Vertalen

Dire quasi la stessa cosa

Deze maand meldt de twijfel zich, of het nu is na een ongelooflijk concert met Martha Argerich of de tentoonstelling van Jan Vanriet in Antwerpen. Wie wordt er nu vertaler, een petieterige, oogkringenkwekende filoloog, en dat dertig jaar lang? Van muziek tintel je, je kunt tekenen; was die kant uitgegaan!
Niet dat het wat geworden was. De neiging om iets te veel te denken had het vrije kunstenaarschap vast verpest. Alsof je het trouwens voor het kiezen hebt, en zo slecht was het niet, enzovoort, maar het duurt lang deze keer voordat de redelijkheid weer een kansje krijgt.
Ik ben het vertalen even zat. Er moet weer eens wat anders, als die honderden gedichten van Borges eindelijk af zijn.
Borges! En dan klagen?
Want dat moet er meteen bij gezegd: ik heb bijna nooit iets vertaald waar ik niet intens van hield. Het was uit liefde en eerder uit avontuurzucht dan uit gemak dat ik vertaalde, en vooral omdat het met sommigen uit
andere tijden of culturen erg spannend verkeren is. Verkering wordt het vanzelf wanneer je andermans hoofd en hart vertegenwoordigt, dire quasi la stessa cosa, zoals Umberto Eco het in een van zijn titels uitdrukt. Bijna. Je kúnt niet je geliefde zijn. Je wordt van hem gescheiden door een filter van anders-zijn, in dit geval de andere taal. En toch zoek je de versmelting, in een magische poging.
Eco is een aanstekelijke denker over vertalen. Er zijn veel aantrekkelijke schrijvers en denkers die zich gefascineerd over vertalen hebben uitgesproken, om te beginnen ook Borges, die een van de beroemdste vertaalverhalen op zijn naam heeft staan en beroemde vertaalessays.
Ach, eigenlijk waren dit weken vol montere bespiegelingen over de vertalerij; het zal de kater zijn. In Antwerpen moet ik modereren bij een vijfdaagse vertaalworkshop; er was van allerlei remarkabels omheen georganiseerd.
‘In de vertaalwetenschap zit alles’, zegt iemand in de wandelgangen en ik voel dat hij het meent. Iemand anders heeft het over de vloeibare mentaliteit van de vertaler, zijn gedwongen lenigheid en sensitiviteit. Weer een ander, Cees Koster, zegt terecht dat een vertaler het proces begint als lezer en eindigt als auteur. Koster is een zinnige en scherpzinnige vertaaltheoreticus die tijdens zijn lezing graag zijn kennelijke vertaalbijbel, Style in Fiction van Geoffrey Leech en Michael Short, aanhaalt.
Ik ben het verbluffend eens met zijn betoog en dan blijkt hoe praktijk en theorie elkaar soms versterken. In ieder geval ontmoeten ze elkaar nogal eens deze dagen. 'Woorden zijn nooit vertaalbaar, teksten altijd’, zegt Koster; je hebt de context nodig, zo is het.
Woorden op zich zijn niks. Nu ja, ze zijn klank en met elkaar muziek, en ze drukken, opnieuw met elkaar, een expliciet of latent wereldbeeld uit.
In Antwerpen zie ik een andere waarheid geïllustreerd. Als het goed is wordt een schrijver terwijl je hem vertaalt steeds beter, zoals iets dat goed is naarmate je het beter leert kennen almaar meer voor je wordt. Je kijkt via iets transparants in onmetelijk veel hoeken en kronkels en lagen, die er zo en niet anders moesten uitzien. Het geheel blijkt een labyrintisch kristal of een geometrisch uitwaaierende kosmos, een 'onzalige chaos’, zou Borges zeggen. De unieke innerlijke logica grift zich in je.
Het is de ultieme lakmoesproef bij een schrijver: hoeveel close reading verdraagt hij? De vijf te vertalen bladzijden tijdens de workshops die ik als native speaker mee leid komen uit De bewaker van Peter Terrin (het was een vertaalworkshop Nederlands-Spaans), maar nader lezend stuiten we steeds op logische of semantische vaagheden of onnauwkeurigheden, en dan bedoel ik echt niet de Vlaamse wendingen. En het is nog wel een vrij gesloten boek, eentje dat niet alle kanten op gaat, wat het in principe makkelijker had moeten maken. Niet zo erg? Dat weet ik zo net nog niet.
Mopperen met je cursisten, daar is niets aan, maar het was niet te voorkomen; zij begonnen, zal ik maar zeggen. Een redacteur had hier moeten waken. Welke vertaler de roman uiteindelijk ook gaat vertalen, hij zal de vrijheid moeten nemen om van alles te verbeteren, want onbedoelde fouten laat je niet staan. Je bent loyaal aan de intenties van je auteur. Het zal je trouwens niet glad zitten om iemand 'door de deur’ te laten lopen in een andere taal; een gefingeerd voorbeeld. En voetnoten betekenen, zoals Koster zegt, of was het Stefan Hertmans, die hield ook een lezing, zoveel als: 'Ik kom er niet uit.’
Dit is mijn laatste column hier, een in het teken van de twijfel. De belangrijkste onderwerpen over vertalen zijn het afgelopen jaar denk ik wel langsgekomen en voor toegespitste vertaalkritiek is een column te kort. Intussen lach ik weer een beetje. Ernst Jansz (Doe Maar) gaat Bob Dylan vertalen! Uit liefde, neem ik aan. Het komt goed.