Honderd dagen Trump

Disruptie bij wijze van beleid

Donald Trumps politieke ambitie heeft al driemaal een gedaanteverandering ondergaan, van heerser via bestuurder naar wereldleider. Maar achter zijn Twitter-feed dobbert een stuurloos schip van staat. ‘Ik kan je niet helpen aan een analyse over het Amerikaanse buitenlandse beleid. Het is een totaal willekeurige wandeling.’

Medium gettyimages 653637004
Washington, 15 maart. Donald Trump op weg naar het Witte Huis © Olivier Douliery / Getty Images

Op een wel of niet regenachtige dag in januari hield Donald Trump bij zijn aantreden als president een toespraak die als American Carnage bekend zou komen te staan – Amerikaans bloedbad. Aan de slachting en roof van Amerika zou een onmiddellijk einde komen, beloofde Trump. En hoewel hij niet een moment noemde om zijn prestaties te meten, deed hij dat tijdens zijn campagne wel. Tientallen, misschien honderden keren zei hij: ‘Denk je eens in wat we al niet kunnen bereiken in alleen al honderd dagen.’

‘Honderd dagen’ is al decennia een vast ijkpunt van nieuwe presidenten. Het is een nietszeggend getal, en dat zei Trump de afgelopen weken ook. Evengoed meldden verschillende media, zoals online krant Politico, dat de datum al weken als een zwaard van Damocles boven Trumps regering hangt, en dat zijn medewerkers brainstormsessies hielden over manieren om de honderd dagen te framen als daverend succes. Trump zelf stelde dat er ‘nooit een presidentiële eerste honderd dagen zijn geweest waarin iemand ook maar in de buurt kwam van wat wij hebben kunnen doen’, en schiep vervolgens een politieke crisis over het overheidsbudget om zijn eerste honderd dagen uit te luiden.

Evengoed worden de eerste honderd dagen vanzelf een zinvol ijkpunt, als ze bij elke Amerikaanse regering een moment zijn om de prioriteiten en eerste waargemaakte beloften onder de loep te nemen. Gemiddeld genomen verwezenlijken Amerikaanse presidenten bijna driekwart van hun verkiezingsbeloften, wees politicologisch onderzoek uit. Bij Barack Obama, zo becijferde een onafhankelijke denktank, lag dat cijfer rond de zeventig procent. Voor tellen is het bij Trump nog veel te vroeg, maar er valt wel al wat te zeggen over zijn prioriteiten en de manier waarop hij zijn verkiezingsbeloften probeerde waar te maken.

Al snel na Trumps verkiezing in november werd duidelijk dat hij dezelfde prioriteiten aanhield als tijdens zijn campagne. Inhoudelijk draaiden die rond drie kernthema’s. Ten eerste: de Verenigde Staten willen te graag alle problemen van de wereld oplossen; ze doen te veel en krijgen te weinig terug. Ten tweede: handelsverdragen zijn slecht voor de VS; er moeten nieuwe deals komen met andere landen. En ten slotte: immigratie is ook slecht, met name van moslims en Mexicanen (‘bad hombres’). Al die thema’s lagen op het gebied van buitenlands beleid.

Direct na zijn aantreden kwam Trump met groot kaliber voor de dag om op drie terreinen beleid te maken. De meeste krantenlezers zullen de belangrijkste zo kunnen opnoemen: het inreisverbod voor inwoners van zeven landen in het Midden-Oosten (tweemaal), einde aan deelname aan het handelsverdrag Trans-Pacific Partnership, offertes voor de grensmuur met Mexico, plannen voor het uitzetten van alle illegalen. Maar het grote kaliber was vooral bedoeld om indruk te maken. Trump schoot vaak mis – met de inreisverboden – of liet het bij daverende explosies. Zijn plan voor het uitzetten van illegalen zou volgens een conservatieve denktank zeshonderdduizend miljard dollar kosten; niemand hoorde er sinds februari nog van.

