Dit

Hier in de buurt is een kleine, hippe kleding­boetiek waar ik graag kom, hoewel ik er eigenlijk nooit iets koop. Voor hippe kleren moet je het juiste hoofd hebben. Zelf heb ik meer een gezicht voor restanten, geloof ik. Gelukkig vindt Naïma, de eigenares van de zaak, het niet erg dat ik zo nu en dan binnenkom en tussen de rekken ga staan dralen. Dat mag allemaal, in een hippe kledingwinkel. Want het gaat om kunst. Daarbij is Naïma een vrouw met scherp ontwikkelde verkoopinstincten. Ze weet precies wie ze met rust moet laten en wie ze moet begeleiden, in het aankoopproces. Dan zegt ze bijvoorbeeld ‘dit patroon is waanzinnig in jouw sfeer’, of ‘die rok doet niks, maar die top is echt zwaar oké’. En ze méént dat ook, dat hoor je. Het verleent haar een vorm van absolute macht, waar ze toch heel gewoon onder blijft. Mooi vind ik dat.

Vorige week was er een tamelijk deftig ogende mevrouw in de winkel. Type deux-pièces, parelsnoer en boblijn. Ze had een ondefinieerbaar kledingstuk aangetrokken en draaide wat voor een spiegel, zichtbaar twijfelend. Naïma kwam aanlopen, bleef een hele tijd zwijgend staan kijken en zei toen, alsof haar ineens een Grote Waarheid geopenbaard werd: ‘Ja. Dit ben jij.’ Er viel een stilte waarin de vrouw eerst verbaasd en daarna meer en meer instemmend naar haar spiegelbeeld begon te knikken. Ja verdomd, zag ik haar denken, jarenlang heb ik mezelf gezocht en nu, ineens, in deze hypermoderne glitter met zeskantige gaatjes, sta ik hier. Het was een ontroerend moment. Even later hield mevrouw nog een broek omhoog en vroeg: ‘Hoort dit wel, met die rits schuin en al die rafels?’ Naïma antwoordde, zonder aarzelen: ‘Ja mevrouw, dit is wat de mensen willen.’ Zelfs ik voelde de bemoedigende zekerheid die in die uitspraak besloten lag. Wat willen de mensen? Dit. Naïma deed natuurlijk alsof het de normaalste zaak van de wereld was, maar die mevrouw kocht toen, echt waar, ook nog twee broeken met schuine ritsen en rafels. Ze ging blij de winkel uit. Blij en hip.