Profiel: Kojo Annan

Diplobrat

Persoonlijk leven en ambt van Kofi Annan zijn door elkaar gaan lopen. De oorzaak is zijn zoon Kojo.

De eerste maal dat VN-secretaris-generaal Kofi Annan besefte dat zijn zoon Kojo hem in problemen zou kunnen brengen, was op zondag 24 januari 1999. De Sunday Telegraph wierp de vraag op of hij zijn zoon het jaar daarvoor had geholpen bij het verkrijgen van een VN-contract voor zijn werkgever, de Zwitserse firma Cotecna. Het zou gaan om een contract voor de inspectie van transporten in het kader van het Olie-voor-Voedselprogramma van de Veiligheidsraad. Dat programma was in 1996 opgezet om Irak in staat te stellen een deel van zijn olie te verkopen en de opbrengst te besteden aan voedsel en medicijnen voor de door internationale sancties zwaar getroffen bevolking. Inmiddels weten we dat Saddam zelf een aanzienlijk deel van de opbrengst wegsluisde met hulp van frauderende VN-medewerkers en corrupte oliehandelaren. Een deel van de olie werd door Saddam onder de marktprijs verkocht op voorwaarde dat de koper een deel van zijn winst op een geheime rekening van de Iraakse president zou zetten. Saddam gebruikte zulke olie-vouchers ook vaak als beloning voor bewezen diensten.

Het Cotecna-contract was echter een VN-contract, bedoeld om Saddams in- en uitgaande goederen te controleren. Het was opgemaakt en getekend onder directe verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal. Annan beriep zich op een intern VN-onderzoekje van minder dan een dag, dat zou hebben uitgewezen dat er geen vuiltje aan de lucht was, en Kojo bezwoer dat hij sinds 1998 niet meer voor Cotecna werkte. Maar de geruchten hielden aan, vooral dankzij speurwerk van Amerikaanse journalisten. In september 2002 scheef Claudia Rosett, medewerker van een rechtse denktank en commentator van The Wall Street Journal, voor het eerst over directe banden tussen Kofi Annan, corrupte VN-medewerkers en zoon Kojo.

«Hij is een volwassen man, ik bemoei me niet met zijn zaken en hij bemoeit zich niet met de mijne», luidde Annans verweer. Sindsdien heeft een driemanscommissie onder leiding van Annans vriend Paul Volcker, voormalig voorzitter van de Amerikaanse Federale Reservebank, vastgesteld dat Kojo er anders over dacht. Dankzij de connecties van zijn vader wist hij niet alleen het inspectiecontract in de wacht te slepen, hij hield er ook meer dan een half miljoen dollar commissie aan over. De bewijzen staan zwart op wit en de secretaris-generaal heeft inmiddels publiekelijk toegegeven dat hij «te leur gesteld» is in zijn zoon. Volgens een as si stent die bij hem was toen hij het nieuws hoorde, reageerde Annan «alsof hij een steen in zijn gezicht kreeg».

In zekere zin is Kofi Annan het slachtoffer geworden van een VN-systeem waarin corruptie endemisch lijkt te zijn. Alle schandalen rond Unicef, de inzet van blauwhelmen en de verkwisting van ontwikkelingsgelden vallen echter in het niet bij het misbruik van Olie-voor-Voedsel, het grootste en duurste programma uit de geschiedenis van de VN. Het door Annan aan gestelde hoofd van het programma, Benon Sevan, is nota bene gevlucht naar zijn geboorteland Cyprus omdat het eiland geen uitleveringsverdrag heeft met de VS. Zo kan hij ongestoord beschikken over de honderdduizenden dollars die Saddam Hoessein heeft overgemaakt op de rekening van Sevans tante als beloning voor het vergeven van frauduleuze oliecontracten.

Ook Annans stafchef Maurice Strong, coördinator voor Hervorming van de VN, heeft het veld moeten ruimen, omdat hij zijn stiefdochter in dienst nam en omdat hij vrienden was met Tongsun Park, een Koreaanse zakenman die in de VS wordt gezocht omdat hij miljoenen oliedollars heeft vergaard als handelsagent van Hoessein. Nu ook Kofi Annans broer Kobani, de Ghanese ambassadeur in Marokko, en diens zoon Kobani junior in opspraak dreigen te komen, is de vraag of vrienden als Volcker hem nog veel langer de hand boven het hoofd kunnen houden.