Het was daarom niet alleen de inhoud van Trumps voorstellen, maar de stijl ervan die veel toeschouwers in binnen- en buitenland in de eerste weken verbijsterde. De tomeloze radicaliteit die disruptie boven efficiëntie stelde, en Trumps lompe politieke stijl, zijn minachting voor ‘zogenaamde rechters’, ‘nep-media’, zijn aanhoudende Twitter-tirades om half vijf ’s morgens, zijn absurdistische persconferenties vol beledigingen, zijn sneren naar bevriende, democratische staatshoofden en zijn gekoketteer met buitenlandse dictators.

Het waren weken waarin Trump op weekbladcovers verscheen als onthoofder van het Vrijheidsbeeld of bommenlegger onder het Witte Huis, en linkse en soms mainstream media in de VS en erbuiten begonnen te speculeren over Amerikaans fascisme. Dat was altijd een loze vergelijking, aldus Robert Paxton, emeritus-hoogleraar geschiedenis aan Columbia University, fascisme-expert en medewerker van de New York Review of Books. ‘Ik heb me altijd tegen dat label voor Donald Trump verzet. Niet omdat ik aardig voor hem wil zijn, maar omdat het ons zicht op zijn doelen ontneemt’, zegt hij in een telefonisch gesprek.

‘De relevante veiligheidsvraag voor de VS wordt: wat heeft onze president voor het laatst op tv gezien?’

‘Op zich was de vergelijking niet vreemd’, stelt Paxton. ‘Tijdens zijn campagne zei Trump dingen die fascistische leiders ook zeiden om aan de macht te komen. Hij praatte over nationale neergang, die hij met zijn autoriteit zou doen stoppen. Hij ging zich te buiten aan racistische opmerkingen, sprak over nationale vijanden en leek antisemitisch. Maar zijn primaire doel, dat zien we nog sterker nu hij president is, is om te dereguleren. Fascisten legden altijd een soort nationale solidariteit op, beschermden arbeiders met een vorm van vakbonden, reguleerden de economie, beschermden het milieu. Trump tekende direct wetgeving die regulering voor arbeid, milieu en ondernemingen wegnam. Hij heeft altijd een bedrijf geleid waar hij mensen kon aannemen en ontslaan en de koers kon wijzigen zonder maar iemand te consulteren. Dat zoekt hij weer en hij wil soortgelijke bedrijven ruim baan geven. Hij is weliswaar duidelijk een autoritair persoon en heeft een emotionele voorkeur voor autoritaire leiders die in zijn ogen hun land leiden als een groot bedrijf. Maar dat maakt hem geen fascist. Eerder een plutocraat.’

Deze eerste, veelbesproken fase leverde Trump bewondering op bij zijn kiezersbasis, angst bij iedereen daarbuiten, en veel mislukkingen in de praktijk. Zijn ‘moslimban’ werd tweemaal door een rechtbank verboden, Mexico en Republikeinen in Trumps eigen parlement weigerden geld voor de muur, kabinetsbenoemingen liepen een paar keer mis, elke dag kwamen er nieuwtjes over banden tussen zijn medewerkers en Rusland, zijn veiligheidsadviseur Michael Flynn moest binnen een maand het veld ruimen vanwege banden met de Russische ambassadeur. En misschien het meest ergerlijke voor Trump: slechte krantenkoppen en lage approval ratings. (Die overigens rond de vijftig procent hangen, want voor veel Amerikanen is hij nog steeds een held. Slechts twee procent van de Republikeinse kiezers die op Trump hebben gestemd, heeft daar spijt van.)

