het politieke voorbeeld van Dubai

Disney ontmoet Speer

Dubai is de apotheose van het neoliberale kapitalisme: een oase van vrij ondernemerschap zonder inkomstenbelastingen, vakbonden, verkiezingen of oppositiepartijen. Walt Disney meets Albert Speer in een megalomane stad die drijft op angst, seks, oliedollars én het werk van een totaal geflexibiliseerd – want illegaal – precariaat.

Na Sjanghai (vijftien miljoen inwoners) is Dubai (1,5 miljoen inwoners) de grootste bouwput van de planeet. In de snikhete stadstaat aan de Perzische Golf verrijzen op dit moment tientallen megaprojecten. Haar betoverde woud van zeshonderd wolkenkrabbers en winkelcentra moet in 2010 jaarlijks vijftien miljoen buitenlandse bezoekers trekken, drie keer zo veel als New York City. Emirates Airlines heeft al voor 37 miljard dollar aan Boeings en Airbussen besteld, om al die toeristen naar de Golf te vliegen. Dankzij de verslaving aan Arabische olie lijkt het voormalige vissersdorp en smokkelaarsnest een van de wereldhoofdsteden van de 21ste eeuw te worden. Onder het verlichte despotisme van haar emir en ceo, multimiljardair Mohammed Al Maktoum (1949), wordt Dubai hét nieuwe icoon van tot de verbeelding sprekende stedenbouwkunde. Het doel van ‘sjeik Mo’, zoals hij bekendstaat onder Dubai’s expats, is even rechtdoorzee als onbescheiden: ‘Ik wil nummer één zijn in de wereld.’ Dus bouwt Dubai het hoogste gebouw op aarde (het Burj Dubai, 792 meter), een reeks kunstmatige eilanden in de vorm van de wereldkaart – Rod Stewart heeft, naar verluidt, 33 miljoen dollar uitgegeven om ‘Groot-Brittannië’ te kopen –, het grootste winkelcentrum (met daarbinnen het grootste aquarium), de grootste internationale luchthaven, het grootste kunstmatige eiland en het eerste gezonken hotel. Het allergrootste project is Dubailand, letterlijk ‘een themapark van themaparken’ met een omvang waar Disney World makkelijk in past. Driehonderdduizend werknemers gaan hier jaarlijks miljoenen bezoekers vermaken. Als een surrealistische encyclopedie bevat het pretpark replica’s van de hangende tuinen van Babylon, de Taj Mahal, de piramides en niet te vergeten een besneeuwde berg met skiliften en ijsberen.

Al Maktoum lijkt zich de bijbel van het hyperrealisme, Scott en Venturi’s Learning from Las Vegas, te hebben ingeprent op dezelfde wijze als devote moslims de koran bestuderen. Hij heeft begrepen dat Dubai, om het consumptieparadijs van het Midden-Oosten en Zuid-Azië te worden, onophoudelijk moet streven naar visuele excessen. Hoewel het afwisselend vergeleken wordt met Las Vegas, Manhattan, Orlando, Monaco en Singapore is het sjeikdom eerder hun totale optelsom: een hallucinatoire pastiche van het grote, het slechte en het lelijke. Walt Disney meets Albert Speer.

In haar queeste om de architectonische records te verbreken heeft Dubai slechts één echte rivaal: China. Beide zijn aanbeland bij een stadium van hyperkapitalisme, via wat Trotski de ‘dialectiek van ongelijke en gecombineerde ontwikkeling’ noemde. Alle lastige, tussenliggende stadia van commerciële evolutie zijn verkort om tot de perfecte synthese van winkelen, vermaak en architectonisch spektakel te komen.

Dubai’s karikatuur van het futurisme is vooral een vorm van branding. Zoals een projectontwikkelaar tegen de Financial Times zei: ‘Als er geen Burj Dubai zou zijn, geen eilandengroepen in de vorm van een palm en de wereld, zou dan ook maar iemand spreken over Dubai? Je moet niet naar zulke projecten kijken als gek en op zichzelf staand. Het is onderdeel van het bouwen van een merk.’