Een groot deel van de Europese publieke opinie verkeert in zalige onwetendheid over de hele kwestie, ondanks het feit dat Afrikaanse journalisten de Annan-clan betitelen als het «systeem-A» terwijl Amerikaanse Republikeinen op hoge toon eisen dat de VN verregaande interne hervormingen doorvoeren, te beginnen met een transparante boekhouding. Terwijl de Amerikaanse VN-delegatie onder leiding van de diplomatieke boeman John Bolton vorige week op het verjaarsfeestje van de VN door Annan bestraffend werd toegesproken, trommelden de leden bij wijze van spreken met de vingers op tafel omdat Annan in hun ogen geen enkel krediet heeft. De reden daarvoor staat met grote letters op zijn voorhoofd geschreven: Kojo.

Over de intieme roerselen van de hoofdpersoon in de hele zaak is weinig bekend. De openbare gegevens over Kojo’s levensloop bieden tezamen wel een goed beeld van de kringen waarin hij verkeert en ze verklaren ook de vanzelfsprekendheid waarmee hij misbruik maakte van vaders positie. Onder zijn vrienden is dat heel gewoon. Wie zoals Kojo op zijn 25ste het voorzitterschap van de Zwitserse voetbalclub Vevey-Sports kan kopen voor 180.000 euro terwijl hij officieel slechts drieduizend euro per maand verdient, speelt duidelijk in een andere liga dan de meeste leeftijdgenoten.

De 31-jarige Kojo maakt deel uit van een internationale bende van «diplobrats» (The Times), onder wie Hani Yamani (de zoon van de voormalige Saoedische olieminister), Leo Mugabe (een neefje van de Zimbabwaanse president Robert Mugabe) en Sana Abacha, de oudste zoon van de voormalige Nigeriaanse dictator Sani Abacha. Hun inkomsten en netwerken houden geen verband met hun persoonlijke merites en evenmin met hun diploma’s, die ofwel moeizaam op exclusieve scholen bijeengesprokkeld zijn, ofwel zonder om haal in Texas of Panama gekocht.

Kojo werd in 1973 geboren uit het huwelijk van Kofi met zijn eerste vrouw, de Nigeriaanse Titi Alakija. Het paar scheidde binnen enkele jaren en Titi nam Kojo’s oudere zuster Ama en de andere kinderen mee terug naar Lagos. Kojo bleef in Genève bij zijn vader, die er trouwde met de Zweedse advocate Nane Maria Lagergren, een nicht van de roemruchte Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg. Lagergren gaf haar praktijk in de loop der jaren op voor een bestaan als kunstenares. Volgens vrienden van de familie zijn Kofi en Nane twee zielen in één borst, maar is Kojo’s relatie met zijn stiefmoeder nooit bijzonder hartelijk geweest.

Kojo bracht zijn lagereschooljaren door op de exclusieve internationale school in de Rue de la Ferme. La Châtaigneraie is gebouwd op een heuvel met uitzicht op het beroemde meer met de fontein, de plezierjachtjes, de kades met platanen en daarachter de majestueuze aanblik van de Alpen. De leerlingen waanden zich al even verheven als hun puisant rijke ouders, getuige de verklaring die een ex-klasgenoot van Kojo niet zonder tongue in cheek aan een Britse krant gaf: «We hadden geen dictators in onze jaargang. Wel de nodige Griekse scheepsmagnaten en natuurlijk een verdwaald afdelingshoofd van de VN.» Kojo hoorde er op La Châtaigneraie dus nét niet bij. Hij droeg geen Patek Philippe van veertigduizend euro en werd niet door een auto met chauffeur naar school ge bracht. Hij leerde er wel op vroege leeftijd de code om deuren te openen die voor anderen gesloten blijven: ongegeneerde brutaliteit.

Zijn middelbare school doorliep hij op de Rendcomb kostschool in Gloucestershire, een bescheiden gemengde school, opgetrokken in de honingkleurige kalksteen van de Cotswolds. Kojo was er de enige zwarte, en zijn leraar Engels, die tevens toezag op zijn slaapzaal, wist bij zijn afscheid de volgende anekdote op te halen: «Een woedende collega had Kojo Annan naar mij gestuurd wegens wangedrag bij het hockeyen. ‹Ik denk, meneer›, zei Kojo in alle ernst tegen me, ‹dat meneer O’Connor me verwart met iemand anders.›» Een dubbelzinnig grapje dat lijkt te bewijzen dat de school «kleurenblind» was, maar intussen aangeeft dat iedereen behalve Kojo donders goed wist dat hij zwart was. De jonge Kojo muntte vooral uit in rugby, zo valt te lezen in oude schoolkranten. Hij speelde in het eerste schoolteam en koesterde de ambitie om in het Engelse team te spelen, maar een blessure hield hem van zijn hartenwens af.