Die fase had misschien geen verbazing moeten wekken. In zijn boek Think Like a Billionaire had Trump al geschreven dat ‘succesvolle alfa-personen een irrationeel geloof in onredelijke doelen tentoonspreiden’. En dat deed hij dan ook. Maar wat de aanleiding ook was, na anderhalve maand leek president Trump animo te verliezen voor de radicale koers, de permanente revolutie en het ‘ontmantelen van de administratieve staat’, zoals Steve Bannon het noemde, zijn meest naaste adviseur in deze tijd. Hoewel hij zich halverwege maart nog opwierp als erfgenaam van de populistische negentiende-eeuwse president Andrew Jackson, keerde Trump zich, op zoek naar een aansprekende overwinning, naar het politieke handwerk in het parlement: het vervangen van Obama’s zorgwet. Trump de heerser ruilde de provocatieve, door Bannon gedicteerde executive orders in voor een nieuwe rol als wetmaker, waarbij hij leunde op ervaren, maar ook doorsnee en ideologisch buigzame Republikeinen als zijn stafchef Reince Priebus en Paul Ryan, meerderheidsleider in het Huis van Afgevaardigden.

De korte poging tot wetmaken liep uit op een enorme zeperd en Trump keek alweer verder. Alle aandacht van buiten richtte zich in deze weken, rond begin april, op paleisintriges in het Witte Huis. Daar werd Steve Bannon terzijde geschoven, maar hield zijn geestverwant Stephen Miller stand, terwijl voormalig Goldman Sachs-bankier Gary Cohn en vooral Trumps schoonzoon Jared Kushner snel aan macht wonnen.

Op buitenlandgebied rommelde Trump voort met onhelder beleid, maar in ieder geval ongehinderd door zijn parlement. Eerst schoffeerde hij lomp de Duitse kanselier Angela Merkel. Toen moest hij, vanwege alle ophef over de banden van zijn team met Rusland, zijn voornemen laten varen voor toenadering tot de Russische president Vladimir Poetin. Daarna liet hij zijn jarenlange rants tegen China varen – het land dat hij niet zo lang geleden nog ‘gevaarlijker dan IS’ noemde – toen de Chinese president Xi Jinping een chocoladecake met hem kwam prikken in Trumps resort Mar-a-Lago. Maar die avond leverde Trump wel een onverwacht pad op naar een win, en daarmee een nieuwe rol als wereldleider. Na een aanval op burgers in Syrië, die volgens de VS een gifgasaanval was door het regime van Bashar Assad, liet hij 59 kruisraketten afschieten op een Syrische luchtmachtbasis. Wellicht tot Trumps verrassing barstte de mediabühne uit in een staande ovatie, en oogstte hij de lof waar hij zo op uit lijkt. Dat alles leek hem zoveel goed te doen dat hij dezelfde week nog Noord-Korea begon te bedreigen. Opeens lijkt de volgende ‘domme oorlog’ van de VS overzees een kwestie van tijd.

‘Dat lijkt me wat overdreven’, zegt Daniel Drezner, hoogleraar internationale politiek aan Tufts University, via de telefoon terwijl hij wacht om een vliegtuig in te gaan. Drezner is blogger en veelschrijver in media, verbonden aan denktank Brookings en Republikein. ‘Het is duidelijk dat Trump op zoek is naar aanbidding en applaus, en het is zorgwekkend dat hij zo’n overdonderende ovatie kreeg voor zijn eerste militaire actie in het buitenland. Maar dat mechanisme geldt niet alleen voor Trump. Alle presidenten ontdekken dat wetten maken via het Congres moeilijk is, en dat in buitenlands beleid veel minder restricties gelden.’

Drezner denkt niet dat Trump lang zal blijven hangen in zijn rol van wereldleider. ‘Er is bij Trump geen evolutie, en geen “nieuw normaal”. Het is als politicoloog moeilijk om aan te zien. Ik denk echt dat hij gelooft dat als hij Amerikaanse militaire macht laat gelden in het buitenland, weerspannige bondgenoten dan weer in de pas gaan lopen en dat tegenstanders zich zullen schikken. En de carrousel van handelingen draait zo snel. Politicologen spreken wel over het “cnn-effect”: er gebeurt iets ergs in de wereld, het publiek ziet dat op tv, eist dat er wat gebeurt, en de president doet wat. Maar deze president snijdt een paar stappen af. Hij ziet zelf iets op tv, en doet dan wat. De relevante veiligheidsvraag voor de VS wordt: wat heeft onze president voor het laatst gezien?’