Het voornaamste regionale voordeel van Dubai is paradoxaal genoeg haar bescheiden voorraad _off-shore-_olie, een voorraad die bovendien snel uitgeput raakt. Zonder de geologische weelde van Koeweit of Abu Dhabi en met een klein achterland wist de stadstaat aan de armoede te ontsnappen door een strategie à la Singapore. Dubai is het centrale commerciële, financiële en recreatie-centrum van de Golfregio geworden. Het is een postmoderne variatie op Brechts Mahagonny, waar de megawinsten van de internationale oliehandel worden onderschept en geïnvesteerd in de enige echt onuitputtelijke grondstof van de Arabische wereld: zand. In 2010 moet het volledige bruto binnenlands product (bbp) van Dubai afkomstig zijn uit activiteiten die niets met olie van doen hebben, zoals toerisme en financiën. Sinds Khomeini’s revolutie in 1979 is Dubai ook het Miami van de Perzische Golf. De stadstaat biedt onderdak aan de grootste gemeenschap van Iraanse ballingen. Velen van hen zijn gespecialiseerd in de smokkel van goud, sigaretten en drank naar hun puriteinse thuisland en naar India. Voortbordurend op zulke clandestiene relaties is Dubai in de jaren tachtig en negentig de voornaamste witwasserij van de regio geworden. De laatste tijd trekt Dubai grote aantallen rijke Iraniërs, die de stad gebruiken als basis voor handel en ontspanning. Volgens schattingen controleren zij niet minder dan dertig procent van Dubai’s huidige vastgoedontwikkeling.

Dubai is daarnaast een toevluchtsoord voor enkele van de meest beruchte gangsters en terroristen uit de regio. Al Maktoum bood bijna een decennium lang een luxe toevluchtsoord aan de legendarische gangster Dawood Ibrahim, Bombay’s Al Capone. Volgens de Indiase regering gebruikte Dawood begin 2003 Dubai als basis om aanslagen in Bombay te organiseren, in samenwerking met agenten van de Pakistaanse veiligheidsdienst. Daarbij kwamen 257 mensen om het leven. Hoewel India Dubai direct verzocht Dawood te arresteren, kreeg hij alle gelegenheid naar Karachi te vluchten. Daar verleent de Pakistaanse regering hem nog steeds onderdak. Zijn criminele organisatie, ‘D-Company’, zou ondertussen nog altijd actief zijn in het sjeikdom.

Sinds 9/11 is in tal van publicaties Dubai’s rol als financieel centrum voor militante islamitische groepen onderzocht, in het bijzonder voor al-Qaeda en de Taliban. ‘Alle wegen leiden naar Dubai als het gaat om [terroristisch] geld’, beweert een voormalige hoge Amerikaanse ambtenaar. Bin Laden verplaatste naar verluidt enorme sommen via de Dubai Islamic Bank, die eigendom is van de overheid; de Taliban gebruikten de ongereguleerde goudmarkten van de stad om hun opiumbelastingen, uitbetaald in onbewerkt goud, om te zetten in witgewassen dollars. Dubai is inmiddels een gewaardeerd partner van Washington in de war on terror, onder meer als basis om Iran te bespioneren, maar het is waarschijnlijk dat Al Maktoum nog steeds een lijntje heeft naar de radicale islamisten. Als al-Qaeda zou willen, kon het het Burj Al-Arab Hotel (321 meter) en andere oriëntatiepunten in Dubai gemakkelijk veranderen in even zovele inferno’s. Tot nu toe is Dubai echter een van de weinige steden in de regio die autobommen en aanvallen op westerse toeristen geheel heeft weten te vermijden. Het getuigt van de rol van de stadstaat als geldwasserette en vluchtoord voor de betere kringen. Dubai’s bloeiende zwarte economie is haar verzekeringspolis tegen autobommen en vliegtuigkapers.