Na een leergang politiek en economie aan de Keele Universiteit – rode baksteen, maar wel prachtig gelegen en geoutilleerd – keerde hij terug naar Genève, waar hij dankzij zijn vaders interventie in twee VN-projecten mocht werken. Volgens intimi was dat het moment waarop Kofi Annan toestond dat zijn persoonlijk leven en zijn ambt door elkaar gingen lopen op een wijze die hem ten slotte zijn prestige zou kosten. Kojo was een charmante flierefluiter met een mooie kop en een atletisch lichaam die van zijn medeleerlingen had geleerd dat «zonen van» niet hoeven te werken voor de kost.

Zodra hij op de VN-burelen opdook, werd hij omringd door diplomaten, zakenlieden en politici die op de naam Annan afkwamen. Het kostte Kojo geen enkele moeite om een baan te bemachtigen bij Cotecna, waar hij voor een salaris van drieduizend euro niet veel meer behoefde te doen dan de zoon van zijn vader te zijn. Binnen enkele jaren zat hij naast Hani Yamani in de directie van de firma Air Harbour Technologies, geregistreerd op het Isle of Man, die in 1995 van Robert Mugabe opdracht kreeg voor de omstreden bouw van Harare International Airport. Mugabes neef Leo, die een rol speelde in de bemiddeling, deelde ook in de winst.

Kojo waste zijn eerste zelfverdiende fortuin wit door het te investeren in de Zwitserse voetbalclub onder het mom dat hij Afrikaanse voetballers een springplank in Europa wilde verschaffen, hoewel hij op de club nooit zijn gezicht liet zien. Hij was al druk bezig met zijn volgende project, de VN-deal voor Cotecna, die tot stand kwam met hulp van een zakenpartner, de Fransman Pierre Mouselli. Kojo leerde Mouselli kennen in 1998 op een feestje op de Franse ambassade in Lagos. Kojo vroeg Mouselli hem te helpen bij het leggen van contacten voor Cotecna. Al snel hadden beiden drie firma’s opgezet om de zaak in banen te leiden.

In september van dat jaar waren ze in Durban aanwezig op een bijeenkomst van de Organisatie van Ongebonden Landen. In het plaatselijke Hilton bezetten ze de suite naast die van Kofi Annan. Terwijl de secretaris-generaal presidenten, ministers en topdiplomaten ontving, ontfermden Kojo en Mouselli zich over de antichambrerende gasten en hun gevolg. «We ontmoetten op die manier meer dan een dozijn van de belangrijkste mensen», verklaarde Mouselli later. «Ze weten dat je de zoon van de SG bent en dat je zaken wilt doen; dat is een heel sterke positie. Ik ben ervan overtuigd dat Kofi in grote lijnen wist waar we mee bezig waren.» Op de laatste dag spraken ze nog vertrouwelijk met Kojo’s vader over hun zakelijke plannen. In de week waarin het contract vergeven werd, bevond Kojo zich in New York, waar hij herhaaldelijk telefoneerde met de betreffende VN-afdeling om zeker te weten dat zijn firma het laagste bod deed.

Sinds de feiten boven tafel zijn gekomen, houdt Kojo zich schuil in Lagos, waar hij werkt in de olie-industrie en onder meer zaken doet met Sana Abacha. In een van zijn spaarzame telefonische interviews liet hij weten de officiële onderzoeken als een «heksenjacht» te beschouwen. Daarentegen stelt Claudia Rosett op goede gronden dat de commissie-Volcker half werk heeft geleverd en getuigen heeft gemanipuleerd om Kofi Annan te ontzien. Ame ri kaanse kranten schrijven nu ook over de betrokkenheid van Kofi’s broer, de Ghanese ambassadeur in Marokko, bij Iraakse oliehandeltjes van Hani en Kojo ten tijde van Hoessein. Het bericht dat Kojo op zijn vaders naam belastingvrij een Mercedes in Nigeria heeft geïmporteerd, komt voor niemand als een verrassing. Behalve misschien voor zijn vader.