‘Een president die werkelijk denkt dat hij Amerika weer sterk maakt door zijn eigen overheid stil te leggen; het is krankzinnig’

Ook dat lijkt wat overdreven. De aanval in Syrië betrof een speciaal geval en Trump wil de VS juist minder betrekken bij allerlei brandjes in de wereld. En achter de wispelturige Trump staat een ervaren bureaucratie en diplomatie, die nog steeds Amerikaanse belangen dienen in de wereld en die altijd een drijfanker zullen zijn achter de luimen van de president. Toch?

Wat die wispelturigheid betreft: een jaar geleden verklaarde Trump dat de VS ‘onvoorspelbaar’ moeten zijn in hun buitenlands beleid. Dat brengt hij ook in praktijk; Politico vond zelfs dat Trump de afgelopen weken van overtuigingen wisselde ‘met nek brekende snelheid’. Het is aardig om even bij die onvoorspelbaarheid stil te staan. Die past zowel bij Trumps karakter als bij een politicologisch idee dat onvoorspelbaarheid en irrationaliteit nuttig kunnen zijn – Richard Nixon bracht het al in stelling tegen de Sovjet-Unie. Maar misschien belangrijker is dat die onvoorspelbaarheid de vertaling is van een dubbelzinnigheid die zowel in Donald Trump als in het Amerikaanse volk zit.

Vorig jaar mei wees een opiniepeiling uit dat zeventig procent van de Amerikaanse kiezers wilde dat de volgende president zich meer zou richten op binnenland dan buitenland. Maar een dikke meerderheid van alle kiezers – met name Republikeinen – wilde dat de volgende regering zou zorgen dat de VS ‘de enige supermacht ter wereld bleven’. Ruim twee derde van de Republikeinen wilde ook meer oorlog tegen IS, bijna driekwart van de Donald – ‘no more dumb wars’ en ‘America First’ – Trump-aanhang wilde zelfs grondtroepen in Syrië. Amerikanen, kortom, willen alles tegelijk. En Trump belooft ze dat ook al bijna twee jaar lang: ‘De gloed van een Ronald Reagan-ervaring zonder het George W. Bush-prijskaartje eraan’, zoals Stephen Sestanovich, voormalig planner van Amerika’s Nationale Veiligheidsraad, schreef in The Atlantic.

Trump heeft dit sentiment scherp aangevoeld en erop ingespeeld. Maar hij lijkt ook werkelijk te geloven dat die twee samen kunnen gaan: het leiderschap van de wereld en het terugbrengen van alles tot America First. In ieder geval probeert hij, honderd dagen op weg in zijn presidentschap, nog steeds die onmogelijke spagaat te maken. Het kan allemaal tegelijk en allemaal gratis: een grensmuur, maar dan wel betaald door Mexico; oorlog tegen IS, betaald door ‘Iraks olie’; bases over de hele wereld, betaald door bondgenoten; miljarden erbij voor het leger, betaald door China te laten stoppen met het stelen van banen. Trump nieuwste incarnatie als wereldleider, kortom, gaat straks even hard botsen met de werkelijkheid in de wereld als hij in zijn rol als heerser en wetmaker botste met die in de VS.