In feite verdient Dubai vooral aan angst. Haar enorme haven heeft flink geprofiteerd van de door de Amerikaanse invasie van Irak gegenereerde handel. Terminal Two op het vliegveld van Dubai – altijd afgeladen met werknemers van Halliburton, huurlingen en Amerikaanse soldaten op weg naar Bagdad of Kaboel – is ’s werelds drukste commerciële terminal voor de door de VS gevoerde oorlogen in het Midden-Oosten.

De ontwikkelingen na 9/11 wijzigden ook wereldwijde investeringspatronen in het voordeel van Dubai. Na de aanvallen van al-Qaeda op Amerika beschouwen de islamitische oliestaten de VS niet langer als de veiligste haven voor hun petrodollars – getraumatiseerd als ze zijn door de boze christenen in Washington en rechtszaken van overlevenden van de wtc-ramp. Alleen al de paniekerige Saoedi’s zouden volgens schattingen eenderde van hun reusachtige buitenlandse portofolio hebben ‘gerepatrieerd’. Hoewel de zenuwen op dit moment enigszins onder controle zijn, heeft Dubai enorm geprofiteerd van de voortdurende neiging van de oliesjeiks om binnen, in plaats van buiten de regio te investeren.

De Golf-economieën verdienen op dit moment niet alleen aan olieproductie, maar ook aan de angst voor de verstoring daarvan. Iedere keer dat opstandelingen een pijplijn opblazen in de Nigerdelta of een martelaar zijn truck een wooncomplex in Riaad binnenrijdt stijgt de olieprijs. En dus ook het inkomen van Dubai. Volgens een onderzoek door Business Week ‘betaalde de wereld door de prijsstijgingen het afgelopen jaar zo’n 120 miljard dollar extra aan de Golfstaten, vanwege de angst voor onverwachte verstoring van de toevoer’. Angst is volgens een van de energie-analisten die het blad raadpleegde ‘een geschenk voor olieproducenten’. Dat geschenk geven de oliemiljonairs het liefst uit in een rustige oase omringd door hoge muren.

Dubai is wat dat betreft een paradijs van veiligheid. Haar soevereiniteit is gegarandeerd door de Amerikaanse nucleaire vliegdekschepen die normaliter bij Jebel Ali voor anker liggen. En door de geheime afspraken, in wat voor vorm dan ook, tussen de Emiraten en het islamitische terrorisme. Dubai is met andere woorden een enorme gated community, de ultieme ‘Green Zone’. Maar nog meer dan Singapore is het ook de apotheose van de neoliberale waarden van het hedendaagse kapitalisme. Dubai heeft bereikt waar Amerikaanse reactionairen alleen maar van kunnen dromen: een oase van vrij ondernemerschap zonder inkomstenbelastingen, vakbonden of oppositiepartijen. Er zijn geen verkiezingen. Zoals het een consumptieparadijs betaamt is de officieuze nationale vakantie (net als haar wereldwijde logo) het Winkelfestival. Dat spektakel trekt een maand lang vier miljoen welgestelde kopers, voornamelijk uit het Midden-Oosten en Zuid-Azië. Het is een maatschappij die ontworpen had kunnen worden door de vakgroep economie van de Universiteit van Chicago.

Het feodale absolutisme – de Maktoum-dynastie bezit alle grond in Dubai – is inmiddels opgedirkt tot het nieuwste op het gebied van verlichte bedrijfsvoering. De politieke sfeer is officieel opgegaan in die van de managers. ‘Mensen spreken over onze kroonprins als de chief executive officer (ceo) van Dubai’, zegt Saeed al-Muntafiq, hoofd van de Dubai Development and Investment Authority. ‘Hij bestiert de overheid als een private onderneming, in het belang van de private sector, niet van de staat.’

