Buitenland

Diplomatiek

‘Schrijf alsof je een buitenlandcorrespondent bent’, adviseerde de ervaren Amerikaanse diplomaat Peter Galbraith eens aan jongere collega’s. Om invloed te krijgen moesten diplomaten ‘geletterd zijn’ en in staat zo meeslepend te schrijven als sterverslaggevers. Galbraith’s gelijk werd afgelopen week nog eens onderstreept. Op het allerhoogste niveau van de internationale politiek werd de diplomatie van het geschreven woord toegepast.

The New York Times drukte een gepassioneerd pleidooi af over Syrië, met daarin zinnen als: ‘Ongeacht hoe precies de aanvallen zijn of hoe geavanceerd de wapens, burgerslachtoffers zijn onvermijdelijk, inclusief ouderen en kinderen.’ Zulke zinnen staan met vaste regelmaat in de krant, maar ze zijn slechts bij hoge uitzondering geschreven door een machtig staatshoofd dat via deze weg de ‘ontoereikende communicatie’ tussen twee grootmachten wil overbruggen – in dit geval de Russische president Poetin. Het is best relevant om te vermelden dat onder Poetins leiding de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny lukraak in puin werd geschoten, met als openingssalvo vijf raketten in de drukke centrale bazaar, tot Grozny volgens de VN ‘de meest vernielde stad ter wereld was’ en bijna alle burgers waren gedood of gevlucht. Maar ere wie ere toekomt: met zijn opinie-artikel voegde Poetin weer een nieuw middel toe aan het arsenaal van de moderne diplomatie. En dat terwijl zijn eigen land 148ste staat op de wereldranglijst voor persvrijheid, met alleen landen als Noord-Korea en Somalië er nog onder.

Twee dagen eerder was er ook al diplomatieke geschiedenis geschreven. ‘Laat uw plannen donker en ondoordringbaar zijn als de nacht’, oreerde een paar millennia geleden de Chinese generaal Sun Tzu, die onuitputtelijke bron voor rake citaten over oorlog en intrige. Maar John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, kon dat aan het einde van een uitputtende week niet meer opbrengen. Gevraagd hoe Syrië nog onder een Amerikaanse aanval uit kon komen, zei hij dat president Assad ‘alle chemische wapens moet afstaan aan de internationale gemeenschap, zonder vertraging en met volledige controle’. Toen schrok hij en begon direct terug te krabbelen.

Met zijn slip of the tongue gaf Kerry het Amerikaanse plan weg, het politieke einddoel dat zijn regering met een mix van dreigen, onderhandelen, pr-offensieven en misschien wat raketaanvallen uiteindelijk wilde realiseren. Er werd de afgelopen weken vaak geschreven dat Obama en zijn regering geen idee hadden van wat ze eigenlijk wilden bereiken in Syrië, maar Kerry’s uitglijer maakte duidelijk dat de VS de gifgasaanval in Damascus wilden aangrijpen om alle chemische wapens het land uit te krijgen. Daar hadden weken van steeds koortsachtiger overleg en diplomatieke druk aan vooraf moeten gaan, en president Obama zou aan het einde met een glansrijk resultaat kunnen zwaaien. Maar zulke einddoelen moet je dan wel geheim houden.

De Israëlische premier Begin was er een meester in. Bij de onderhandelingen over vrede in het Midden-Oosten, in 1979 in Camp David, maakte hij tien dagen enorme stennis over nederzettingen in de Sinaï-woestijn. Uiteindelijk gaf hij ze toch op, als bijna onvoorstelbare concessie, terwijl hij niets om die nederzettingen gaf en Israël wel de Golanhoogte en de nederzettingen op de Westoever mocht houden – twee veel belangrijker zaken. Dat kan diplomatie doen in de handen van iemand die het spel beheerst.

Dat doet Kerry dus niet. Aan het Amerikaanse plan lag het niet. Dat was listig, want alle buitenlandse partijen die zich met Syrië bemoeien, delen de angst dat Assads chemische wapens in handen komen van fundamentalistische groepen die in Syrië strijden. Die zouden ze kunnen verpatsen aan hun vrienden in Tsjetsjenië, die na ‘Grozny’ nog een rekening met Rusland hebben openstaan. Assads andere grote vriend, Iran, staat ook hoog op de lijst van al-Qaeda cum suis. En vergeet de VS en onszelf natuurlijk niet. Vriend en vijand, kortom, willen graag dat Syrië zijn chemische wapens ontmantelt. De Amerikaanse regering had dat goed gezien, maar door Kerry’s uitglijer werd het geen diplomatieke overwinning die Obama er voor de wereld uit had gesleept. Rusland zag zijn kans en ging groots met het plan aan de haal – de finale van een diplomatieke comeback van Rusland in het Midden-Oosten.

Alleen Assads regime was natuurlijk tegen het plan. Maar nadat Rusland en Iran zich voor hadden verklaard, koos het regime de oplossing die Mohammed al-Sahaf, de woordvoerder van Saddam Hoessein, tien jaar terug beroemd maakte. Waar Sahaf de ‘totale overwinning’ uitriep terwijl de Amerikanen al in Bagdad stonden, sprak de Syrische minister voor Verzoening (geen grap) vorige week van een ‘overwinning’ die Syrië ‘uit de crisis’ helpt. Dat is zeer zeker niet zo: de treurige burgeroorlog komt geen stap dichter bij een einde. Ook het vernietigen van Syrië’s chemische arsenaal zal nog een hele tijd duren, als het al lukt. Maar het is hoe dan ook positief als er een begin mee wordt gemaakt. En het diplomatieke spel eromheen – dat is af en toe een heerlijk spektakel.

H.J.A. Hofland is afwezig