Amerika’s bureaucratie dan, die nauwelijks te wenden ‘olietanker van de staat’ zoals die door sommige commentatoren werd genoemd na Trumps verkiezing in november. Die supertanker blijkt toch maar wat rond te kunnen dobberen. Ontluisterende reportages in The Guardian, The New York Times en andere media beschrijven hoe de duizenden medewerkers van Buitenlandse Zaken hun werkdagen vullen met lange lunches, goede boeken lezen en wandelen door de oude wijken van Washington DC. Een week na zijn aantreden ontsloeg Trump alle onder Obama aangestelde hoge ambtenaren op BZ, een meerderheid van de ambtelijke top, en benoemde geen nieuwe. Zijn minister, Rex Tillerson, ging zonder enig verzet akkoord met het beoogde ontslag van dertig procent van de zeventigduizend ambtenaren en diplomaten onder zijn hoede. Zelf mocht hij niet eens zijn eigen assistent benoemen, en werd hij omringd door Trump-hardliners zonder enig verstand van diplomatie of de wereld.

Sindsdien zijn er geen nieuwe ‘directieven’ uitgevaardigd, instructies over de doelen en beoogd beleid dat de ambtenaren en diplomaten moeten uitvoeren. Reportages over Foggy Bottom, zoals BZ wordt genoemd, beschrijven absurde toestanden. Andere landen ‘zien de kleinste veranderingen in onze posities’, zegt een anonieme diplomaat in The Atlantic. ‘Maar we weten de standpunten van de nieuwe regering niet dus volgen we de oude directieven maar tot de regering met een nieuw standpunt komt.’ En dat betekent in de praktijk: Trumps Twitter-feed volgen, chocola proberen te maken van zijn absurdistische persconferenties en interviews, of luisteren naar leden van zijn entourage. ‘We kijken het nieuws en proberen zo snel mogelijk transcripties te krijgen van de persconferenties van Trumps woordvoerder’, aldus die diplomaat.

Omdat Trump overduidelijk niets weet van buitenlands beleid en alleen doet alsof hij weet wat hij wil, en omdat BZ met opzet stuurloos wordt gelaten, hebben de VS geen coherent en analyseerbaar buitenlands beleid meer. Analyses van standpunten, belangen en prioriteiten zijn nutteloos als zelfs Amerika’s diplomaten zijn aangewezen op Witte Huis-ologie om te raden wat ze moeten doen.

‘Het is een absolute ramp wat er op BZ gebeurt. Er is daar totale ontreddering, bij duizenden mensen die in tegenstelling tot hun president begrijpen hoe belangrijk Amerika’s rol in de wereld is’, zegt Daniel Drezner vanaf zijn vliegveld. ‘Je ziet wel dat er enige mate van continuïteit is. Met de Navo, bijvoorbeeld, die eerst overbodig was en toen weer niet. Met China, dat Amerika bedroog en toen weer niet. Met de Amerikaanse ambassade die naar Jeruzalem zou gaan en toen weer niet. Het probleem is dat er een hele laag van beleid is die minder opvalt, maar vaak heel belangrijk is: het Amerikaanse beleid achter de schermen in Oekraïne, Egypte, Irak, om maar wat te noemen. Op al die deelterreinen is er geen overzicht meer. De experts schrijven geen rapporten meer, want hun bazen zijn weg of willen ze niet lezen.’

‘De ramp in ons buitenlands beleid gaat nog een hele tijd bestaan’, vervolgt Drezner. ‘Zelfs als de regering-Trump nu snel de gaten gaat vullen die er door alle ontslagen zijn, duurt het nog zeker een half jaar voor de diplomatie weer normaal draait. Dat de VS zoveel invloed weggeven, door een president die werkelijk denkt dat hij Amerika weer sterk maakt door zijn eigen overheid stil te leggen; het is krankzinnig. Hij denkt met tweets Amerika’s grootsheid te herstellen, maar je kunt in de dalende aantallen buitenlandse inschrijvingen op onze universiteiten en toeristen al aflezen dat onze soft power daalt – een direct Trump-effect. Ik kan je dus niet helpen aan een analyse over het buitenlands beleid van de VS in de nabije toekomst. Het wordt een totaal willekeurige wandeling.’