Als het land een onderneming is, zoals Al Maktoum meent, is een representatieve regering nergens voor nodig. General Electric en Exxon zijn tenslotte ook geen democratieën. De topmanagers van Dubai – allemaal burgers, ingehuurd op meritocratische grondslag – beheren strategische overheidsportefeuilles én besturen tegelijkertijd een belangrijke projectontwikkelaar. De ‘overheid’ is eigenlijk een team van vermogensbeheerders, geleid door drie topspelers die met elkaar concurreren om de hoogste opbrengsten voor Al Maktoum. Omdat Dubai één landheer heeft en de ontelbare rentestromen en leasebetalingen naar hem vloeien, kan de stadstaat het stellen zonder de belastingen die voor overheden elders van essentieel belang zijn. De minimale afdrachten doen de verkoop of lease van het gouden zand van Dubai stijgen. Het olierijke Abu Dhabi subsidieert ondertussen ook nog eens de resterende staatsfuncties, waaronder Buitenlandse Zaken en Defensie, die aan de federale regering van de Emiraten zijn toevertrouwd.

Op dezelfde wijze wordt persoonlijke vrijheid in Dubai niet ontleend aan een grondwet of ‘onvervreemdbare rechten’, maar aan het bedrijfsplan. Al Maktoum en zijn uitvoerders moeten schipperen tussen macht op basis van afstamming en islamitisch recht enerzijds, en de westerse ondernemerscultuur en recreationele decadentie anderzijds. Hun ingenieuze oplossing kan betiteld worden als een regime van ‘modulaire vrijheden’. Het is gebaseerd op een rigoureuze ruimtelijke scheiding van economische functies en etnisch omschreven sociale klassen. Om te begrijpen hoe dat in de praktijk functioneert, is het nodig een blik te werpen op Dubai’s overkoepelende ontwikkelingsstrategie. Hoewel de toerisme-industrie de meeste buzz creëert rond Dubai heeft de stadstaat de ambitie om zo veel mogelijk toegevoegde waarde te ‘vangen’ door middel van gespecialiseerde vrijhandelszones en technologische clusters. Er zijn vrijhandelszones waar honderd procent buitenlands eigendom is toegestaan, zonder individuele of bedrijfsbelastingen of heffingen voor import en export. In de oorspronkelijke vrijhandelszone in het havengebied van Jebel Ali liggen nu duizenden handels- en industriële firma’s. Het is de voornaamste basis voor Amerikaanse bedrijven die zich richten op de regionale markt. De meeste toekomstige groei zal naar verwachting echter voortkomen uit een archipel van gespecialiseerde ‘clusters’. De grootste van deze steden-binnen-de-stad zijn Internet City, nu al het belangrijkste IT-centrum van de Arabische wereld; Media City, thuishaven van onder andere de nieuwszender Al Arabiya, en het Dubai International Financial Centre.

Andere steden in de regio hebben uiteraard ook vrijhandelszones en technologieclusters, maar alleen Dubai laat iedere enclave functioneren onder een stolp van eigen regels en wetten die speciaal zijn afgestemd op de behoeften van buitenlands kapitaal en expats. Daarom is de in de rest van Dubai geldende censuur grotendeels opgeschort binnen Media City. De toegang tot internet, elders op inhoud gereguleerd, is geheel vrij in Internet City.

