Muziek

Dirigent in oorlogstijd

Muziek: Maestro Furtwängler met de Wiener Philharmoniker

Een slechte week, waarin de Nederlandse componist Louis Andriessen wordt benoemd tot hoogleraar in het vakgebied der Kunsten, in het bijzonder de Scheppende. En waarin de geestelijke luiheid van Dmitri Sjostakovitsj bij het Koninklijk Concertgebouworkest tot Achtste symfonie wordt opgeklopt onder regie van Bernard Haitink.

In een tijd waarin het leven zo de clowns pousseert is troost een moordende behoefte. En die moet komen uit de negentiende eeuw, naar onze tijd gezongen door de grote mannen uit de twintigste. Ik bedoel dat af en toe weer iemand moet uitleggen waarom de dirigent Wilhelm Furtwängler zo belangrijk was: iemand die zichzelf had bijgebracht in meesterwerken met volharding al het meesterschap te leren horen. Zelf kan hij het niet meer en van de platenmaatschappijen van vandaag moet iedereen aan Sjostakovitsj.

Het label Tahra presenteert een doos met vier cd’s vol oude opnamen die Furtwängler met de Wiener Philharmoniker maakte, deels in oorlogstijd. Kenners, en die zijn er, weten hoe uniek ze zijn. Het orkest was bij de maestro’s van die dagen als een leger dat ten strijde trok. De Hitler-bassen lagen als een schokbetonnen fundament onder het in Speer-stijl opgetuigde symfoniegebouw, waar Dr Furtwängler het strijkerskorps in trilling bracht als hete lucht boven de asfaltweg die in die dagen voor de minder uitverkorenen zo gruwelijk doodliep. Ik denk aan maestro Furtwängler en zie het lange slungelige lijf weer voor me, dat op de bok bewoog als iemand met een spierzwakte. Er staat een foto van de maestro op het boekje bij het plaatje. Wie die foto ziet, begrijpt meteen waarom de lange lijs per ongeluk zo fout sloeg in de oorlog. Daar staat een hulpeloze man die zijn slagvaardigheid verpandde aan de bühne, en die vergat dat het ooit opportuun zou worden om bijtijds het Derde Rijk te zijn ontvlucht. Hij bleef er en hij bleef er deugen. Ja, als musicus.

Hij speelde met de Wiener wat hij in Berlijn en waar dan ook deed: Mozart, Beethoven en Bruckner, soms wat Smetana en Mendelssohn. Het is oud spul. Als iemand dat moet doen, laat het de beste zijn. Helaas, niet alles is zo magisch als de reputatie. Zijn Mozart roept met terugwerkende kracht behoefte op aan authentieke revoluties. Maar Beethovens Coriolanus-ouverture, ontzagwekkend anders dan een andere van Dr Wilhelm die ik toevallig ook in mijn collectie heb, is zin- en vormrijk als Rodin. En Dr Wilhelms Achtste symfonie van Bruckner is een huis waarin je veilig onderduikt: een biechtstond voor het goede, manisch leeglopen uit liefde, vrij van angst.

Het is er 17 oktober 1944 maar de Doktor rehabiliteert zich per maat. Je hoort: muziek nam al zijn krachten, de morele inbegrepen. De zware, altijd veelbetekenende klank de weerslag van een dringende behoefte het bewustzijn van een force majeur, de muzische, zo krachtig mogelijk te laten resoneren. Ik heb van Furtwängler de Aufzeichnungen, die me bewijzen hoe hij vocht om ook in kwade tijden op een mens te blijven lijken maar het, bekneld tussen de prisoner’s dilemmas, niet meer kon; hoe hij zijn intellectueel gemotiveerde onmacht ook in grote anderen weerspiegeld zocht en vond.

«Der Fehler des geistigen, besonders des Deutschen geistigen Menschen (…) ist das Denken in zu grossen Proportionen, politisch wie in der Kunst (Marées). Sie bedenken nicht, dass Leben im Kleinen und Planen im Grossen eins sein muss, wenn es Wirklichkeit werden will.» Het zijn regels die bewijzen wie hij was; het zeldzame verschijnsel van de zinsbewuste musicus die de muziek, met intellectuele middelen begrepen, als algemene uitdrukking van het bewustzijn vat, zonder in de kunstpraktijk nog acht te kunnen slaan op de morele consequenties: een moeten blijft een moeten, met of zonder kwaad geweten.

Hoor in het eerste deel van Bruckners Achtste symfonie hoe grandioos de oude Furtwängler het symfoniegebouw uit evenwicht kon brengen. Zijn erfgenaam Celibi dache verabsoluteerde de klank, hijzelf liet zich verleiden door de vrije machten van het ritme. Befaamd is zijn antwoord op Celibi daches vraag naar het gewenste tempo van een stukje Brahms: je nachdem, wie es will. De tempofluctuaties zijn verbijsterend. Indachtig het citaat over de Duitsers en hun onuitge balanceerde macrodenken laat Dr Wilhelm Furtwängler, zoals ook grote componisten en auteurs het doen, het kleine soms bewust de grote vorm ontregelen. Dan krijg je dat een klein motief in een moment van muzische beroering plotseling gaat galopperen wie es will en uit die drang wordt dan een kolossale versnelling losgeslagen tot het vormbewustzijn oplost in een roes die late Wagner maakt van een romantisch classicisme. Daar zingt een sensibiliteit die met een hooguit gradueel verschil in het Concertgebouw door Sjostakovitsj wordt vermoord en in de discotheek door Eminem: luid en rechtlijnig, anorganisch.

Wilhelm Furtwängler à Vienne

Furtwängler dirigeert de Wiener Philharmoniker

Tahra