H.J.A. Hofland

Diplomatie?

De Palestijnse premier Ismael Haniyeh mag van minister Verhagen niet naar Nederland. De pvda beschouwt hem als vertegenwoordiger van het Palestijnse volk en heeft geen bezwaar. Haniyeh heeft de uitkomst van dit conflict binnen de Nederlandse regeringspartijen niet afgewacht en laten weten dat hij geen visum aanvraagt. Einde van een Haags conflictje? Nee, dit incident is symptomatisch voor de manier waarop ons kabinet president Bush trouw blijft.

Haniyeh is uitgenodigd voor een conferentie van het Palestijns Platform voor Mensenrechten en Solidariteit, die op 5 mei in Rotterdam wordt gehouden. Hij is de leider van een coalitieregering met Fatah, die op democratische wijze aan de macht is gekomen. Maar hij is ook lid van Hamas, terreurbeweging en politieke partij, die Israël niet erkent en daarom door de Europese Unie niet als gesprekspartner wordt beschouwd. Dus wordt Haniyeh de toegang geweigerd. De buitenlanddeskundige van de vvd, Hans van Baalen, vond een gewone weigering te slap. Als Haniyeh hier zou komen, zou hij ‘in de boeien moeten worden geslagen’.

Dappere taal. Maar zal het helpen? Wordt de verhouding tussen Israël en de Palestijnen erdoor verbeterd? Draagt het misschien een heel klein steentje bij aan de verbetering van de toestand in het Midden-Oosten. Zullen de Palestijnen ervan schrikken? Vier keer nee. Deze ferme weigering hoort tot het theater van de plichtmatige en vruchteloze gebaren waarmee hier de solidariteit met Israël wordt bewezen. Door Haniyeh de toegang te weigeren, berooft Nederland zich van een informatiebron en tegelijkertijd wordt het contact met deze Palestijnse regering bemoeilijkt. En of ze in Den Haag hoog springen of laag springen, die regering zit daar nu eenmaal.

Deze weigering is meer dan een bewijs van conformistische braafheid. Dit kabinet draagt opnieuw een klein steentje bij aan de algemene afbrokkeling van de diplomatie in het westelijke beleid tegenover het Midden-Oosten. Dat de houding van alle partijen daar jegens ons deel van de wereld met de dag vijandiger wordt, hoort tot de ervaring van jaren. Het opmerkelijke aan onze kant van de scheidslijn is dat we consequent weigeren daarop een andere reactie te verzinnen dan het dictaat. De tegenpartij doet wat wij willen en anders volgen er ‘ernstige consequenties’.

Bij de vorige gelegenheid ging het over Iran. Een paar weken geleden diende de linkse oppositie een motie in met de strekking dat de Nederlandse regering in geen geval steun zou verlenen aan Washington, mocht het tot een aanval op Iran komen. De pvda steunde die motie. Maar minister Verhagen, het cda en de ChristenUnie wilden politieke steun niet uitsluiten als voor zo’n aanval een mandaat van de VN zou zijn. Zo’n mandaat, kan ik de dames en heren verzekeren, komt er niet. Afgezien daarvan: zijn ze op het departement van Buitenlandse Zaken aan het ganzenborden? Een oorlog met Iran, zelfs een ‘chirurgische ingreep’ nu, zou een wereldramp zijn die zelfs Dick Cheney niet voor zijn rekening zou willen nemen. Maar Den Haag sluit het niet uit.

Sinds het voorspel tot de oorlog in Irak zijn de kabinetten-Balkenende medeplichtig aan het failliet van de diplomatie. Ze volgen trouw de Amerikaanse president. Dat is begonnen met de steun aan de inval in Irak, waarvan het volk nog steeds niet de werkelijke achtergrond mag weten. Naarmate de ramp daar zich uitbreidde en dus de buurlanden er dichter bij betrokken raakten, lag het meer voor de hand, althans te proberen die ook in een diplomatiek gesprek over een oplossing te betrekken. Maar praten met de gevaarlijkst geachte tegenstanders is in Washington langzamerhand tot een godsdienstachtig taboe geworden. De Amerikaanse president heeft de As van het Kwaad uitgevonden. Wie niet volgens de daaruit voortvloeiende dogmatiek handelt, wordt op z’n minst als een potentiële verrader beschouwd.

Een paar weken geleden heeft Nancy Pelosi, Speaker of the House en derde in lijn om de president op te volgen als er een ongeluk zou gebeuren, een bezoek aan de Syrische president Assad gebracht. Bush had het haar in het openbaar afgeraden. Ze vertrok naar Damascus en werd tot doelwit van een loeiende haatcampagne. Er zijn geen ongelukken gebeurd en Pelosi weet nu beter dan Bush wat ze aan Assad heeft. Zo gaat het in de diplomatie.

Tijdens de Koude Oorlog hielden de leiders van de twee supermachten met enige regelmaat topconferenties. Zelfs nadat Ronald Reagan de Sovjet-Unie als het Rijk van het Kwaad had ontmaskerd en verklaarde ‘dat het bombarderen kon beginnen’, ontmoette hij in Reykjavik Michail Gorbatsjov om over de wereldvrede te praten.

Wij willen de premier van Palestina een visum weigeren. Zou minister Verhagen werkelijk denken dat daarmee de vrede in het Midden-Oosten gediend is? Geef die man een visum en nodig hem uit voor een kop koffie!