Behalve om deze speciale regimes voor grotere media- en ondernemersvrijheid staat Dubai ook bekend om haar tolerantie ten opzichte van westerse zonden, drugs uitgezonderd. Anders dan in Saoedi-Arabië en Koeweit-Stad vloeit in Dubai de sterke drank rijkelijk in de hotels en expat-cafés. Dubai is ook het ‘Bangkok van het Midden-Oosten’, zoals de hippere reisgidsen stellen. Transnationale bendes laten hier duizenden Russische, Armeense, Indiase en Iraanse prostituees werken. De Russische meisjes aan de bar zijn de glamourfaçade waarachter een sinistere wereld van vrouwenhandel schuilgaat. Ontvoeringen, slavernij en sadistisch geweld zijn daarin geen uitzonderingen. Al Maktoum en zijn moderne regime ontkennen natuurlijk iedere verstandhouding met deze snel groeiende industrie, maar insiders weten dat de hoertjes van essentieel belang zijn om de vijfsterrenhotels vol met Europese en Arabische zakenlieden te houden. Als expats de loftrompet steken over Dubai’s unieke ‘openheid’ bedoelen ze de vrijheid om door het lint te gaan – niet om vakbonden te organiseren of kritische meningen te publiceren. Dubai beheerst de kunst van het ontnemen van burgerrechten aan de werkenden tot in de puntjes. In een land dat de slavernij pas in 1963 verbood zijn vakbonden, de meeste stakingen en alle agitatoren illegaal. 99 procent van de arbeidskrachten in de private sector bestaat uit onmiddellijk te deporteren ‘niet-burgers’.

Aan de top van de sociale piramide staan uiteraard de Al Maktoums. Zij bezitten iedere lucratieve korrel zand in het sjeikdom. Na hen volgt de vijftien procent van de bevolking die inheems is. Zij vormen een luierende klasse, wier gehoorzaamheid aan de dynastie beloond wordt door inkomensoverdrachten, gratis onderwijs, gesubsidieerde huisvesting en overheidsbaantjes. Een trede onder hen staan de in de watten gelegde huurlingen: Europese, Libanese, Iraanse en Indiase managers en professionals. De meer dan honderdduizend Britse expats, bezitters van tweede huizen en appartementjes, aangevoerd door David Beckham en Rod Stewart, zijn waarschijnlijk de grootste supporters van het paradijs van Al Maktoum.

Maar het overgrote deel van de bevolking wordt gevormd door de Zuid-Aziatische contractarbeiders. Zij zijn wettelijk gebonden aan één werkgever en onderworpen aan een totalitaire sociale controle. Het luxe leventje in Dubai wordt verzorgd door enorme aantallen Filippijnse, Srilankaanse en Indiase hulpen. De bouw wordt gedragen door onderbetaalde Pakistaanse en Indiase bouwvakkers. Zij draaien diensten van twaalf uur, zesenhalve dag per week, in de hitte van de woestijn die zelfs het asfalt doet smelten.

Net als de buurlanden lapt Dubai internationale afspraken over arbeid aan haar laars. Human Rights Watch beschuldigde de Emiraten in 2003 ervan welvaart te bouwen met behulp van ‘gedwongen arbeid’. Zoals The Independent een poosje geleden benadrukte ‘lijkt de arbeidsmarkt op het oude systeem van contractarbeid, zoals dat naar Dubai is gebracht door haar voormalige koloniale heersers, de Britten. Net als hun verarmde voorvaderen worden de Aziatische arbeiders tegenwoordig bij aankomst in de Verenigde Arabische Emiraten gedwongen om te tekenen voor wat bijna jarenlange slavernij is. Hun rechten verdwijnen op de luchthaven, waar ronselaars hun paspoorten en visa in beslag nemen.’

