Pleidooi voor een eerlijke geschiedschrijving

Discussie: De zwarte canon

De jaren van ijver mogen voorbij zijn, maar toch, hij staat nog steeds: de canon, de van overheidswege gestimuleerde inventarisatie van de belangrijkste kenmerken, personen of gebeurtenissen van ons verleden ofwel ‘wat iedereen in elk geval zou moeten weten van de geschiedenis en cultuur van Nederland’. Het verlangen naar zo'n inventarisatie past bij een tijdperk waarin een samenleving het spoor enigszins bijster is en zichzelf met een beroep op het verleden opnieuw op de kaart probeert te zetten. Zonder twijfel bestaat er dan ook een verband tussen de canonmode en het in 2002, tijdens het eerste kabinet-Balkenende, geïntroduceerde normen- en waardendebat, zoals er ook een verband bestaat tussen dat debat en de plannen voor een nationaal historisch museum of het door het Niod gehouden pleidooi voor een geschiedenis van oorlogshelden.

Medium florisklein

In het verlengde hiervan is het niet verwonderlijk dat er in de door de commissie-Van Oostrom samengestelde en door Balkenende IV officieel aanvaarde canon bijna uitsluitend mensen en zaken voorkomen waarop ‘wij’ (aanhalingstekens) trots kunnen zijn. Onder de vijftig 'ramen’ zijn er slechts twee waarvoor dat ontegenzeggelijk niet geldt: slavernij en Srebrenica.

Laat ik het zeggen in de woorden van Rudy Kousbroek, geschreven naar aanleiding van het zogenoemde Rhemrev-rapport, 'de gruwelijkste onthulling van deze eeuw’. Het gaat over het optreden van de Nederlanders in Nederlands-Indië rond het jaar 1900. 'Ik ben van mening dat in een beschaafd land de neiging zichzelf gunstig af te schilderen onderkend behoort te worden, en niet zijn neerslag mag hebben in de geschiedschrijving.

Ik kan het niet beter zeggen. Maar de samenstellers van de canon van de Nederlandse geschiedenis dachten daar blijkbaar anders over. Vandaar mijn pleidooi voor een zwarte canon, een overzicht van de donkere pagina’s van de vaderlandse cultuur. Daarmee wil ik niet beweren dat ons verleden louter kommer en kwel was. Verre van. Maar bij hoogtepunten horen dieptepunten. Bij trots past schaamte. Een zwarte canon dient geen ander doel dan die erkenning.

'Geschiedenis is de geestelijke vorm, waarin een cultuur zich rekenschap geeft van haar verleden’, schreef onze grootste historicus in hem kenmerkende woorden. Zo is het. Vandaar ook dat die geschiedenis voortdurend verandert, de ene rekenschap is immers de andere niet. Anders gezegd: de van overheidswege gepropageerde canon verscheen op een moment dat het wereldbeeld erachter zijn tijd had gehad. Hij is erfgenaam van een geschiedschrijving die een verhaal vertelde waarop 'men’ trots kon zijn. Vandaar dat de natie in zo'n verhaal traditioneel van oeroude, heldhaftige wortels werd voorzien. Zoals de Spanjaarden terugkeerden naar Hercules en de Goten, zo herleidden de Nederlanders hun afkomst tot Julius Civilis en de Bataven. Mietjes waren die voorvaderen nooit. Integendeel. Ze waren mannetjesputters - net als hun nakomelingen.

De heldhaftige lijn van de vaderlandse mythologie werd ook getrokken als tegenslagen ter sprake kwamen, oorlogen, natuurrampen, epidemieën en dood. Op de een of andere manier werd aan dergelijke gebeurtenissen altijd een positieve draai gegeven.

Het klassieke bezwaar tegen historische veroordelingen is dat ze gemakzuchtig zijn, want onvoldoende rekening houden met de in andere culturen of tijden geldende normen. Hoewel dat tot op grote hoogte juist is, raakt het lang niet altijd de kern van de zaak. Een van de redenen daarvan is dat geschiedschrijving slechts ten dele over het verleden gaat. Zoals de woorden van Huizinga ook suggereren, gaat zij eveneens en misschien nog wel meer over het heden. Geschiedschrijvers hebben er vanzelfsprekend belang bij dit te ontkennen. Wat is hun verhaal waard als het niet of slechts ten dele is wat het voorgeeft te zijn ofwel evenzeer de actuele als de verleden tijd betreft? Weinig. En dus verzetten historici zich met hand en tand tegen de gedachte dat hun weergave van het verleden diep gekleurd zou zijn door de eigenzinnigheden van het heden. Aan het feit verandert dat verzet niets.

