Popmuziek: Eminem

Dissen

Eminem © courtesy the artist

Het blijft een van de mooiste oneliners uit de geschiedenis van de popmuziek. ‘Anger is a gift’. Rage Against the Machine zong het in 1991 in Freedom, misschien wel hun beste nummer ooit, en zeker het woedendste. Woede kan een prachtige drijfveer zijn in muziek. Sommige genres (punk, hardcore, en een groot deel van metal en een kleiner van hiphop) drijven er zelfs grotendeels op. Net als verliefdheid en rouw laat woede zich het beste stileren wanneer er enige tijd overheen is gegaan, maar het fraaie aan woede is dan weer dat er ook schoonheid kan zitten in gebrek aan stilering. In de rauwheid ervan, de oerdrift, zelfs de haat.

Bij weinig rappers is woede zo’n constante in het oeuvre als bij Eminem. Veel van zijn beste zinnen zijn sneren, veel van zijn beste nummers afrekeningen. Een heel muzikaal leven probeert Eminem zich al los te maken van zijn jeugd, zijn afkomst, zijn complexen, neuroses en verslavingsgevoeligheden, en zijn muziek is een verslag van de geslaagde en mislukte pogingen daartoe. Het maakt hem soms onuitstaanbaar rancuneus en narcistisch, maar ook spannend en grillig.

Nog geen jaar na zijn eerste album in vele jaren, het zeer matig ontvangen Revival, komt hij al met de opvolger, een album dat er zonder enige vooraankondiging opeens is, zoals inmiddels gebruikelijk in met name hiphop. Het heet Kamikaze en het laat zich het beste omschrijven als een woedeaanval van drie kwartier. Dat levert een paar sterke nummers op, zoals Venom, het titelnummer van een nieuw gelijknamig superheldenspektakel met Tom Hardy. Maar ook nummers die klinken als minder sterke herhalingen van eigen werk.

En vooral teksten waarin het onderwerp van woede een tragische bijsmaak krijgt: Eminem richt zich al in het openingsnummer The Ringer tot de critici die zijn vorige album niet goed vonden, en in dat nummer en in Not Alike tot alle andere rappers die volgens hem onterecht succes hebben, en met wie hij geen affiniteit voelt. Omdat die rappers over het algemeen jonger zijn, sijpelt hier het beeld van een generatieconflict door. Waarbij Eminem aan de verkeerde kant van dat conflict staat: de vader die hoofdschuddend klaagt over die jeugd van tegenwoordig. En wanneer hij collega-rapper en ooit verklaard Eminem-fan Tyler, The Creator uitscheldt voor ‘faggot’ (‘Tyler create nothin’, I see why you called yourself a faggot, bitch’) wordt hij Archie Bunker met een microfoon.

Doodzonde. Hiphop heeft een rijke traditie van elkaar dissen op de meeste creatieve manieren, en Eminem heeft aan die traditie zelf veel bijgedragen. De manier waarop hij zijn woorden er in een razend tempo en vol vuur uitspuugt in datzelfde Not Alike en de dreigende ondertoon van het ingehouden woedende Fall maken nog steeds indruk. Die woede verdient alleen minder luie taal, en minder kleinzielige onderwerpen.