kunnen verdragen, dat wanneer men aan zee, in het bos of op het platteland denkt eindelijk - maar neen, ook daar zitten ze met hun stinksigaretten, dat er al altijd is gerookt en de overheid van mening is dat dit voorrecht om andere mensen te pesten en ziek te maken moet blijven, dat de overheid de rokers koestert en miljarden franken subsidies geeft aan de tabaksboeren - dat dit nochtans niets verandert aan mijn mening dat roken lomp en onbeschoft blijft en soms misdadig is.