De wat mij betreft belangrijkste reden om bezwaar aan te tekenen tegen het vermeend anachronisme van (sommige, niet alle) historische veroordelingen: dat in vele gevallen de kritiek in eigen tijd ook al te horen was. Weliswaar was het bijna altijd een minderheid die protesteerde, maar toch, geprotesteerd werd er. Jan Pieterszoon Coen werd ook door sommigen van zijn tijdgenoten als een bruut beschouwd, de executie van Oldenbarnevelt is vanaf het eerste moment betreurd, de slavenhandel heeft altijd tegenstanders gekend, over het cultuurstelsel is voortdurend gedebatteerd, voor de jodenvervolging is scherp gewaarschuwd, het naoorlogs antisemitisme werd ook in zijn tijd aan de kaak gesteld, het optreden tegen moffenmeiden en collaborateurs is uitvoerig bekritiseerd, de politionele acties zijn door een minderheid meteen veroordeeld, Srebrenica is altijd onderwerp van debat geweest, om van de moorden op Fortuyn en Van Gogh nog maar te zwijgen. In al deze gevallen, zo kan je bij nader inzien vaststellen, liepen niet de critici maar de tijdgenoten uit de pas. Moreel gezien althans.

Zeker in de afgelopen twintig jaar zijn er, zowel in Nederland als elders, tal van barstjes en barsten gesprongen in de nationale zelfbeelden. De meeste van die barstjes betroffen de gebeurtenis die in zo goed als alle Europese landen diepe sporen heeft nagelaten: de Tweede Wereldoorlog. Denk wat Nederland betreft alleen maar aan de pijnlijke verhalen over het naoorlogs antisemitisme, aan het besef van het in verhouding grote aantal vermoorde joden en aan de naoorlogse omgang met de erfenissen van die tijdens de oorlog omgekomen landgenoten. Een gevolg van de groeiende kloof tussen beeld en werkelijkheid was dat hoogwaardigheidsbekleders zich opmerkelijk vaak begonnen te verontschuldigen - hoewel ze uit angst voor herstelclaims ook voorzichtig bleven.

Eind twintigste, begin 21ste eeuw was de hierdoor ontstane sorry-cultuur zo ver doorgedrongen dat een sceptische, zo je wilt 'grijze’ geschiedenis van het vaderlands verleden in de lijn der verwachting lag. De kans daarop werd nog vergroot door de moorden op Fortuyn en Van Gogh, plus het op hetzelfde moment doordringend besef dat de Nederlandse samenleving heel wat minder tolerant stond tegenover (alleen het woord al) 'allochtonen’ dan de nationale mythe wilde. Maar zoals zo vaak nam de geschiedenis ook in dit geval een ironische wending en gebeurde precies het tegenovergestelde van wat je zou verwachten. In plaats van een relativerend verhaal over het eigen verleden volgden ophef over onze voc-mentaliteit, een lovende canon en grootse plannen voor een nationaal museum.

In een gecompliceerde, zo je wilt multiculturele of geglobaliseerde samenleving als de onze heeft een nationale geschiedenis alleen nog bestaansrecht als zij rekening houdt met vele, vaak onverenigbare stemmen. Trots op de voc-mentaliteit is geoorloofd als tegelijkertijd wordt verteld hoeveel verdriet diezelfde mentaliteit heeft aangericht. Heldenverhalen mogen als die van de lafbekken en schoften maar niet vergeten worden. Tegenover het opgeheven vingertje staat Srebrenica, tegenover de vermeende principiële tolerantie het besef dat de koopmanswinst hierbij gebaat was. Het zoet en het zuur, ze horen bij elkaar. Vandaar deze oproep voor een zwarte canon. Hij is, nogmaals, niets meer dan een poging het nationale verhaal beter in balans te brengen.

Dit is een verkorte versie van het pleidooi van Chris van der Heijden in De Groene Amsterdammer van 8 maart. Daarin worden ook een tiental ramen van de zwarte canon uitgewerkt:

De martelaren van Gorcum

De executie van Oldenbarnevelt

J.P. Coen & de voc-mentaliteit

De slavenhandel

Het cultuurstelsel & koelies

Omgang met de joodse landgenoten tijdens en naar de oorlog

Naoorlogse kampen & moffenmeiden

Politionele acties

Srebrenica

De moorden op Fortuyn en van Gogh

Andere zwarte bladzijden

* Elisabethvloed
* WIC (West Indische Compagnie)-mentaliteit
* Berekende verdraagzaamheid
* Moord op de gebroeders De Witt
* Pruikentijd
* Het verraad der Patriotten
* Zwarte Piet
* Koning Willem III
* Atjeh
* Anton van der Waals
* Kamp Jodensavanne
* Operatie Black Tulip
* Watersnood van 1953
* Laat maar waaien-mentaliteit (Dutch disease)
* Pieter Menten
* De aanslag op Janmaat in Kedichem
* Wilders & de nieuwe intolerantie

U kunt reageren met uw suggesties en aanvullingen