Van de heloten van Dubai wordt bovendien – net als het proletariaat in Fritz Langs Metropolis – onzichtbaarheid verlangd. De lokale pers wordt geacht niet te schrijven over de arbeidsmigranten, over uitbuiting op het werk en over prostitutie. Aziatische arbeiders zijn bovendien verbannen uit de blitse winkelcentra, nieuwe golfvelden en chique restaurants. De werkkampen aan de rand van de stad, waar de arbeiders met zes tot twaalf man op een kamer slapen, vaak zonder airconditioning of functionerend toilet, maken geen deel uit van het officiële imago van een stad van luxe, zonder armoede en sloppenwijken. Tijdens een recent bezoek was zelfs de minister van Arbeid geshockeerd door de smerige omstandigheden in een afgelegen werkkamp van een grote bouwfirma. Maar toen de arbeiders een vakbond probeerden op te zetten om achterstallig salaris terug te krijgen en de leefomstandigheden te verbeteren, werden ze op stel en sprong gearresteerd. De politie in Dubai wil best een oogje dichtknijpen bij clandestiene import van diamanten, en duistere types die in één keer 25 villa’s cash kopen. Maar ze is buitengewoon ijverig als het gaat om het deporteren van Pakistaanse arbeiders die klagen over bedrog door werkgevers, of om het opsluiten van Filippijnse huishoudsters wegens ‘ontucht’ als ze aangifte doen van verkrachting door hun baas.

Om mogelijke sjiitische onrust te vermijden, gaven Dubai en de andere Emiraten tot nu toe de voorkeur aan niet-Arabisch werkvolk. Maar nu de Aziatische werknemers steeds meer een woelige meerderheid vormen, is het roer omgegooid. De Verenigde Arabische Emiraten hebben een ‘cultureel diversiteitsbeleid’ geïnitieerd. ‘Ons is gevraagd geen Aziaten meer te werven’, legt een recruiter uit. Doel is de controle over de werknemers te versterken door de bestaande nationale concentraties te verdunnen met meer Arabische arbeiders. Het is desondanks niet gelukt voldoende Arabieren te rekruteren die bereid zijn te werken voor lage salarissen van honderd tot honderdvijftig dollar per maand. Ondertussen groeit de onrust. In de lente van 2004 trokken enkele duizenden Aziatische arbeiders gezamenlijk op richting het ministerie van Arbeid om te protesteren tegen onveilige arbeidsomstandigheden en achterstallig loon. Ze werden ontvangen door de Mobiele Eenheid en door ambtenaren die dreigden met massadeportaties. Demonstraties en stakingen gingen door in 2005 en 2006.

De Maktoums zijn zich er terdege van bewust dat ze heersen over een koninkrijk dat gebouwd is over de ruggen van Zuid-Aziatische arbeiders. Er is zoveel geïnvesteerd in Dubai’s imago van een onverstoorbaar paradijs voor het kapitaal dat zelfs kleine verstoringen een onevenredig grote uitwerking kunnen hebben op het vertrouwen van investeerders. Dubai Inc. overweegt op dit moment dan ook diverse maatregelen tegen de arbeidsonrust, uiteenlopend van uitzettingen en massa-arrestaties tot het beperkt toestaan van collectieve onderhandelingen. Maar iedere concessie brengt het risico met zich mee van toekomstige eisen, niet alleen van de vakbonden, maar ook van de burgers, en vormt daarmee een bedreiging voor de absolutistische fundamenten van de heerschappij van de Maktoums. En geen van de aandeelhouders van Dubai – of het nu de Amerikaanse marine is, de Saoedische miljardairs of de hossende expats – wil een Solidarnosc in de woestijn zien ontstaan.

Mike Davis doceert Urban Theory aan het Southern California Institute of Architecture. De onverkorte, Engelse versie van dit artikel: newleftreview.org

Vertaling en bewerking Koen Haegens

Interessante links over Dubai:
Ook boeiend: de persoonlijke website van ‘Sjeik Mo’, zoals de expats in Dubai de alleenheerser noemen:
http://www.sheikhmohammed.co.ae/english/body.asp

Daarop onder meer een bloemlezing uit zijn scherpste oneliners. Oordeel zelf:
http://www.sheikhmohammed.co.ae/english/quotes/quotes.asp

Foto’s van de ‘highlights’ van Dubai, waaronder de kunstmatige eilandgroepen:
http://www.dubai-fotos.de/

Lees de oorspronkelijke, onverkorte versie van het artikel van Mike Davis in New Left Review:
http://newleftreview.org/?page=article&view=2635