Dissonanten in de Arabische lente

New York - Afgelopen weekeinde zijn in Libië dertien opstandelingen gedood door friendly fire en een aantal zwaar gewond. Natuurlijk gebeurt dat. De chaos van deze burgeroorlog in aanmerking genomen is het een wonder dat het zo lang geduurd heeft voor het zo ver kwam. En natuurlijk volgen daarop de plichtmatige reacties. Tragisch, bijzonder betreurenswaardig en zo is het ook. Maar de belangrijkste vraag is hoe lang de chaos zal duren en dus hoe groot de kans is dat er meer rebellen door kogels van de vrienden zullen sneuvelen.

Nadat Kadhafi’s minister van Buitenlandse Zaken Moussa Koussa naar Londen was uitgeweken is nu zijn onderminister Abdilafa Obeidi naar Griekenland gevlucht. Is dit een teken dat het regime in elkaar stort? Voorzover we weten is Tripoli vast in handen van de kolonel en aan het front geven zijn troepen geen teken dat ze de moed opgeven.

Meer en meer begint het erop te lijken dat er een uitzichtloze burgeroorlog ontstaat, waarin de Navo met Nederland zich daadwerkelijk heeft laten betrekken.

Ingewikkelder wordt het doordat deze krachtmeting onderdeel lijkt te zijn van een groter geheel: de ‘Arabische lente’. In het hele Midden-Oosten zijn de massa’s in beweging gekomen tegen dictators of autocratische vorsten. Democratie, vrijheid en werk is de boodschap. De zich nu steeds sneller verbreidende beweging wordt vergeleken met die in het Oostblok aan het einde van de jaren tachtig. De val van de Muur bezegelde het einde van het sovjetimperium. Maar zijn die twee revoluties verder vergelijkbaar? Ook de alomvattende opstand tegen de communistische bureaucratie kwam voort uit een verlangen naar vrijheid en welvaart. Maar toen de oude hiërarchie eenmaal was bezweken, heeft het in de voormalige satellietlanden niet lang geduurd voor een nieuw bestuur de bevrijde naties tot redelijk functionerende staten had gevormd. Veertig jaar communistisch gezag was er niet in geslaagd de oorspronkelijke burgerlijke cultuur te vernietigen.

Een democratie in onze betekenis van het woord is gebaseerd op een westerse seculiere middenklasse. De naties van het Midden-Oosten waar de volken nu in opstand komen zijn in meerdere of mindere mate theocratieën waar een middenklasse in onze betekenis een relatief zwakke component is. Zal daaruit een nieuwe bestuurlijke elite kunnen worden gerekruteerd? Zou er een radicaal nieuwe orde kunnen ontstaan die deze naties een nieuwe, moderne weerbaarheid kan geven? Ook dat zal nog moeten blijken, nu eerst in Tunesië en Egypte, en dan, wie weet ook in Libië en verder. Het kan een proces van jaren zijn.

De regering van president Obama heeft zich tot dusver zo veel mogelijk in de coulissen gehouden en de Navo de strategie laten bepalen en veel van het grove werk laten doen. Rechtse media als Fox News en de New York Post verwijten Obama aarzeling en lafheid. Natuurlijk. Als het zo verder gaat, zal Libië misschien nog een rol gaan spelen in de volgende presidentsverkiezingen. Maar de werkelijkheid is ingewikkelder. Natuurlijk vindt ook Obama de Libische kolonel een verwerpelijke dictator, schrijft David Sanger, de altijd goed ingelichte Washingtonse correspondent van The New York Times. Maar hij is niet de man om wie nu alles draait. De sleutel tot de grote problematiek van het Midden-Oosten blijft voor de president Iran. Met het vraagstuk van Irak nog verre van opgelost, de Afghaanse oorlog in volle gang en de toenemende onzekerheid over Pakistan kan Amerika zich niet een volgende interventie veroorloven terwijl Iran ervan wordt verdacht een kernwapen te maken.

De recente revoluties in het Midden-Oosten hebben ook de structuur van de ongeschreven regionale bondgenootschappen veranderd. Tot een paar maanden geleden was Saoedi-Arabië een medestander van Amerika in de pogingen om Iran te beteugelen. 'Snij de kop van de slang af’, zou de Saoedische koning Abdoella zich hebben laten ontvallen (volgens WikiLeaks). Met de Arabische lente in volle gang heeft hij nu andere prioriteiten. Syrië is een ander geval. Het onderhoudt goede betrekkingen met Teheran. Voor Iran zou het een slechte zaak zijn als daar de revolutie doorzet. Maar dan komt voor Obama opnieuw het dilemma. Ingrijpen? En dan de extra oorlog die hij in Libië had willen vermijden?

De regering van Ahmadinejad hoeft voor massale protesten niet bang te zijn. Met de pogingen om daar de lente te laten uitbreken is al een paar keer radicaal afgerekend. Maar ook in Teheran zal de druk van de volksbewegingen in de regio worden gevoeld. Reden om meer vaart te zetten achter de fabricage van de bom.

Met deze ontwikkeling in het verschiet is het niet verwonderlijk dat Obama zijn kruit droog houdt. En dat doet ook Israël. De Arabische lente is een mooi, inspirerend verschijnsel, maar het vervolg moet nog komen. We horen de vredesklokken nog niet beieren. Obama bereidt zich voor op een slechter scenario.